Gloudemans uitsprakenUitspraken

Te ver verwijderd causaal verband

In een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 26 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2025) zien we een voorbeeld van te ver verwijderd causaal verband.

Appellant, exploitant van een tankstation heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend in verband met het Tracébesluit A2 en de daaruit voortvloeiende en de daarmee samenhangende besluiten en uitvoeringshandelingen. Als gevolg hiervan zijn de vergunningen verleend aan de eigenaren van het tankstation (Shell) opgezegd. Per datum intrekking heeft Shell de huurovereenkomsten met appellant opgezegd. Vervolgens heeft Shell aan appellant drie aanbiedingen gedaan voor voortzetting van de exploitatie van het tankstation op 40 meter afstand van de vorige locatie. Hier zijn partijen in de onderhandelingen niet uitgekomen. Appellant claimt inkomstenderving als gevolg van de sluiting van het tankstation van ruim 8,6 miljoen euro. Het tankstation op de nieuwe locatie wordt inmiddels door een derde geëxploiteerd. Ter beantwoording ligt de vraag of er sprake is van causaal verband.

Een extra schakel in de causaliteitsketen
De Afdeling accepteert in de planschadejurisprudentie het bestaan van een extra schakel in de causaliteitsketen 1). Zo werd er in het verleden causaal verband aangenomen tussen het van toepassing zijn van strengere milieuvoorschriften als gevolg van een nieuwe bestemming van nabijgelegen percelen 2) en de daaruit voortvloeiende kosten. De kosten gemaakt om te voldoen aan de aangescherpte milieuvoorschriften komen voor vergoeding in aanmerking. Er werd tevens verzocht om vergoeding van de kosten gemaakt om te voldoen aan de na de bestemmingswijziging vastgestelde richtlijn. Daarvan zegt de Afdeling dat de kosten die gemaakt moeten worden om te voldoen aan na de bestemmingswijziging aangescherpte milieuvoorschriften niet kunnen worden toegerekend aan de nieuwe bestemming. Indien de omstandigheden die de schade veroorzaken, niet rechtstreeks verband houden met de wijziging van het planologisch regime, kan de schade niet worden toegerekend aan het nieuwe bestemmingsplan.

Wel condicio sine qua non, geen causaal verband
In de recente uitspraak van de Afdeling is niet in geschil dat in dit geval een condicio sine qua non-verband kan worden aangenomen tussen het Tracébesluit A2 en de daaruit voortvloeiende en samenhangende besluiten en uitvoeringshandelingen enerzijds en de door het tankstation gestelde schade anderzijds.

Het bestaan van condicio sine qua non is onvoldoende om tot een aanspraak op tegemoetkoming in de gestelde schade te komen. De Afdeling oordeelt dat er wel een verband is tussen het Tracébesluit en de intrekking van de vergunningen en de ontbinding van de exploitatieovereenkomst maar dat de daaruit ontstane schade niet in zodanig verband staat met het Tracébesluit dat deze schade een direct gevolg daarvan is en voor compensatie in aanmerking komt. De schade is het directe gevolg van de beëindiging van de overeenkomst tussen appellant en Shell en de omstandigheid dat appellant niet onder de door haar gewenste voorwaarden een overeenkomst kon aangaan inzake de exploitatie van het nieuwe benzinestation. Daarbij neemt de Afdeling in het bijzonder in aanmerking de aard van de aansprakelijkheid van de minister, de aard van de schade, de aard en strekking van het schadeveroorzakende handelen, alsmede het te ver verwijderde verband tussen het Tracébesluit A2, respectievelijk het intrekkingsbesluit en de gestelde schade.

Het betreft hier aansprakelijkheid op grond van (uiteindelijk) het beginsel van de gelijkheid voor de openbare lasten. Het verzoek betreft vergoeding van zuivere vermogensschade in de vorm van door een onderneming gederfde winst, terwijl het Tracébesluit A2, alsmede het intrekkingsbesluit kunnen worden aangemerkt als rechtmatig handelen van de minister, welk handelen met het oog op de behartiging van het algemeen belang is verricht. Een extra schakel in de causaliteitsketen in de vorm van een contractuele onderhandeling tussen appellant en de Shell wordt door de Afdeling niet geaccepteerd.

Voor meer informatie neem gerust contact op met mij.

Angela Dennissen (06 301 885 80)

1) mr. G.M. van den Broek, Het recht op schadevergoeding bij wijziging van het planologische regime, Bouwrecht monografieën, stichting instituut voor Bouwrecht, Kluwer, Deventer, 2002.
2) ABRS 7 april 1997, BR 1999, 48 m.nt. P.C.E. van Wijmen.

  • 03-06-2020 / ABRS – deskundigenrapport

    Deze week een aantal uitspraken over de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding van inwoners van Venlo. Zij hadden de voormalige minister van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) gevraagd om de waardedaling van hun woning te compenseren als gevolg van het ‘tracébesluit Rijksweg A74’.

  • 27-05-2020 / ABRS – bewijslast

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens het verbod op gebruik als prostitutie-inrichting waardoor zijn panden in waarde zijn gedaald.

  • 20-05-2020 / ABRS – Hoogspanningsverbinding en woz-waarde

    Appellant is eigenaar van een woning op korte afstand van een hoogspanningsverbinding. De planologische wijziging heeft tot gevolg dat de zwaarte van de hoogspanningsverbinding zal toenemen van een gecombineerde 380/150 kV-lijn naar een 380/380 kV-lijn. De vraag staat centraal of appellant als gevolg van deze wijziging in een planologisch nadelige situatie is komen te verkeren.

