Gloudemans Expertise Gebiedsontwikkeling

Onteigening

Onteigenen is het ontnemen van grondeigendom in het algemeen belang voor het ontwikkelen, gebruiken of beheren van de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor de aanleg van een nieuwe weg. In de meeste gevallen kan onteigening worden voorkomen, door de kwestie in een overeenkomst tussen partijen ‘in de minnelijke sfeer’ af te handelen, zoals bij een normale verkoop. De Onteigeningswet stuurt dan ook aan op een minnelijke regeling tussen partijen. Als een aankoop niet of niet op tijd lukt, dan kan het instrument onteigening worden toegepast. Er worden echter belangrijke voorwaarden aan onteigening gesteld. Deskundige hulp is daarom van noodzakelijk belang.

Voorwaarden

Eén van die voorwaarden van onteigening is dat een overheidsinstelling, zoals een gemeente of het Rijk, alleen tot onteigening kan overgaan indien daartoe de noodzaak bestaat en er een algemeen belang aanwezig is. Als een nieuwe spoorlijn of autoweg moet worden aangelegd, zal al snel duidelijk zijn dat aan die voorwaarden wordt voldaan.
Maar als een overheidsinstelling het wenselijk vindt om een nieuwe woonwijk of een nieuw bedrijfsterrein te realiseren, is het niet zo eenvoudig om te beoordelen of aan die voorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheid en wenselijkheid van een belanghebbende eigenaar om zelf invulling te geven aan de nieuwe ontwikkeling (zelfrealisatie), kan ervoor zorgen dat de noodzaak tot onteigening niet zonder meer een gegeven is.

De procedure

De Onteigeningswet schrijft een administratieve procedure voor, voordat onteigening gevorderd kan worden bij de rechtbank. In deze procedure kunnen belanghebbenden zienswijzen indienen tegen de geplande onteigening. Met de administratieve procedure kan de overheidsinstelling die wil onteigenen een Koninklijk Besluit verkrijgen, waarin de te onteigenen percelen staan opgenomen. Met het Koninklijk Besluit kan de gerechtelijke fase worden ingegaan.

Schadeloosstelling

In het geval van onteigening maakt de eigenaar, huurder, pachter of andere zakelijk gerechtigde aanspraak op een schadeloosstelling. Het uitgangspunt bij het bepalen van de hoogte van een schadeloosstelling is eenvoudig. Volgens de jurisprudentie moet de onteigende na de onteigening in dezelfde vermogens- of inkomstenpositie zijn als voor de onteigening. Voor de eigenaar van een woning betekent dit, naast vergoeding van de waarde van zijn woning (vermogensschade), vergoedingen voor aankoop van een vervangende woning, verhuiskosten en bijkomende schade. De onteigende kan ook inkomstenschade lijden, bijvoorbeeld als hij een gedeelte van zijn landbouwgrond verliest of in het geval de huisvestingskosten voor het nieuwe bedrijf veel hoger uitvallen. Deze schadecomponenten worden door middel van een bedrag ineens afgekocht.

Hoe helpt Gloudemans?

Gloudemans begeleidt en adviseert zowel gemeentes als particulieren bij de administratieve procedure of levert deze turn key aan. Ook helpen we bij het indienen van zienswijzen en eventuele vervolgstappen.

Daarnaast behoren waardebepaling en schadeberekening bij onteigeningstrajecten al sinds de oprichting van Gloudemans tot ons vakgebied. In beginsel zal de overheidsinstelling de kosten voor deskundige hulp vergoeden aan degene die onteigend wordt. Voor de onteigende is het van belang dat hij deskundig wordt geadviseerd en vertrouwen heeft in zijn adviseur. Bij Gloudemans zijn we ons zeer bewust van het feit dat onteigening een emotioneel proces is. Wij gaan altijd respectvol om met belangen van de grondeigenaar.

Advies nodig van onze experts?

Heeft u hulp of advies nodig bij een onteigeningstraject? Neem dan contact op met Frederik de Bruijne.

Gloudemans voor het land van morgen