Gloudemans uitsprakenUitspraken

Pacht

Wat is pacht?
Pacht komt veel voor in Nederland. Pacht is een overeenkomst waarbij een stuk landbouwgrond door de eigenaar in gebruik wordt gegeven aan een derde. De pachter moet daarvoor een tegenprestatie leveren. In de meeste gevallen betaalt de pachter een bepaald bedrag aan de verpachter. Er zijn verschillende soorten pacht, die voor verschillende situaties geschikt zijn.

De belangrijkste zijn:

  • reguliere langdurige pacht van los land, gebouwen of een hoeve;
  • teeltpacht van los land;
  • 1-hectarepacht;
  • ‘geliberaliseerde pacht’ van los land, hetzij 6 jaar of korter, hetzij langer dan 6 jaar.

Elke soort kent zijn specifieke voorwaarden. Bij het vervallen van de Pachtwet en de invoering van Hoofdstuk 5 in Boek 7 BW in 2007 is de pachtwetgeving geliberaliseerd en zijn de regels voor pachtprijzen veranderd. De wet geldt voor pachters en verpachters van land, agrarische woningen en bedrijfsgebouwen.

Wij kunnen de verpachting van uw gronden voor u verzorgen.

Vastlegging afspraken
Bij het maken van de afspraken over pacht, dient rekening te worden gehouden met het feit dat aan de verschillende soorten pacht ook verschillende voorwaarden zijn verbonden waaraan partijen zich altijd moeten houden. Voor de meeste pachtvormen zijn partijen voor het bepalen van de pachtprijs gebonden aan maxima van het Pachtprijzenbesluit. Wij kunnen u behulpzaam zijn bij het bepalen van de pachtprijs. Daarnaast kunnen wij voor u een contract opstellen dat voldoet aan het dwingende pachtrecht en aan uw wensen. Ook voor een advies over toepassing van pacht, uitvoering van het contract en het oplossen van problemen kunt u bij ons terecht. Wij verzorgen voor u de verplichte verzending van het pachtcontract aan de Grondkamer en overige formaliteiten.

Als lid van de Pachtkamer van de Rechtbank ’s-Hertogenbosch zijn wij uiteraard op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op pachtgebied.

Toezicht pacht en pachtprijs
Het toezicht op het (mede)gebruik van uw eigendommen door derden, kan door ons worden verzorgd en uiteraard is daarbij controle op inkomsten en uitgaven van belang. Bij bestaande pachtcontracten is het belangrijk om te weten dat de pachtprijs van grond en gebouwen verandert als de pachtnormen veranderen. Dat geldt niet bij gebouwen van niet-grondgebonden landbouw, maar wel bij agrarische bedrijfswoningen. In de praktijk betekent dit dat als de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie nieuwe pachtnormen vaststelt, de pachtprijs in lopende contracten van rechtswege omhoog gaat met een bepaald percentage. Alleen als het gaat om pacht van grond geldt daarbij een bepaald maximum.

Wij kunnen voor u het toezicht houden, zodat de wijziging van de pachtnormen ook teruggekoppeld wordt naar uw inkomsten.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Jean-Paul Vugts of Theo Pruijn.

  • Een enorm tekort aan starterswoningen. Wat gaan we daaraan doen?

    Het lijkt hét speerpunt van veel gemeentes: starterswoningen realiseren. Toch worden starterswoningen niet in grote aantallen gerealiseerd. Het onderwerp starterswoningen fascineert mij enorm. Nu ik een aantal maanden bij Gloudemans werk en haalbaarheidsonderzoeken mag uitvoeren voor diverse gemeentes houdt dit onderwerp mij alleen maar meer bezig. Want waarom komt de bouw van starterswoningen niet van de grond als er enorme behoefte aan is? In deze blog deel ik mijn visie op dit actuele thema en deel ik mogelijke oplossingen waarmee je deze trend kunt doorbreken.

