GLOUDEMANS - afbeelding blog Duurzame gronduitgifte een sleutel voor de transitie van het landelijk gebied
6 oktober 2026

Hoe grondeigenaren via hun uitgiftebeleid kunnen bijdragen aan de transitie van het landelijk gebied

Hoe kan een grondeigenaar landbouwgrond zo uitgeven dat de grond niet alleen agrarisch wordt benut, maar ook bijdraagt aan de opgaven die in het landelijk gebied samenkomen?

Duurzame gronduitgifte biedt daarvoor een concrete oplossingsrichting. Door vooraf bewuste keuzes te maken over het gewenste grondgebruik en de gebruiker van de grond, kunnen grondeigenaren bijdragen aan een toekomstbestendige landbouw, herstel van natuur en biodiversiteit en verbetering van de kwaliteit van bodem en water. Een afzonderlijke uitgifte lost deze opgaven niet zelfstandig op. Grondeigenaren beschikken met hun grondpositie echter wel over een praktische mogelijkheid om binnen hun eigen invloedssfeer gericht bij te dragen.

 

De resultaten zijn veelbelovend

Uit de analyse van de door Gloudemans begeleide procedures over de periode 2024 tot en met 2026 blijkt dat veel inschrijvers bereid zijn om duurzame maatregelen op de aangeboden gronden toe te passen. In 2026 werden bij 98% van de inschrijvingen eco-activiteiten aangeboden en op alle gegunde clusters worden eco-activiteiten toegepast, passend binnen de bedrijfsvoering van de pachter.

De analyse laat bovendien zien dat inschrijvers die eco-activiteiten aanboden in alle drie onderzochte jaren gemiddeld hoger boden dan inschrijvers zonder eco-activiteiten. Binnen deze procedures ging het aanbieden van duurzame maatregelen dus niet automatisch gepaard met een lagere pachtprijs. Dat is een relevante constatering. Sturen op duurzaamheid hoeft niet op voorhand te betekenen dat een grondeigenaar genoegen moet nemen met een minder aantrekkelijk financieel resultaat.

De resultaten moeten worden bezien binnen de onderzochte procedures. Ligging, grondkwaliteit, pachtduur, gebruiksvoorwaarden en marktomstandigheden blijven van invloed op de belangstelling en de geboden pachtprijs. De uitkomsten laten echter wel zien dat duurzame prestaties en een passende pachtopbrengst goed samengaan.

 

De druk op het landelijk gebied neemt toe

De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat verschillende opgaven in het landelijk gebied niet los van elkaar kunnen worden gezien. Een maatregel die vanuit stikstof bezien logisch is, moet bijvoorbeeld ook passen binnen de doelen voor waterkwaliteit, bodem, klimaat en biodiversiteit.

Dat zien we ook terug in het actuele rijksbeleid. Het kabinet zet in op een forse vermindering van de stikstofuitstoot door de landbouw en op natuurherstel. Volgens de huidige kabinetsvoornemens wordt voor de landbouw richting 2035 gestuurd op een reductie van de ammoniakuitstoot van 42 tot 46% ten opzichte van 2019. Daarbij wordt niet uitsluitend gekozen voor generieke maatregelen, maar nadrukkelijk ook voor een gebiedsgerichte aanpak rondom kwetsbare natuur- en watergebieden.

 

Grondgebondenheid krijgt een steeds belangrijkere rol

Een belangrijke ontwikkeling is de beweging naar een meer grondgebonden melkveehouderij. Het kabinet heeft aangekondigd toe te werken naar een grondgebondenheidsnorm van 2,6 grootvee-eenheden per hectare (GVE/ha). De precieze uitwerking daarvan moet nog plaatsvinden. In het regeerakkoord is daarnaast opgenomen dat uiterlijk in 2032 een eenvoudige grondgebondenheidsnorm moet worden ingevoerd.

De gedachte daarachter is helder: de omvang van een veehouderij moet meer in verhouding komen te staan tot de hoeveelheid beschikbare grond. Daarmee kunnen kringlopen beter worden gesloten, is meer ruimte beschikbaar voor de productie van eigen ruwvoer en kan mest meer op of nabij het eigen bedrijf worden benut.

Voor agrarische ondernemers maakt dit de beschikbaarheid van grond steeds belangrijker. En daarmee wordt ook de manier waarop institutionele en publieke grondeigenaren hun landbouwgrond uitgeven relevanter.

Een grondeigenaar kan hier bijvoorbeeld op inspelen door bij de selectie van pachters niet alleen naar de geboden pachtprijs te kijken, maar ook naar de mate waarin de uit te geven grond daadwerkelijk bijdraagt aan de grondgebondenheid van het bedrijf. Denk aan de verhouding tussen het aantal GVE en de hectares grond die een ondernemer tot zijn beschikking heeft, het aandeel grasland binnen het bedrijf of de afstand tussen de bedrijfsgebouwen en de aangeboden percelen.

