Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

1 augustus 2018

01-08-2018 / ABRS – Onafhankelijkheid taxateur

Aanvrager stelt directe planschade te ondervinden als gevolg van verminderde bebouwingsmogelijkheden.

25 juli 2018

25-07-2018 / ABRS – Waardering en woz-waarde

Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van een omgevingsvergunning. Als gevolg van die omgevingsvergunning is er sprake van een planologische wijziging van – samengevat weergegeven – één huishouden naar een onbeperkt aantal huishoudens. Naar het oordeel van de rechtbank hadden de deskundigen de gevolgen van deze planologische wijziging onvoldoende onderkend. Verder heeft de rechtbank overwogen dat bij de waardering van het nadeel een daling van de woz-waarde moet worden betrokken. Dat heeft het college ten onrechte nagelaten, aldus de rechtbank.

25-07-2018 / ABRS – Beperking bedrijfsvoering

Appellant heeft een varkenshouderij in de gemeente Weert. Tegenover zijn bedrijf is een burgerwoning mogelijk gemaakt. Onder de oude planologische situatie was daar een agrarisch bedrijf mogelijk inclusief bedrijfswoning. De rechtbank had (in navolging van het college en de deskundige) geoordeeld dat er geen sprake was van een belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf van appellant. In de directe nabijheid zijn al woningen aanwezig die een verdere uitbreiding van het bedrijf reeds zouden beperken.

18 juli 2018

18-07-2018 / ABRS – Overgangsrecht en NMR

Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de planologische wijziging waarin zijn agrarische percelen een natuurbestemming hebben verkregen. Op het perceel is een stal aanwezig die onder het overgangsrecht valt. De Afdeling oordeelt dat de mogelijkheden ingevolge de overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan buiten beschouwing dienen te worden gelaten bij een planologische vergelijking en een waardebepaling van het object. Dit geldt ook in de oude planologische situatie.

11 juli 2018

11-07-2018 / ABRS – Bouwverbod en uit te werken bestemming

Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de komst van een bestemmingsplan waarin zijn onroerende zaak een uit te werken bestemming voor woongebied heeft gekregen. De rechtbank heeft in navolging van het college geoordeeld dat de schade eerst kan worden vastgesteld nadat het uitwerkingsplan onherroepelijk is geworden. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank.

11-07-2018 / ABRS – Niet gecertificeerd taxateur

Appellant betoogt dat het college niet van het advies van de SAOZ uit mocht gaan omdat de SAOZ ten onrechte geen gecertificeerd taxateur heeft ingeschakeld voor de waardering van het planologisch nadeel. Appellant heeft daarentegen zelf een waardering overgelegd van een register-taxateur en gecertificeerd taxatie- en rentmeesterkantoor.

4 juli 2018

04-07-2018 / ABRS – Oppervlakte taxatie

Appellante betoogt dat de SAOZ van onjuiste oppervlakten voor de tweede en derde bouwlaag in het pand is uitgegaan. De SAOZ is in het planschadeadvies uitgegaan van oppervlakten voor de eerste verdieping van 150 m² en voor de tweede verdieping van 95 m². Volgens het planschadeadvies heeft appellante deze oppervlakten aan de SAOZ opgegeven en komen deze oppervlakten overeen met kadastrale gegevens.

20 juni 2018

28-06-2017 (publicatie 20-06-2018) Rb Midden-Nederland – wijzigingsplan

Op 23 januari 2001 is er een wijzigingsplan vastgesteld ter plaatse van het perceel van eiser waar zich twee loodsen bevinden. Beide loodsen zijn onder het overgangsrecht gebracht. Bij besluit van 5 november 2002 is aan eiser vrijstelling verleend van het wijzigingsplan, voor de opslag van bouwmaterialen in de grote loods. Op 25 juni 2012 is er een bestemmingsplan vastgesteld waarbij op de grote loods een bedrijfsbestemming met opslag functieaanduiding rust. De kleine loods is niet meer ingetekend en niet bestemd.

13 juni 2018

18-04-2018 (publicatie 13-06-2018) Rb Gelderland – NMR door rechtbank vastgesteld

Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid van nieuwbouw van 64 woningen. Adviesbureau Langhout & Wiarda stelt het normaal maatschappelijk risico vast op 4% hetgeen naar oordeel van eiser ten onrechte is. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en stelt het normaal maatschappelijk risico vast.

13-06-2018 / ABRS – NMR inbreidingslocatie

Appellant betreft de derdebelanghebbende en initiatiefnemer van de bouw van een vrijstaande woning waarvoor belanghebbende een verzoek tot tegemoetkoming in planschade heeft ingediend. Appellant is van mening dat de planologische verandering in de lijn der verwachting lag en dat de schade geheel binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De Afdeling overweegt als volgt.

