Gloudemans Uitspraak - algemeen
30 april 2018

Rechtbank Noord-Holland – kosten ter voorkoming of beperking van schade

Eiser exploiteert een zeevisserijbedrijf en verzoekt om nadeelcompensatie omdat zijn bedrijfsvoering significant nadelig wordt beïnvloed door de door verweerder uitgevoerde kustversterking Camperduin – Callantsoog in het kader van het projectplan versterking van de primaire waterkering Zwakke Schakels Noord-Holland.

 

bekijk uitspraak

Het verzoek wordt deels ingewilligd en er wordt nadeelcompensatie toegekend tot een bedrag van € 17.256,00. Eiser betoogt dat verweerder ten onrechte de kosten die hij heeft gemaakt voor het aanschaffen van motorvermogen en tonnage ter hoogte van € 11.150,00 niet heeft vergoed.

Op grond van artikel 6:96, eerste lid, van het BW omvat vermogensschade zowel geleden verlies als gederfde winst. Op grond van artikel 6:96, tweede lid, sub a, van het BW komen als vermogensschade mede voor vergoeding in aanmerking redelijke kosten ter voorkoming of beperking van schade die als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid berust, mocht worden verwacht.

Niet in geschil is dat eiser zijn bedrijfsvoering als gevolg van het project Zwakke Schakels Noord-Holland diende aan te passen van staandwantvisserij naar lijnvisserij. De rechtbank overweegt dat de kosten die eiser heeft gemaakt voor het aanschaffen van extra motorvermogen en tonnage geen vrije investeringskosten betreffen, maar kosten die eiser noodzakelijkerwijze heeft moeten maken voor de aanpassing van zijn bedrijfsvoering naar lijnvisserij ter voorkoming of beperking van inkomensschade. Immers, zonder extra motorvermogen en tonnage was de overstap naar lijnvisserij voor eiser niet mogelijk geweest en had hij de exploitatie van zijn visserijbedrijf niet kunnen voortzetten. Deze aanpassing in de bedrijfsvoering is naar aanleiding van het verzoek om nadeelcompensatie in overleg met verweerder tot stand gekomen en is ook door verweerder akkoord bevonden. Het standpunt van verweerder dat de door eiser gemaakte kosten voor het aanschaffen van extra motorvermogen en tonnage geen kosten zijn omdat zij in waarde gelijk blijven, kan de rechtbank niet volgen. Dat het aangeschafte zijn waarde behoudt is hierbij niet relevant, het gaat erom dat kosten gemaakt zijn ter voorkoming of vermindering van schade, die anders niet gemaakt zouden zijn. Verder is van belang dat het verschil tussen deze kosten en de overige door eiser in dit kader gemaakte kosten (waaronder de gevraagde aanschafkosten van een tractor en een boot) die door verweerder wel zijn vergoed onverklaarbaar is gebleven.
De rechtbank is van oordeel dat de kosten die eiser heeft gemaakt voor het aanschaffen van extra motorvermogen en tonnage zijn aan te merken als kosten ter voorkoming of beperking van schade als bedoeld in artikel 6:96, tweede lid, sub a BW. De kosten komen derhalve in beginsel voor vergoeding in aanmerking.

Gloudemans voor het land van morgen