Gloudemans uitsprakenUitspraken

Giem Broekmans

ing. J.P.A.M. (Giem) Broekmans MRICS RT

ic-mail gbroekmans@gloudemans.nl    ic-linkedinGiem op LinkedIn    ic-vcardDownload V-card  06 106 512 31

Over Giem

Giem is sinds 2008 als taxateur en onteigeningsdeskundige verbonden aan Gloudemans. Hij onderhandelt namens opdrachtgevers bij minnelijke onteigening met maximaal resultaat als gevolg. Zijn werkzaamheden bestaan daarnaast uit het uitvoeren van complexe waarderingsvraagstukken. Verder begeleidt hij diverse opdrachtgevers bij het tot stand brengen van uiteenlopende gebiedsontwikkelingen zowel binnenstedelijk als in het buitengebied.

Praktijkgebieden

  • Taxatie
  • Onteigening
  • Gebiedsontwikkeling
  • Schadevergoedingsrecht
  • Onderhandeling

Opleidingen

  • Real Estate Valuation, Amsterdam School of Real Estate
  • Grondverwerving en Schadevergoedingen, Koninklijke PBNA
  • Register Makelaar, NRVT
  • Makelaardij, SVMNIVO
  • Veehouderij, HAS Hogeschool, ‘s-Hertogenbosch
   
  • 26-05-2021 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

    Appellant is eigenaar van een perceel met een woning. Door de wijziging van het planologisch regime is de mogelijkheid tot het realiseren van meerdere woningen op het perceel komen te vervallen. Door de SAOZ is geconcludeerd dat sprake is van een waardedaling van € 50.000,00. Voorts is een korting van 20% gehanteerd (overeen komende met een drempel van 2,1%) voor het normaal maatschappelijk risico. De aard van de ontwikkeling – te weten het in een zogenoemd anticipeergebied beperken van de mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen en meer in het bijzonder het daarbij schrappen van al sinds jaar en dag onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen – is in zijn algemeenheid aan te merken als normaal maatschappelijke ontwikkeling, waarmee in abstracto rekening diende te worden gehouden.

  • 19-05-2021 / ABRS – Second opinion, onzorgvuldig, onvolledig of onderschat

    Appellant kan zich niet verenigen met de taxatie van de deskundigen en heeft door een taxateur een rapportage laten opstellen. Die taxateur komt tot een grotere waardedaling. Naar oordeel van de Afdeling heeft de rapportage niet tot gevolg dat het college haar deskundigen in redelijkheid niet heeft kunnen volgen. Dat de verschillende deskundigen een verschil van inzicht hebben over de ernst van de planologische verslechtering, betekent niet dat aannemelijk is gemaakt dat het onderzoek op dit onderdeel onzorgvuldig of onvolledig is geweest, dan wel dat de deskundige het gewicht van de relevante schadefactoren heeft onderschat.

  • 12-05-2021 / ABRS – Bezonningsstudie en NMR

    De derdebelanghebbende kan zich niet verenigen met een rapportage van de deskundige Gloudemans. Volgens de derdebelanghebbende is ten onrechte de schadefactor schaduwwerking en verminderde zonlichttoetreding betrokken. Door de derdebelanghebbende is een bezonningsstudie ingebracht. De Afdeling constateert dat die bezonningsstudie ten onrechte uitgaat van de feitelijke situatie en niet van de planologisch maximale situatie. Gloudemans heeft derhalve terecht de schadefactor schaduw en verminderde zonlichttoetreding betrokken.

  • 12-05-2021 / ABRS – Woonboot en verkrijgende verjaring

    De eigenaar van een woonboot stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van een planologische verandering in de omgeving. De aanvraag om tegemoetkoming in de planschade is afgewezen omdat geen sprake is van een onroerende zaak.

  • 12-05-2021 / ABRS – Taxatie aanvrager

    Aanvrager kan zich niet verenigen met de waardering van zijn woning onder het oude planologische regime. Naar oordeel van aanvrager is tevens rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden, het rapport van de deskundige van het college is als uitgangspunt gehanteerd.

  • 28-04-2021 / ABRS – voorzienbaarheid hinder

    Appellante is huurder van een woning in Amsterdam en heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens schade die zij heeft geleden als gevolg van de aanleg van de A9 Gaasperdammerweg als tunnel. Aan de aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij overlast van de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het project heeft ondervonden en dat de overlast tevens tot gemiste inkomsten uit de exploitatie van een kinderdagverblijf in de woning heeft geleid. De gestelde inkomensschade wordt voorzienbaar geoordeeld.

  • 28-04-2021 / ABRS – taxatie

    Appellant heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend vanwege het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere en de aanpassing van het Tracébesluit in 2014 dat onder meer voorziet in de verbreding van de A1, de aanleg van een busbaan ter hoogte van de woning van aanvrager alsmede een nieuwe spoorbrug over de A1 ter hoogte van de woning. De minister oordeelt dat aan het advies van Ten Kate de schijn van partijdigheid kleeft. Derhalve wordt een nieuwe commissie (Te Rijdt) ingesteld. De reden voor het vaststellen van het Tracébesluit 2014 is uitsluitend gelegen in het mogelijk maken van de uitvoering van het Tracébesluit 2011. Hoewel dit wijst op een nauwe verwevenheid tussen deze besluiten, is, mede gezien de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:795), sprake van twee planologische regimes.