  • Velddriel, woonboerderij met circa 5,5 ha, gelegen aan Sassertweg 12

    Te koop is een woonboerderij met circa 5,5 ha, gelegen aan Sassertweg 12 te Velddriel.

  • 11-08-2021 / ABRS – indirecte beperking ontwikkelingsmogelijkheden

    Appellant is eigenaar van twee percelen braakliggende tuinbouwgrond van in totaal circa 2,5 ha. Op grond van zowel het oude als nieuwe planologische regime is glastuinbouwbedrijf toegestaan indien ten minste 1,5 ha aan kassen op het perceel wordt gerealiseerd. Appellant is van oordeel dat sprake is van een waardedaling van zijn percelen omdat de wijziging van de naastgelegen glastuinbouwgronden naar een bedrijfsbestemming en samenvoeging met andere agrarische gronden niet meer mogelijk is waardoor een volwaardig glastuinbouwbedrijf onmogelijk is geworden.

  • 28-07-2021 / ABRS – Compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een woning. Als gevolg van een planologische wijziging is er sprake van een waardevermindering van de woning. Eerder heeft de Afdeling vastgesteld dat er sprake is van planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Vanwege het feit dat het college in latere vergelijkbare planschadezaken heeft aangegeven eventuele planschade te willen compenseren in natura, heeft de Afdeling het college de mogelijkheid gegeven om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

  • 28-07-2021 / ABRS – Voorzienbaarheid en normaal maatschappelijk risico

    De aanvrager is eigenaar van een woning. Als gevolg van een planologische wijziging wordt er een weg gerealiseerd op een in de buurt van de woning gelegen gebied, waardoor er sprake is van een waardevermindering van de woning. Het college heeft zich, in afwijking van hetgeen de schadecommissie heeft geadviseerd, op het standpunt gesteld dat de planologische ontwikkeling ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was. Voor het geval de planologische ontwikkeling voor de aanvrager ten tijde van de aankoop van de woning niet voorzienbaar was, heeft het college, eveneens in afwijking van het advies van de schadecommissie, de omvang van het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 3% van de waarde van de woning. In geschil is de voorzienbaarheid en de hoogte van het normaal maatschappelijk risico.

  • 21-07-2021 / ABRS- causaal verband

    Appellant is eigenaar van een woning te Dordrecht. De woning is gelegen nabij het Damplein waar de PLUS supermarkt is gevestigd.

    De supermarkt is omstreeks het jaar 2000 verbouwd. Sinds deze verbouwing vinden de lossingen van de voor de supermarkt bestemde goederen aan de achterzijde van de supermarkt plaats.
    De gebruikelijke aanrijroute loopt langs de woning van appellant. Daardoor is het vrachtverkeer, volgens appellant, fors toegenomen. Naar aanleiding van klachten hierover zijn verkeersbesluiten genomen (inrijverbod). Volgens appellant is zijn woning beschadigd door dit zware vrachtverkeer, dat gedurende een lange periode langs zijn woning is gereden.

  • 14-07-2021 / ABRS – Directe planschade milieucategorie

    Appellant is eigenaar van een perceel en opstallen van een bedrijfsobject. Waar voorheen geen beperking gold van de ter plaatse maximaal toegestane milieucategorieën is onder het nieuwe regime een specifieke bedrijfsactiviteit binnen categorie 4.2 toegestaan en voor het overige enkel de milieucategorieën 1 en 2. Op een ander deel van het perceel is maximaal categorie 3.1 toegestaan.

  • 14-07-2021 / ABRS – Huurwaardekapitalisatiemethode

    Appellant is eigenaar van een horecaobject waar door de planologische wijziging meer bebouwing mogelijk wordt gemaakt waardoor de onderneming minder zichtbaar is vanaf het plein en de bezonning op het terras afneemt. Ter discussie staat de in de waardering gebruikte huurwaardekapitalisatiefactor.