13-06-2018 / ABRS – ontbreken definitie in planregels

De Afdeling oordeelt hier dat nu in de bij het oude bestemmingsplan behorende planregels geen definitie van een melkstal of een schuilstal is gegeven een redelijke uitleg van deze begrippen met zich brengt, in aansluiting op het algemeen spraakgebruik, dat onder een melkstal een speciaal voor het melken van koeien ingerichte stal wordt verstaan en onder een schuilstal een stal, waarin dieren zelf in en uit kunnen lopen ter beschutting tegen bijvoorbeeld regen. Gelet op die functies, was het oprichten van een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 5 m¹, bijvoorbeeld ten behoeve van de opslag van goederen in de kap van dat gebouw, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten.

08-06-2018 (publicatie 13-06-2018)/ Rb Gelderland – NMR en taxatie

Eisers betogen dat de taxatie die aan de besluitvorming ten grondslag ligt onjuist is en dat de waarde van de villa op de peildatum te laag is vastgesteld. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de taxatie op inzichtelijke wijze is vastgesteld.

6 juni 2018

06-06-2018 / ABRS – Voorzienbaarheid varianten rondweg

Appellanten ondervinden schade als gevolg van de komst van een rondweg. In hoger beroep ligt de vraag voor of deze rondweg ten tijde van de aankoop voorzienbaar was.

30 mei 2018

28-03-2018 (publicatie 30-05-2018)/ Rb Midden-Nederland – gelijkheidsbeginsel

Eisers beroepen zich op het gelijkheidsbeginsel en betogen dat verweerder in hun geval niet een percentage van 3% als normaal maatschappelijk risico kon hanteren, terwijl verweerder in vergelijkbare gevallen een percentage van 2% als normaal maatschappelijk risico heeft gehanteerd. Dat eisers hun planschadeverzoek op een latere datum hebben ingediend, is volgens hen niet relevant, omdat de schade is veroorzaakt door hetzelfde projectbesluit en ook dezelfde peildatum van toepassing is. Het beroep op gelijkheidsbeginsel slaagt.

23 mei 2018

23-05-2018 / ABRS – Voorbereidingsbesluit, schaduwschade

Appellant heeft verzocht om vergoeding van planschade als gevolg van een voorbereidingsbesluit. Volgens appellant bieden de redelijkheid en billijkheid een grondslag voor het vergoeden van schaduwschade. De Afdeling gaat hier niet in mee.

  • Faciliteren van gebiedsontwikkelingen: hoe moet dat?

    Waar moet je op letten als je een gebiedsontwikkeling wil faciliteren en wat hebben markt en overheid van elkaar nodig? Met die vragen in het achterhoofd organiseerden Gloudemans en Urban Reality gezamenlijk op 15 november 2018 een kennissessie in ‘De Verdraagzaamheid’ in Zaltbommel.

  • 21-11-2018 / ABRS – Windturbine en gebruikelijke marges bij taxaties

    Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de komst van windturbines.

  • 21-11-2018 / ABRS – Nauwkeurige bepaling toename bouwmassa

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van onder meer een toename van de bouwmassa. In het advies van de SAOZ staat niet het aantal vierkante meters opgenomen waarmee de bouwmogelijkheden zijn uitgebreid. In het advies is opgenomen dat de nadelen voor appellant bestaan uit enige extra aantasting van het uitzicht en enige extra schaduwhinder en zonlichtvermindering.

  • 21-11-2018 / ABRS – na-ijlen omzetderving

    In verband met de reconstructie van de rondweg heeft de exploitant van een tankstation een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. De SAOZ hanteert een na-ijlperiode van drie maanden na beeïndiging van de werkzaamheden waarin nog rekening wordt gehouden met omzetdaling.

  • Het taxatieproces binnen Gloudemans succesvol geoptimaliseerd

    Afgelopen jaar heeft een team binnen Gloudemans, begeleid door iValue Improvement, gewerkt aan het verbeteren van het taxatieproces. Aanleiding hiervan was het proces zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de regelgeving en praktijkhandleidingen van het NRVT, maar ook zeker om de groeiende vraag aan te kunnen met de huidige personele bezetting. Uiteindelijk moesten deze veranderingen bijdragen aan de doelstelling van Gloudemans om een hoge kwaliteit te leveren die voldoet aan de wensen van de klanten van Gloudemans.

  • 14-11-2018 / ABRS – Primaire advies of second opinion en compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een perceel dat in het buitengebied van Valkenswaard is gelegen. De gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld waardoor de agrarische bestemming met bouwmogelijkheden voor een agrarisch bedrijf komt te vervallen en onder het nieuwe regime voornamelijk een bestemming voor natuur en waterberging heeft gekregen. In eerste instantie heeft het college om een advies gevraagd aan de SAOZ.