Zo wordt gronduitgifte onderdeel van de agrarische structuurversterking.

 

Het einde van de derogatie vergroot het belang van grond

Daar komt de mestopgave bij. Sinds 1 januari 2026 is de Nederlandse derogatie vervallen. Daardoor geldt voor landbouwgrond een maximale gebruiksnorm van 170 kilogram stikstof uit dierlijke mest per hectare per jaar. Voor veel veehouderijbedrijven betekent dit dat de mestplaatsingsruimte op het eigen bedrijf is afgenomen.

Ook hierdoor neemt de betekenis van grond toe.

Meer grond onder een bedrijf kan bijdragen aan een betere balans tussen voerproductie, veebezetting en mestproductie. Dat betekent overigens niet automatisch dat grond altijd aan de meest intensieve veehouder of aan de partij met de grootste grondbehoefte moet worden uitgegeven. Het laat vooral zien dat een grondeigenaar bewust kan nadenken over het doel dat met de uitgifte wordt nagestreefd.

Wil een gemeente bijvoorbeeld bijdragen aan het toekomstperspectief van lokale grondgebonden bedrijven? Dan kan grondgebondenheid worden meegewogen.

Wil een terreinbeheerder juist extensivering rondom een natuurgebied stimuleren? Dan kunnen andere criteria zwaarder wegen.

Dezelfde hectare landbouwgrond kan daarmee, afhankelijk van de ligging en beleidsdoelstelling, een andere functie binnen de gronduitgifte krijgen.

 

Water en bodem vragen om gebiedsgericht maatwerk

Naast stikstof en mest wordt water een steeds belangrijkere factor. De Europese Kaderrichtlijn Water verlangt dat lidstaten uiterlijk in 2027 een goede toestand van het oppervlakte- en grondwater bereiken. Nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen vanuit de landbouw zijn daarbij één van de aandachtspunten. Tegelijkertijd wordt Nederland geconfronteerd met perioden van extreme neerslag én langdurige droogte.

Dat vraagt om maatwerk.

Een perceel in een beekdal vraagt bijvoorbeeld om een andere benadering dan hoogwaardige landbouwgrond in een intensief agrarisch productiegebied. Rond een beek kan het wenselijk zijn om te sturen op permanent grasland, kruidenrijk grasland, beperking van bemesting, bredere bufferstroken of het vasthouden van water. Op droogtegevoelige zandgronden kunnen juist rustgewassen, bodembedekking en organische-stofopbouw belangrijk zijn.

Ook het Rijk benadrukt dat duurzaam bodembeheer afhankelijk is van onder meer grondsoort, grondwaterniveau en lokale omstandigheden. Voorbeelden van maatregelen zijn langjarig grasland, groenbemesters en rustgewassen.

Een uniforme set duurzaamheidsvoorwaarden voor alle landbouwgrond ligt daarom niet voor de hand. Duurzame gronduitgifte begint bij de eigenschappen én de opgaven van het gebied.

 

Van Natura 2000 tot beekdal: verschillende grond, verschillende sturing

De ligging van een perceel kan bijvoorbeeld aanleiding geven tot de volgende accenten.

Rondom Natura 2000-gebieden kan worden ingezet op extensivering, een lagere veebezetting, blijvend grasland, verminderd gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen of natuur- en landschapsbeheer. Het huidige kabinet heeft bovendien aangekondigd rondom kwetsbare natuurgebieden gebiedsgerichte zones te willen instellen waarin aanvullende maatregelen kunnen gelden. De concrete uitwerking daarvan is nog in ontwikkeling.

In beekdalen en nabij oppervlaktewater kan de nadruk juist liggen op waterkwaliteit en waterberging. Denk aan kruidenrijke bufferstroken, beperkingen aan bemesting, permanent grasland of vormen van grondgebruik die passen bij hogere grondwaterstanden.

In weidevogelgebieden kunnen kruidenrijk grasland, aangepast maaibeheer en een hoger waterpeil bijdragen aan de biodiversiteit.

Op kwetsbare zandgronden en in grondwaterbeschermingsgebieden kunnen bodembedekking, rustgewassen en beperking van uitspoelingsgevoelige teelten relevant zijn.

In reguliere agrarische productiegebieden kan het accent juist liggen op behoud van een vitale landbouwstructuur, bijvoorbeeld door grond uit te geven aan bedrijven waarvoor de percelen bijdragen aan grondgebondenheid, een betere verkaveling en kortere transportafstanden.

