Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

25 maart 2020

25-03-2020 / ABRS – Te hoog NMR en woz-waarde

Appellant is eigenaar van een woning en heeft een aanvraag om planschade ingediend. Voor twee vergelijkbare woningen in de nabijheid is reeds planschade toegekend. Aanvrager constateert dat voor één van die woningen de waarde voorafgaand aan de wijziging 31% hoger is geschat terwijl de woz-waarde maar 7% afwijkt.

18 maart 2020

18-03-2020 / ABRS – Verjaringstermijn

In deze zaak staat der discussie of de appellanten één dag te laat waren met het indienen van de aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade.

18-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht bij directe schade en woz-waarde

Appellant is eigenaar van agrarische gronden die een natuurbestemming krijgen. Bij de besluitvorming is door het college de mogelijkheid betrokken om onder het overgangsrecht het agrarische gebruik te continueren. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak overweegt de Afdeling dat als hoofdregel geldt dat de mogelijkheden op grond van de overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten dienen te worden.

11 maart 2020

11-03-2020 / ABRS – NMR na gedeeltelijke voorzienbaarheid

Appellant heeft schade ondervonden die gedeeltelijk voorzienbaar is. In deze zaak staat onder meer ter discussie of de drempel voor het normaal maatschappelijk risico dient te worden getoetst aan de totale of alleen de niet-voorzienbare schade.

4 maart 2020

04-03-2020 / ABRS – Uitbreidingsmogelijkheden

Appellant is eigenaar van gronden waarop voorheen een glastuinbouwbestemming gold. Op deze gronden is vervolgens voorzien in een uit te werken woonbestemming. De schade is vervolgens gecompenseerd in natura door de glastuinbouwbestemming terug te bestemmen. Appellant is van oordeel dat hiermee de schade niet volledig is gecompenseerd, door de uit te werken woonbestemming op de omliggende gronden dient bij uitbreiding rekening te worden gehouden met de omliggende woonfunctie.

04-03-2020 / ABRS – Twijfel aan juistheid taxatie / uit te werken bestemming

Appellant is eigenaar van gronden waarop de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn beperkt. Onder het oude planologische regime worden de gronden gewaardeerd op € 750.000,00 en onder het nieuwe planologische regime op € 5.000,00, aldus een waardedaling van € 745.000,00. Ter discussies staat de taxatie.

19 februari 2020

19-02-2020 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding

Appellant is eigenaar van gronden met een bedrijfsbestemming. Als gevolg van een bestemmingswijziging worden de gronden bestemd voor een uit te werken bestemming voor woningbouw.

12 februari 2020

12-02-2020 / ABRS – Ligplaats woonboten en vergunningen beleid

Een eigenaar van een jachthaven stelt planschade te hebben geleden als gevolg van een bestemmingsplan op grond waarvan het gebruik van de wateren voor ligplaatsen voor woonboten niet langer zijn toegestaan. De aanvraag was afgewezen omdat er geen sprake was van een planologisch nadelige situatie.

12-02-2020 / ABRS – Marktonderzoek

Als gevolg van de komst van windturbines is de schade voor een omliggende woning bepaald op minder dan 2% van de waarde van de woning. Appellant kan zich hier niet mee verenigen.

29 januari 2020

29-01-2020 / ABRS – Concreet beleidsvoornemen

Actieve risicoaanvaarding is aangenomen op basis van een structuurplan. Appellant is van oordeel dat de contouren en begrenzingen van het plangebied op de bij het structuurplan behorende kaart niet volstrekt duidelijk zijn.

29-01-2020 / ABRS – Compensatie in natura en archeologische waarden

De eigenaar van gronden met een bedrijfsbestemming had de mogelijkheid om twee bedrijfswoningen per bedrijf te bouwen. In het nieuwe bestemmingsplan komt deze mogelijkheid te vervallen. Dit planologische nadeel wordt in natura gecompenseerd.

29-01-2020 / ABRS – NMR / aanleg weg

Als gevolg van de komst van een nieuwe weg stelt aanvrager schade te hebben geleden. Het debat in hoger beroep gaat onder meer over de omvang van het normaal maatschappelijk risico.

22 januari 2020

22-01-2020 / ABRS – NMR

Aanvragers stellen schade te ondervinden als gevolg van een plan dat het voor een café mogelijk maakt een vlonderterras aan te leggen aan de Maas. De deskundige had het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 2%. De rechtbank heeft overwogen dat de aanleg van een terras een normaal maatschappelijke ontwikkeling is waarmee aanvragers rekening hadden kunnen houden en heeft het normaal maatschappelijk risico verhoogd naar 4%.