  • 21-04-2021 / ABRS –vereenzelviging

    Appellant verzoekt om nadeelcompensatie omdat de bereikbaarheid van het door hem geëxploiteerde tankstation is verslechterd als gevolg van twee verkeersbesluiten. Het verzoek is afgewezen omdat de gestelde schade voorzienbaar was ten tijde van de aanvang van de exploitatie van het benzinestation in augustus 1993. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard omdat er discussie is over namens wie c.q. welke identiteit het beroep is ingediend.

  • 21-04-2021 / ABRS – gelijkheidsbeginsel en deskundigenkosten

    Aan appellanten is een tegemoetkoming in planschade toegekend. Appellanten hebben ten aanzien van het normaal maatschappelijk risico een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Zij verwijzen hierbij naar een andere, volgens hen vergelijkbare zaak, waarbij het college een lager normaal maatschappelijk risico heeft gehanteerd. Verder heeft het college volgens appellanten ten onrechte de kosten van de gemachtigde niet vergoed.

  • Vormfactor: marktwaarde of marktwaarde zonder bijzonder uitgangspunt?

    Voor het bepalen van de grondwaarde van appartementencomplexen wordt veelal gekeken naar de residuele systematiek. Binnen de residuele systematiek zal er worden gekeken naar een marktconforme opbrengstpotentie en zullen op basis van kengetallen de stichtingskosten worden geraamd. Door de geschatte opbrengstpotentie te verminderen met de geraamde stichtingskosten resulteert een grondwaarde. Een taxateur kan de uitkomst altijd toetsen aan de hand van een grondquote of deze past binnen een marktconforme bandbreedte.

  • 17-03-2021 / ABRS – NMR en compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een terrein van 8.74.56 ha. Onder het nieuwe planologische regime is bepaald dat bouwpercelen een minimale omvang hebben van 5.000 m². Onder het oude planologische regime was geen beperking van de omvang gesteld zodat appellant stelt een waardevermindering te hebben ondervonden. Door de deskundige van het college is de schade vastgesteld op € 4.169.000,00.

  • 03-03-2021 / ABRS – Compensatie in natura na overdracht

    De eigenaar van een perceel in de gemeente Sittard-Geleen is als gevolg van een planologische wijziging geconfronteerd met verminderde gebruiks- en bouwmogelijkheden. De gemeente besluit om de planschade in natura te compenseren door het terug bestemmen van de gebruiks- en bouwmogelijkheden. De Afdeling haalt een streep door dit besluit omdat ten tijde van het besluit niet zeker was dat het nieuwe bestemmingsplan ook daadwerkelijk in werking zou treden én was geen tegemoetkoming vastgesteld voor het geval het bestemmingsplan de eindstreep niet zou halen.

  • 03-03-2021 / ABRS – normaal maatschappelijk risico bij herbouw

    De eigenaar van een woning stelt schade te ondervinden als gevolg van de planologische mogelijkheid om in de nabijheid van zijn woning een woonboerderij op te richten. Die woonboerderij was afgebrand en kon onder het overgangsrecht worden herbouwd. Het bestemmingsplan gaf de mogelijkheid om die woonboerderij op een andere plek te herbouwen. In hoger beroep stond ter discussie of het college in redelijkheid heeft kunnen aansluiten bij het minimale wettelijk forfait van 2% nmr.

  • 24-02-2021 / ABRS – hoogste waarde / taxatie

    Aan appellant is een nadeelcompensatie van € 15.900,00 toegekend vanwege het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere als gevolg waarvan het perceel in waarde zou zijn gedaald. De schadecommissie concludeert dat er geen sprake is van toename van de geluidsbelasting of verslechtering van de luchtkwaliteit. Wel is er sprake van tijdelijke schade ten gevolge van de uitvoering van de tracébesluiten. Het beroep ziet op de taxatie van de waarde van het perceel en het normaal maatschappelijk risico. De taxateur van de schadecommissie heeft het perceel gewaardeerd met de hoogste waarde als bouwkavel omdat de kwaliteit en het volume van de opstallen in relatie tot de grondwaarde het niet rechtvaardigt de bestaande opstallen te handhaven. De door aanvrager ingebrachte taxatie is ervan uitgegaan dat de woning op het perceel niet meer zal worden bewoond en derhalve van de grondwaarde, mede vanwege de op het perceel aanwezige hoogspanningsmast.

  • Onteigening gaat niet over één nacht ijs

    “O wind, als winter komt, laat lente niet lang op zich wachten”. Met deze mooie woorden van de Engelse dichter Percy Bysshe Shelley (1792-1822), een stevige oostenwind en Nederland bedekt onder een laag sneeuw, zie ik de datum van 1 januari 2022 dichterbij komen. De datum 1 januari 2022 is nog steeds de datum waarop wordt beoogd de Omgevingswet in werking te laten treden. Dit lijkt ver weg, maar voor veel projecten waarbij wordt overwogen als sluitstuk het grondbeleidsinstrument “onteigening” in te (moeten) zetten, is een afweging op dit moment de moeite waard en is het aan te bevelen nu voorbereidingen te treffen.

Spring naar toolbar