Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

20 maart 2019

20-03-2019 / ABRS – maatstaf taxatie en KOLDU taxatiekaart

De Afdeling stelt dat, anders dan appellant betoogt, in een planschadezaak niet louter de marktwaarde bepalend is voor de taxatie van de waarde van een onroerende zaak. Volgens de maatstaf moet een redelijk denkend en handelend koper bij het bepalen van zijn koopprijs immers rekening houden met de maximale mogelijkheden van het voor de onroerende zaak geldende planologische regime.

13 maart 2019

13-03-2019 / ABRS – BAR, bouwkosten en vormfactor

Als gevolg van de planologische wijziging is het maximaal toegestane bouwvolume op het perceel van aanvrager met in totaal 2.730 m³ afgenomen. Niet in geschil is dat een afname van 2.468 m³ voorzienbaar was, zodat een afname van 262 m³ resteert. Geoordeeld is dat deze afname van het bouwvolume binnen het normaal maatschappelijk risico valt. Namens aanvrager worden verschillende beroepsgronden gericht tegen de uitgevoerde taxatie.

13-03-2019 / ABRS – NMR direct planschade

Appellanten zijn eigenaar van verschillende percelen in de nabijheid van de rivier de Mark in de gemeente Breda. In afwijking van de adviseurs van het college heeft de rechtbank aanleiding gezien om aan te sluiten bij het advies van de StAB. Op basis van dit advies is de directe planschade vastgesteld op 6,25% en het normaal maatschappelijk risico op 5%.

13-03-2019 / ABRS – Sleufsilo

In de oude planologische situatie was het mogelijk om sleufsilo’s op te richten met een maximale bouwhoogte van 1 meter. Daarbij diende volgens de derdebelanghebbende als uitgangspunt te worden gehanteerd dat veevoederbalen ter plaatse worden opgeslagen met een hoogte van 5 meter. De rechtbank had dit met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten op grond van milieuregelgeving. De Afdeling is van oordeel dat de milieuregelgeving daartoe niet in de weg staat en is van oordeel dat de veevoederbalen in de planologische vergelijking dienen te worden betrokken.

6 maart 2019

06-03-2019 / ABRS – NMR en taxatie

Taxatie - Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bepalen van de omvang van de schade niet door een onafhankelijke en onpartijdige deskundige is gedaan. De enkele omstandigheid dat de taxatie is gedaan door de persoon die ook de planvergelijking heeft gedaan, is onvoldoende voor die conclusie. NMR - De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het college de omvang van het normaal maatschappelijk risico op 4% heeft kunnen vaststellen.

06-03-2019 / ABRS – Luchtkwaliteit

De rechtbank heeft overwogen, dat het niet aannemelijk is, dat de bestemming "Bedrijventerrein-1" een zodanige luchtvervuiling met zich zal brengen dat de productieomstandigheden ter plaatse van de percelen van appellant (gelegen in een glastuinbouwgebied) merkbaar zullen verslechteren.

27 februari 2019

27-02-2019 / ABRS – Deskundigheid gemachtigde aanvrager

Appellant kan zich niet verenigen met verschillende aspecten die als uitgangspunt zijn gehanteerd voor de vergoeding van de tegemoetkoming in de planschade. Zo is appellant van oordeel dat de waardevermindering geen € 24.000,00 maar € 27.720,00 dient te betreffen, hetgeen neerkomt op 6% van de oorspronkelijke waarde van de woning. De Afdeling volgt dit standpunt van appellant echter niet.

27-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

In deze procedure staat vast dat appellant schade heeft geleden. Het college heeft in het besluit kenbaar gemaakt dat het voornemens is de schade in natura te compenseren. In het besluit staat opgenomen dat op 31 oktober 2018 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Indien het bestemmingsplan onverhoopt niet onherroepelijk in werking treedt, is het college alsnog bereid om het vastgestelde schadebedrag te betalen.

20 februari 2019

20-02-2019 / ABRS – NMR en geurhinder

De Afdeling oordeelt dat de hoogte van het normaal maatschappelijk risico door Thorbecke niet te hoog is vastgesteld. Daartoe is van belang dat de realisatie van een mestverwerkingsinstallatie tot op zekere hoogte als een normaal maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waar de omwonenden rekening mee hadden kunnen houden, omdat het normaal is dat een bedrijf technisch innoveert en er de laatste jaren veel aandacht is voor wijzen waarop de CO2-uitstoot als gevolg van onder meer de mest van vee kan worden teruggebracht en een mestverwerkingsinstallatie daar één van is. Gelet hierop acht ook de Afdeling een normaal maatschappelijk risico van 3% redelijk.

