7 oktober 2026
Eerste onteigeningsuitspraak onder de Omgevingswet van de Rechtbank Oost-Brabant
Verschuift het zwaartepunt naar de koopovereenkomst? In ECLI:NL:RBOBR:2026:6728 wijst de Rechtbank Oost-Brabant een verzoek tot bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking af, omdat de gemeente na de zitting met de eigenaars van de percelen een koopovereenkomst heeft gesloten. Volgens de rechtbank ontbreekt daardoor de noodzaak tot onteigening, ondanks dat de eigendomsoverdracht van de percelen afhankelijk is gesteld van de (eind)uitspraak van de Afdeling over het TAM-omgevingsplan. Het vormt de eerste onteigeningsuitspraak onder de Omgevingswet van de Rechtbank Oost-Brabant.
Dit is opvallend. In eerdere besluiten van de Kroon staan vergelijkbare omstandigheden namelijk niet in de weg aan de onteigening. De rechtbank lijkt daarmee een andere invulling te willen geven aan het noodzaakcriterium onder de Omgevingswet. De vraag is nu of deze uitspraak een nieuwe koers onder de Omgevingswet markeert, of dat sprake is van een sterk casuïstisch oordeel. Dat zal de toekomst moeten uitwijzen. De inhoudelijke discussie over de relatie tussen onteigening en overeenkomsten is in ieder geval geopend.
Gloudemans heeft in deze zaak zowel het minnelijk verwervingstraject als de onteigeningsprocedure begeleid. Deze uitspraak onderstreept hoe verwerving, het opstellen van overeenkomsten en onteigening in de praktijk met elkaar samenhangen.
Heeft u een vraag over een verwervingstraject of onteigeningsprocedure? Neem gerust contact op met Michael van Wanrooij of Ilze Bottram