  • 14-11-2018 / ABRS – Hoogspanningsmast, magneetveldzone en gezondheidsrisico

    Appellant is eigenaar van een appartement en stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van de planologische basis voor het realiseren van een combinatiehoogspanningslijn. De Afdeling heeft de StAB verzocht in deze zaak te adviseren. De StAB stelt dat het appartement onder de maximale mogelijkheden niet binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla komt te liggen. Daartoe stelt de StAB dat het voorzorgbeginsel als een juridische beperking van de maximale planologische mogelijkheden moet worden aangemerkt. De Afdeling gaat daar niet in mee.

  • Besluit van 5 oktober 2018, nr. 2018001774

    Besluit van 5 oktober 2018, nr. 2018001774 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Lelystad krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van een verbindingsweg vanaf het eerste deel Anthony Fokkerweg tot de nieuwe aansluiting op de rijksweg A6, alsmede voor de aanleg van deze halve aansluiting op de rijksweg A6, ter hoogte van de Lage Dwarsvaart, met bijkomende werken)

  • 07-11-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding, benuttingstermijn

    Appellant heeft een bestaande agrarische onderneming die bestaande kassen exploiteert. Direct naast de bestaande kassen bestond de mogelijkheid om het bestaande complex uit te breiden. Deze mogelijkheid is wegbestemd. Niet ter discussie staat dat uit het gepubliceerde structuurplan voorzienbaarheid kan worden aangenomen. Ter discussie staat de vraag of de periode van elf maanden tussen het structuurplan en het ontwerpbestemmingsplan voldoende is om de bouwmogelijkheden te benutten.

  • 07-11-2018 / ABRS – Kosten voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand

    Appellant heeft zich bij de planschadeprocedure vóór het primaire besluit laten bijstaan door een gemachtigde en wenst een vergoeding voor de gemaakte kosten. Het college heeft besloten dat de opgevoerde kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Volgens het college volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling dat deskundigenkosten in de aanvraagfase alleen voor vergoeding in aanmerking komen als het inroepen van een deskundige redelijk is. Dit is volgens het college hier niet het geval, omdat de deskundige die appellant heeft verzocht advies uit te brengen, niet onpartijdig is. Die deskundige treedt namelijk ook als gemachtigde van appellant op.

  • 31-10-2018 / ABRS – Ruimtelijk relevant gevolg

    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de leegstand van het pand van appellant a en b (ingericht als supermarkt) niet als een ruimtelijk gevolg van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Veldwijk Noord – Winkelcentrum kan worden aangemerkt. Het bestemmingsplan maakt onder meer op een afstand van ongeveer 500 meter van het pand van appellant a en b detailhandel met een maximaal bruto vloeroppervlak van 3.000 m2 mogelijk.

  • 31-10-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding ondanks bezit bouwvergunning

    Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college passieve risicoaanvaarding aan haar mocht tegenwerpen omdat zij gedurende de benuttingsperiode geen aanvraag om omgevingsvergunning voor het benutten van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het pand bij de gemeente heeft ingediend. Daartoe voert zij aan dat zij ten tijde van de benuttingsperiode in het bezit was van een onherroepelijke bouwvergunning voor onder meer het verbouwen van de verdiepingen van het pand tot appartementen.

  • 31-10-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding

    Appellant voert aan dat de gemeente, gezien de met hem gesloten overeenkomst, de planologische wijziging voor een perceel niet mocht vaststellen en hem in deze planschadeprocedure geen voorzienbaarheid en passieve risicoaanvaarding kan tegenwerpen.

  • 16-10-2018 (publicatie 29-10-2018) / Rb – classificeren schade en daaraan gekoppeld percentage

    Verweerder heeft ten onrechte het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan als schadeveroorzakend besluit aangemerkt. Naar oordeel van de rechtbank is het vrijstellingsbesluit van 22 januari 2008 het schadeveroorzakend besluit. Rechtbank ziet aanleiding om StAB in te schakelen. Rechtbank is van oordeel dat afgegaan mag worden op de inhoud van het verslag van de StAB en de daarbij gevoegde rapporten van de taxateur. Verweerder had advies van adviesbureau niet aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen. Volgt vernietiging van bestreden besluit. Rechtsgevolgen worden in stand gelaten, nu StAB op lager schadebedrag uitkomt.

  • 16-05-2012 (publicatie 25-10-2018) / Rb – uit te werken bestemming

    In casu dient een vrijstellingsbesluit (nieuwe planologische situatie) te worden vergeleken met het bestemmingsplan “Bolnes-Noord 1997” (oude planologische situatie). Tussen partijen is in geschil of verweerder bij het bepalen van de maximale gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden op grond van het bestemmingsplan terecht de maximale invulling van de uit te werken bestemming ‘Uw’ heeft betrokken. Vaststaat dat voor de gronden met de bestemming ‘Uw’ geen sprake is van een verwezenlijkt uitwerkingsplan.

Spring naar toolbar