22-01-2020 / ABRS – NMR / inbreidingslocatie

Als gevolg van de komst van vijf woningen stelt aanvrager schade te hebben geleden. Tussen partijen is de omvang van het normaal maatschappelijk risico in geschil.

22-01-2020 / ABRS – Verkeersbewegingen en woz-waarde

Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van een verleende vrijstelling en bouwvergunning. De derdebelanghebbende is van oordeel dat voor de waardedaling onjuiste uitgangspunten zijn gehanteerd.

  • Vormfactor: marktwaarde of marktwaarde zonder bijzonder uitgangspunt?

    Voor het bepalen van de grondwaarde van appartementencomplexen wordt veelal gekeken naar de residuele systematiek. Binnen de residuele systematiek zal er worden gekeken naar een marktconforme opbrengstpotentie en zullen op basis van kengetallen de stichtingskosten worden geraamd. Door de geschatte opbrengstpotentie te verminderen met de geraamde stichtingskosten resulteert een grondwaarde. Een taxateur kan de uitkomst altijd toetsen aan de hand van een grondquote of deze past binnen een marktconforme bandbreedte.

  • 17-03-2021 / ABRS – NMR en compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een terrein van 8.74.56 ha. Onder het nieuwe planologische regime is bepaald dat bouwpercelen een minimale omvang hebben van 5.000 m². Onder het oude planologische regime was geen beperking van de omvang gesteld zodat appellant stelt een waardevermindering te hebben ondervonden. Door de deskundige van het college is de schade vastgesteld op € 4.169.000,00.

  • 03-03-2021 / ABRS – Compensatie in natura na overdracht

    De eigenaar van een perceel in de gemeente Sittard-Geleen is als gevolg van een planologische wijziging geconfronteerd met verminderde gebruiks- en bouwmogelijkheden. De gemeente besluit om de planschade in natura te compenseren door het terug bestemmen van de gebruiks- en bouwmogelijkheden. De Afdeling haalt een streep door dit besluit omdat ten tijde van het besluit niet zeker was dat het nieuwe bestemmingsplan ook daadwerkelijk in werking zou treden én was geen tegemoetkoming vastgesteld voor het geval het bestemmingsplan de eindstreep niet zou halen.

  • 03-03-2021 / ABRS – normaal maatschappelijk risico bij herbouw

    De eigenaar van een woning stelt schade te ondervinden als gevolg van de planologische mogelijkheid om in de nabijheid van zijn woning een woonboerderij op te richten. Die woonboerderij was afgebrand en kon onder het overgangsrecht worden herbouwd. Het bestemmingsplan gaf de mogelijkheid om die woonboerderij op een andere plek te herbouwen. In hoger beroep stond ter discussie of het college in redelijkheid heeft kunnen aansluiten bij het minimale wettelijk forfait van 2% nmr.

  • 24-02-2021 / ABRS – hoogste waarde / taxatie

    Aan appellant is een nadeelcompensatie van € 15.900,00 toegekend vanwege het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere als gevolg waarvan het perceel in waarde zou zijn gedaald. De schadecommissie concludeert dat er geen sprake is van toename van de geluidsbelasting of verslechtering van de luchtkwaliteit. Wel is er sprake van tijdelijke schade ten gevolge van de uitvoering van de tracébesluiten. Het beroep ziet op de taxatie van de waarde van het perceel en het normaal maatschappelijk risico. De taxateur van de schadecommissie heeft het perceel gewaardeerd met de hoogste waarde als bouwkavel omdat de kwaliteit en het volume van de opstallen in relatie tot de grondwaarde het niet rechtvaardigt de bestaande opstallen te handhaven. De door aanvrager ingebrachte taxatie is ervan uitgegaan dat de woning op het perceel niet meer zal worden bewoond en derhalve van de grondwaarde, mede vanwege de op het perceel aanwezige hoogspanningsmast.

  • Onteigening gaat niet over één nacht ijs

    “O wind, als winter komt, laat lente niet lang op zich wachten”. Met deze mooie woorden van de Engelse dichter Percy Bysshe Shelley (1792-1822), een stevige oostenwind en Nederland bedekt onder een laag sneeuw, zie ik de datum van 1 januari 2022 dichterbij komen. De datum 1 januari 2022 is nog steeds de datum waarop wordt beoogd de Omgevingswet in werking te laten treden. Dit lijkt ver weg, maar voor veel projecten waarbij wordt overwogen als sluitstuk het grondbeleidsinstrument “onteigening” in te (moeten) zetten, is een afweging op dit moment de moeite waard en is het aan te bevelen nu voorbereidingen te treffen.