  • 20-05-2020 / ABRS – voorzienbaarheid

    Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek om nadeelcompensatie in verband met het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere afgewezen.

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 (Haarlemmermeer)

    Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Haarlemmermeer krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan De Veldpost)

  • 29-04-2020 / ABRS – egalitébeginsel

    Namens de rechtsvoorganger van North Sea Port (beheerder en eigenaar van het havengebied Sloehaven ten oosten van Vlissingen) is een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens de wijziging van de begrenzing van het Natura 2000-gebied “Westerschelde & Saeftinghe”. North Sea Port stelt als gevolg van wijzigingsbesluit 19,1 miljoen schade te lijden omdat het niet meer mogelijk is om perceel B3 te ontwikkelen en ter plaatse van B3 een nieuwe natte ontsluiting van het havengebied aan te leggen ten behoeve van de percelen B1 en B2.

  • Een omslag/verschuiving van passieve naar actieve grondpolitiek binnen de Wethoudersvereniging

    Binnen de Wethoudersvereniging zijn de wethouders het erover eens: actieve grondpolitiek is in bepaalde gevallen nodig. Een aantal jaren geleden gaven de bestuurders eerder de voorkeur aan een passieve grondpolitiek als uitgangspunt. Er is dus een verschuiving te herkennen van passieve naar actieve grondpolitiek.

  • 22-04-2020 / ABRS – Tijdsverloop beleidsvoornemen en schadebesluit

    Een eigenaar van een woning in de nabijheid van de Buitenring stelt schade te hebben geleden als gevolg van het Inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg 2012”. Door de schadecommissie is geconcludeerd dat de eigenaar in een nadelige situatie is komen te verkeren. Van een tegemoetkoming in de schade is echter geen sprake omdat de schade voorzienbaar is. Toen de eigenaar de woning in 1970 kocht was op basis van het Streekplan 1962 sprake van voorzienbaarheid. De provincie heeft conform het advies de aanvraag afgewezen.

  • Theo Pruijn over werken in tijden van corona

    Theo Pruijn is sinds 1988 werkzaam bij Gloudemans als taxateur en rentmeester en heeft alles al een keer meegemaakt. Alles? Nou nee, zoiets als een corona-crisis heeft zelfs Theo in de 40 jaar dat hij werkt niet eerder gezien. Een mooi moment om hem te bevragen hoe hij tegen de corona-crisis aankijkt.

  • 08-04-2020 / ABRS – Aanvaardbare marge

    Door de adviseur van het college wordt de waarde vóór gewaardeerd op € 315.000,00 en de waarde ná op € 287.500,00, aldus een waardedaling van € 27.500,00. Appellante is de derdebelanghebbende die de planschade moet betalen en kan zich niet verenigen met de getaxeerde waardedaling. Daartoe schakelt appellante een deskundige in die de waardedaling waardeert op € 15.000,00, over de waarde vóór bestaat tussen partijen geen discussie.

  • Omgevingswet uitgesteld door Corona. Of speelt er meer?

    De invoering van de Omgevingswet is alweer uitgesteld. Op 1 april 2020 is de Tweede Kamer door minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen op de hoogte gebracht. Ondanks dat het 1 april was is het geen grap. Deze keer is het de Coronacrisis die de emmer doet overlopen. Door de samenloop van de grote inzet die van de overheden gevraagd wordt voor de implementatie van de Omgevingswet en de bestrijding van de Coronacrisis wil de minister niet langer vasthouden aan de invoeringsdatum van 1 januari 2020. Het bevoegd gezag kan zich nu eerst richten op het belangrijkste: De bestrijding van het Coronavirus.

  • Kun je als kluizenaar de wereld redden?

    Halverwege maart ben ik teruggekomen van de jaarlijkse Gloudemans wintersport. Onderweg naar de bergen, ter hoogte van de bruinkoolmijnen bij Jackerath, hoorden wij dat de coronamaatregelen in Nederland werden aangescherpt. Via het inmiddels krakende radiosignaal van Radio 2 werd duidelijk dat publieke bijeenkomsten werden verboden en dat er zoveel mogelijk vanuit huis moet worden gewerkt.

  • Planschadetsunami door thuiswerkend Nederland?

    Thuiswerkend Nederland zit achter de keukentafel, een bureau of in de tuin. Tussen het werken en videobellen door kan worden genoten van het uitzicht naar buiten. Wellicht valt juist nu op dat het nieuwe gebouw aan de overzijde toch wel erg groot is. De kans bestaat dat veel aanvragen om planschade worden ingediend. Tot wanneer dient een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade in behandeling te worden genomen?

  • 25-03-2020 / ABRS – feitelijke uitvoeringswerkzaamheden

    Appellant heeft een tegemoetkoming in planschade gekregen vanwege het bestemmingsplan A2 Traverse. Daarnaast heeft appellante verzocht om compensatie van nadeel als gevolg van de feitelijke uitvoeringswerkzaamheden.

  • 25-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht directe planschade

    In deze zaak staat ter discussie of bij directe planschade de gebruiksmogelijkheden onder het overgangsrecht dienen te worden betrokken. Appellant verwijst daartoe naar zeven uitspraken waaruit zou blijken dat overgangsrecht wél dient te worden betrokken. Op grond van die uitspraken zou onder meer rekening dienen te worden gehouden met het overgangsrecht omdat hiermee bij de schadetaxatie rekening wordt gehouden.

Spring naar toolbar