Duurzaamheid betekent daarmee niet overal hetzelfde. De kunst is om de uitgiftevoorwaarden te laten aansluiten bij hetgeen een gebied daadwerkelijk nodig heeft.

 

Aan welke knoppen kan een grondeigenaar draaien?

Duurzame gronduitgifte begint bij het bepalen van het doel van de uitgifte. De ligging, eigenschappen en opgaven van een perceel zijn daarbij richtinggevend. Een perceel nabij een Natura 2000-gebied vraagt immers om andere accenten dan landbouwgrond in een regulier agrarisch productiegebied of een perceel in een beekdal.

Die gebiedskenmerken kunnen worden vertaald naar selectiecriteria en gebruiksvoorwaarden binnen de uitgifteprocedure. Een grondeigenaar kan bijvoorbeeld sturen op grondgebondenheid, agrarisch natuur- en landschapsbeheer, bodem- en waterkwaliteit of andere gebiedsspecifieke doelstellingen. Daarbij is het niet noodzakelijk om voor ieder perceel dezelfde voorwaarden te hanteren. Juist door per locatie maatwerk toe te passen, kan de uitgifte beter aansluiten bij de gewenste ontwikkeling van het gebied.

Een belangrijk voordeel van deze aanpak is dat inschrijvers zelf kunnen bepalen welke maatregelen het beste aansluiten bij hun bedrijfsvoering. De ene ondernemer kiest bijvoorbeeld voor kruidenrijk grasland, terwijl een andere ondernemer inzet op rustgewassen, bufferstroken of andere maatregelen die beter passen binnen zijn bedrijfsvoering. De grondeigenaar stuurt daarmee op het gewenste doel, zonder vooraf exact voor te schrijven hoe dat doel moet worden bereikt.

Naast inhoudelijke criteria kunnen ook de pachtprijs, de afstand tussen bedrijf en perceel en de looptijd van de overeenkomst onderdeel uitmaken van de afweging. Door niet uitsluitend naar de hoogste pachtprijs te kijken, ontstaat ruimte om ook maatschappelijke en agrarische doelstellingen mee te wegen. De afstand tot het bedrijf kan bijdragen aan een efficiëntere verkaveling en versterking van de agrarische structuur, terwijl een langere looptijd ondernemers meer zekerheid biedt om te investeren in bodemkwaliteit, landschapselementen en andere maatregelen waarvan de effecten pas op langere termijn zichtbaar worden.

Voor publieke grondeigenaren geldt daarbij dat alle criteria en voorwaarden vooraf duidelijk, objectief, toetsbaar en transparant moeten zijn. Daarmee ontstaat een selectieprocedure die enerzijds ruimte biedt voor maatwerk en ondernemerschap, maar anderzijds voldoende houvast geeft om gericht te sturen op de opgaven die in een gebied spelen.

Duurzame gronduitgifte stopt niet bij de selectie van een pachter. Wanneer duurzaamheidscriteria onderdeel zijn van de uitgifte, moeten deze ook controleerbaar zijn. Dat kan bijvoorbeeld aan de hand van de Gecombineerde Opgave, (her)certificering of periodieke controles in het veld. Voor publieke grondeigenaren is het daarbij van belang dat de wijze van monitoring vooraf duidelijk en transparant is.

 

Niet méér regels, maar gerichter sturen

Duurzame gronduitgifte betekent wat ons betreft niet dat zoveel mogelijk duurzaamheidsvoorwaarden aan een pachtovereenkomst moeten worden toegevoegd. De uitdaging zit juist in het maken van keuzes.

Welke maatschappelijke of beleidsmatige opgave speelt op deze locatie? Welke vorm van grondgebruik draagt daar daadwerkelijk aan bij? En welk selectiecriterium, gebruiksvoorwaarde, prijs, looptijd of verkaveling is daarvoor het meest geschikt?

Dat vraagt om een koppeling tussen beleid, gebied en grondgebruik.

De actuele ontwikkelingen rond stikstof, grondgebondenheid, mest, water en bodem maken die koppeling steeds relevanter. Grondeigenaren beschikken met hun grondportefeuille over een concreet instrument om daarop vooruit te lopen. Niet door voor iedere hectare dezelfde voorwaarden op te leggen, maar juist door per gebied bewust aan de juiste knoppen te draaien.

Zo kan gronduitgifte bijdragen aan een landbouw die economisch perspectief houdt én beter aansluit op de opgaven van het landelijk gebied.

Wilt u weten welke mogelijkheden duurzame gronduitgifte voor uw grondportefeuille biedt? Neem gerust contact op met Sandy van Gorp voor meer informatie hierover.

Gloudemans voor het land van morgen