20-02-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

Appellant heeft verzocht om nadeelcompensatie voor waardevermindering van zijn woning in Eibergen ten gevolge van het Tracébesluit N18 Varsseveld-Enschede. De Afdeling stelt dat appellant rekening diende te houden op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling met de mogelijkheid dat het voor hem meest ongunstige alternatief in de startnotitie zou worden gerealiseerd, namelijk de realisatie van een ongelijkvloerse kruising in de nabijheid van zijn perceel. Echter, ook de voorzienbaarheid van het meest ongunstige alternatief kent haar begrenzing.

13 februari 2019

13-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

Het perceel van appellante met een bedrijfsbestemming is bestemd tot “Groen”. Als gevolg van deze bestemmingswijziging is de waardedaling benaderd aan de hand van onder meer de uitgifteprijs. Door de SAOZ is de uitgifteprijs bepaald op € 140,00 per m². Volgens appellante is ter plaatse een uitgifteprijs van € 300,00 per m² marktconform. Daartoe zijn door appellante reeds voor de advisering ook vier referentiepercelen vermeld. Naar oordeel van de Afdeling kon niet zonder nadere motivering van een uitgifteprijs van € 140,00 worden uitgegaan.

6 februari 2019

06-02-2019 / ABRS – directe schade vervallen milieucategorie, NMR, proceskosten

Appellante heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat de onder het uitbreidingsplan bestaande mogelijkheid voor bedrijfsmatig gebruik in milieucategorie 4 of 5, bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is komen te vervallen en dat dit tot een vermindering van de waarde van de onroerende zaak heeft geleid.

06-02-2019 / ABRS – anderszins verzekerd

Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van de aanleg van de N18. De zogenoemde directe planschade is volgens het advies van de schadecommissie door de minnelijke schikking anderszins verzekerd. De schadecommissie is op grond van de planvergelijking verder tot de conclusie gekomen dat appellant zogenoemde indirecte planschade lijdt door toegenomen geluidhinder, vermindering van de luchtkwaliteit en verslechtering van de algehele omgeving.

06-02-2019 / ABRS – ondeugdelijk gemotiveerd

Appellant is eigenaar van een woning die onderdeel is van het monumentale Fort Steurgat. Dit fort is omgebouwd tot wooneiland met daaromheen een vestinggracht. De beweerdelijk geleden schade bestaat volgens hem door de aanleg van een primaire waterkering rondom het Fort.

30 januari 2019

30-01-2019 / ABRS – Gedeeltelijke voorzienbaarheid

Appellant stelt schade te ondervinden als gevolg van de realisatie van de N201. In de directe nabijheid van het object is een half klaverblad mogelijk gemaakt met bijbehorende inrichting en voorzieningen. Op grond van het voorontwerp was het voorzienbaar dat een ongelijkvloerse kruising werd gerealiseerd. Aangezien daarmee niet een half klaverblad voorzienbaar was, is het college van oordeel dat de schade gedeeltelijk voorzienbaar is.

1 3 4 5 6 7 35
  • 29-01-2020 / ABRS – Concreet beleidsvoornemen

    Actieve risicoaanvaarding is aangenomen op basis van een structuurplan. Appellant is van oordeel dat de contouren en begrenzingen van het plangebied op de bij het structuurplan behorende kaart niet volstrekt duidelijk zijn.

  • 29-01-2020 / ABRS – Compensatie in natura en archeologische waarden

    De eigenaar van gronden met een bedrijfsbestemming had de mogelijkheid om twee bedrijfswoningen per bedrijf te bouwen. In het nieuwe bestemmingsplan komt deze mogelijkheid te vervallen. Dit planologische nadeel wordt in natura gecompenseerd.

  • 29-01-2020 / ABRS – NMR / aanleg weg

    Als gevolg van de komst van een nieuwe weg stelt aanvrager schade te hebben geleden. Het debat in hoger beroep gaat onder meer over de omvang van het normaal maatschappelijk risico.