  • 03-02-2021 / ABRS – Vrijstelling eerste fase, salamitactiek

    Appellant is eigenaar van een woning nabij gronden die voorheen een natuurbestemming hadden. In 2004 was een vrijstelling eerste fase verleend voor de realisatie van twaalf bouwkavels. In 2014 is op basis van die vrijstelling een omgevingsvergunning activiteit bouwen verleend voor de bouw van één woning. Appellant is van oordeel dat de wettelijke systematiek en het overgangsrecht voor hem tot een onredelijke uitkomst hebben geleid.

  • 03-02-2021 / ABRS – Lokale functie horeca, belastingschade

    De eigenaar en de exploitant van een horecalocatie in Duiven stellen planschade te hebben ondervonden als gevolg van het gewijzigde bestemmingsplan. Door de planologische wijziging is de zichtbaarheid van de horecalocatie verminderd en de bezonning op het terras afgenomen.

  • 20-01-2021 / ABRS – geluidhinder / normaal maatschappelijk risico

    Appellante claimt schade als gevolg van het Tracébesluit A27/A1 Aansluiting Utrecht Noord – Knooppunt Eemnes – Aansluiting Bunschoten-Spakenburg. De schade leidt volgens haar tot extra geluid en fijnstof op het perceel en een verslechterde ligging van het perceel. Hierdoor is de waarde van haar perceel gedaald.

  • 23-12-2020 / ABRS – Publicatie beleidsvoornemen

    Appellant is eigenaar van een perceel op het industrieterrein van Schagerbrug. Als gevolg van een planologische wijziging waren de bouwmogelijkheden op dat perceel beperkt. Niet in geschil is dat het voorontwerp bestemmingsplan voldoende is om voorzienbaarheid tegen te werpen. Het voorontwerp is vanaf 10 maart 2011 ter inzage gelegd en voorafgaand daaraan zijn folders verspreid om het voorontwerp onder de aandacht te brengen. De vraag staat centraal of op basis van deze openbaarmaking aanleiding bestond om er rekening mee te houden dat het voorontwerp betrekking heeft op het gebied waar het perceel is gelegen en dat daarom van appellant mocht worden verwacht dat hij het voorontwerp zou raadplegen.

  • 16-12-2020 / ABRS – Schadetaxatie

    Door de adviseur van het college is vastgesteld dat de waarde van de woning van appellant van € 625.000,00 naar € 613.000,00 is gedaald. Deze waardedaling valt onder het wettelijk forfait voor het normaal maatschappelijk risico. Nadien is gebleken dat de woning voor € 471.500,00 is verkocht. Omdat dit bedrag sterk afwijkt van de taxatie heeft het college een nieuw advies gevraagd bij een andere deskundige. Die deskundige stelt vast dat de woning onder het oude planologische regime een waarde had van € 440.000,00. De waardedaling zou voorts niet meer bedragen dan het wettelijk forfait, zodat geen aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de planschade.

  • Hoe planschade beter overeenkomt met de feitelijke situatie

    Sinds 2008 wil de wetgever af van planschadevergoedingen voor planschade die voortvloeit uit een nog nader uit te werken bestemming. Mijn collega Klaas Verbeek heeft in zijn vorige blog een introductie geschreven over de flexibiliteit van de planschadebeoordeling. Ik neem het stokje over en ga in op wat de komst van het zesde lid in artikel 6.1 van de Wro voor gevolgen heeft gehad op planschade.

  • Simpele groenstrookjes, ingewikkelde discussiepunten

    Vaak gaat het over kleine stukjes en dus ook niet over grote bedragen: reststroken taxeren. Het lijkt zo eenvoudig, maar vaak is het dat niet. Iedere situatie is namelijk anders en leidt tot een ander gesprek met de potentiële kopers in kwestie. Daarom krijgen wij geregeld vragen en taxatieverzoeken van gemeenten die stoeien met hun reststrokenbeleid. Om een idee te geven hoe de waardering van die paar vierkante meter tot stand komt, bespreek ik vier zaken waar we zoal rekening mee houden.

  • 02-12-2020 / ABRS – Zekerheid grenzende waarschijnlijkheid milieuruimte

    Appellant is eigenaar van een agrarisch bedrijf in het buitengebied van Lelystad. In de nabijheid van dit bedrijf is een diergeneeskundig instituut gevestigd. Daartoe is in een nieuw planologisch regime opgenomen dat evenhoevigen niet langer zijn toegestaan.

  • 25-11-2020 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico wijzigingsbesluit

    Appellant is eigenaar van een woning en stelt een waardevermindering te hebben ondervonden als gevolg van de komst van een nieuw agrarisch bedrijf. Het agrarisch bedrijf is mogelijk gemaakt door een wijzigingsbesluit. Door het college is het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 4%. Het betreft een normaal maatschappelijke ontwikkeling en past in het meerjarig gemeentelijk ruimtelijk beleid, aldus het college.

Spring naar toolbar