  • 30-06-2021 / ABRS – ontbreken rechtstreeks oorzakelijk verband

    Appellante is sinds 12 februari 1997 eigenares van een perceel met recreatiewoning. Op grond van het planologisch regime heeft de recreatiewoning de bestemming “Zomerhuis”.
    In 2007 heeft appelante de gemeenteraad verzocht de bestemming te wijzigen in “Wonen”. De gemeente heeft de aanvraag op 26 juni 2013 afgewezen. De afwijzing van de gemeente heeft bij de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1311) stand gehouden.

  • 30-06-2021 / ABRS – Deskundigenkosten

    Ter discussie staan de deskundigenkosten van appellant. Door de deskundige van appellant zijn 7,7 uren ingediend voor de reactie op het conceptadvies en 6,1 uren voor een reactie op het definitieve advies. Het uurtarief dat de deskundige heeft gehanteerd is € 125,00. Het college acht dat het redelijk is om in totaal 8 uren te vergoeden tegen een tarief van € 75,00.

  • 30-06-2021 / ABRS – Wijziging overgangsrecht

    Appellant is eigenaar van een woning. Die woning is vergund als burgerwoning. In 1992 is de grond bestemd voor agrarische doeleinden en was gebruik als woning in planologische zin niet toegestaan. Het gebruik als burgerwoning is onder het overgangsrecht komen te vallen. Onder het nieuwe planologische regime is de woning bestemd als bedrijfswoning. Appellant stelt hierdoor schade te hebben geleden.

  • 23-06-2021 / ABRS – Vergelijkingsmaatstaf

    Bij besluit heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van appellant om vergoeding van schade als gevolg van het Luchthavenbesluit Lelystad afgewezen. Volgens de minister heeft de rechtbank in de einduitspraak ten onrechte overwogen dat het Luchthavenbesluit voor het eerst het gebruik van Lelystad Airport als burgerluchthaven mogelijk maakt. Het Luchthavenbesluit maakt de groei van de luchthaven Lelystad tot grote regionale luchthaven voor vakantievluchten mogelijk. Dit rechtvaardigt volgens de minister niet de door de rechtbank voorgestane vergelijking, omdat een vergelijking van opeenvolgende rechtsregimes mogelijk is. Daarnaast heeft de rechtbank miskend dat de minister terecht de verandering in de feitelijke geluidsituatie bij haar oordeel heeft betrokken.

  • 16-06-2021 / ABRS – Benoeming, Geluid, Taxatie

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de komst van de A4. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank had de minister de commissie uitgebreid met een taxateur. Niet is gebleken dat de minister appellant op voorhand op de hoogte had gesteld van de benoeming van die taxateur. Daarmee is de beleidsregel geschonden. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat niet gebleken is dat de minister alsdan een andere taxateur zou hebben benoemd.

  • 09-06-2021 / ABRS – Directe planschade en overgangsrecht

    Deze uitspraak is een vervolg op een eerdere tussenuitspraak van de Afdeling waarin is overwogen dat bij een nieuwe uit te werken bestemming de uitwerkingsplicht en de uitwerkingsregels niet in de planvergelijking dienen te worden betrokken. Dat betekent echter niet dat het bouwverbod en het wegbestemmen van het agrarische gebruik niet bij de planvergelijking moeten worden betrokken.

  • 09-06-2021 / ABRS – Doorbreking voorzienbaarheid

    De eigenaar van de onroerende zaak had de mogelijkheid om een tweede recreatiewoning te realiseren. Met de komst van een nieuw bestemming is deze mogelijkheid wegbestemd. Het college is van oordeel dat sprake is van voorzienbaarheid omdat in de Omgevingsverordening van de provincie reeds stond opgenomen dat een extra recreatiewoning niet langer was toegestaan en vervolgens geen concrete pogingen zijn ondernomen.

Spring naar toolbar