  • 22-01-2020 / ABRS – onzorgvuldig handelen

    Appellant, een restaurant in Hoofddorp, heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend vanwege reconstructiewerkzaamheden als gevolg waarvan de rechtstreekse toegang tot het restaurant is afgesloten.

  • 22-01-2020 / ABRS – NMR

    Aanvragers stellen schade te ondervinden als gevolg van een plan dat het voor een café mogelijk maakt een vlonderterras aan te leggen aan de Maas. De deskundige had het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 2%. De rechtbank heeft overwogen dat de aanleg van een terras een normaal maatschappelijke ontwikkeling is waarmee aanvragers rekening hadden kunnen houden en heeft het normaal maatschappelijk risico verhoogd naar 4%.

  • 22-01-2020 / ABRS – NMR / inbreidingslocatie

    Als gevolg van de komst van vijf woningen stelt aanvrager schade te hebben geleden. Tussen partijen is de omvang van het normaal maatschappelijk risico in geschil.

  • 22-01-2020 / ABRS – Verkeersbewegingen en woz-waarde

    Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van een verleende vrijstelling en bouwvergunning. De derdebelanghebbende is van oordeel dat voor de waardedaling onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd.

  • 15-01-2020 / ABRS – advies deskundigencommissie

    Appellant claimt schade aan zijn woning (scheur- en schimmelvorming) als gevolg van werkzaamheden van het waterschap aan de Elsbemden te Maasbree. In hoger beroep draait het om de vraag of het verzoek afgewezen mocht worden op basis van het advies van de deskundigencommissie.

  • Nieuwsjaarsboodschap

    Vanuit ons nieuwe kantoor bedanken wij u voor de plezierige samenwerking in 2019. Vol duurzame energie en met een flinke werklust maken wij graag samen met u ook van 2020 een succesvol jaar. Dat doen we met veel plezier, inzet en professionaliteit vanuit onze visie: Down to Earth.

  • 24-12-2019 / ABRS – normaal maatschappelijk risico

    Liander heeft op verzoek van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland kabels verlegd wegens de aanpassingen aan de N23 Westfrisiaweg en vervolgens een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. Een deel van dit verzoek is gehonoreerd. Een deel is afgewezen onder verwijzing naar de Schadevergoedingsregeling verlegging kabels en leidingen buiten het beheergebied van de Provincie Noord-Holland.

  • 24-12-2019 / ABRS / Voorzienbaarheid aanwijzingsbesluit

    In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de planschade voorzienbaar was op basis van een aanwijzingsbesluit van 22 september 2005. Appellant heeft de woning op 24 augustus 2006 gekocht en was tot 27 november 2017 eigenaar van de woning.

  • 18-12-2019 / ABRS / directe schade

    Appellant heeft het college verzocht hem tegemoet te komen in de planschade. Met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan heeft het perceel van appellant een woonbestemming gekregen en is de agrarische bestemming die op dit perceel rustte komen te vervallen. Hierdoor is dit perceel in waarde gedaald. Verder brengt de bestemmingswijziging inkomensschade met zich, omdat op het perceel niet langer een agrarisch bedrijf kan worden geëxploiteerd, aldus appellant.

  • 18-12-2019 / ABRS / taxatierapport

    Appellant voert in hoger beroep tevergeefs aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat voor de door de SAOZ uitgebrachte taxatie hetzelfde geldt als voor het door hem ingebrachte taxatierapport, namelijk dat die pas jaren na de planwijziging is opgemaakt.

  • 18-12-2019 / ABRS / voorzienbaarheid en risicoanalyse

    Appellant bestrijdt dat het op het moment dat hij zijn woonhuis kocht kenbaar was dat het uitwerkingsplan was vastgesteld en dat het ontwerp ervan ter inzage heeft gelegen.

  • 18-12-2019 / ABRS / Evident privaatrechtelijke belemmering

    Ter discussie staat de maximale planologische invulling van de tuingrond van appellant. De SAOZ heeft geoordeeld dat voor bebouwing rekening dient te worden gehouden met een afstand tot beide zijdelingse perceelgrenzen van 2 meter wegens gevelopeningen. Appellant stelt dat de SAOZ diende uit te gaan van bebouwing tot op de perceelsgrens.

Spring naar toolbar