Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

26 augustus 2020

26-08-2020 / ABRS – Uit te werken bestemming

Aanvragers zijn eigenaar van woningen die in de nabijheid zijn gelegen van een planologische wijziging. Samengevat weergegeven hebben de volgende planologische wijzigingen plaatsgevonden: in 2000 is het eerste bestemmingsplan vastgesteld met een agrarische bestemming, in 2011 het tweede bestemmingsplan met een uit te werken woonbesteming en in het derde bestemmingsplan uit 2016 is woningbouw mogelijk gemaakt.

15 juli 2020

15-07-2020 / ABRS – Nadere motivering woz-waarde

De Afdeling had eerder geoordeeld dat het college binnen een gestelde termijn een motivering diende te verstrekken tussen de vastgestelde waarden in het kader van de beoordeling van de planschade en de vastgestelde woz-waarden. Die termijn is opgebruikt verstreken. Het college heeft ook niet om verlenging van deze termijn gevraagd.

15-07-2020 / ABRS – Maximaal planologische invulling milieuaspecten

Appellant wordt geconfronteerd met een vergroting van een agrarisch bouwblok in de directe nabijheid. Ter discussie staat de maximaal planologische invulling voor de geuroverlast.

8 juli 2020

08-07-2020 / ABRS – Second opinion

Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies van de SAOZ dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In hoger beroep is een second opinion van Gloudemans overgelegd.

08-07-2020 / ABRS – Beoordeling schadefactoren

Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In beroep is een second opinion overgelegd.

1 juli 2020

01-07-2020 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

Het normaal maatschappelijk risico is vastgesteld op 4% van de waarde van de woning. Daardoor resteert van de waardedaling van € 15.000,00, € 4.600,00 aan tegemoetkoming in de planschade. De derdebelanghebbende kan zich hier niet mee verenigen en heeft bij de Afdeling aangevoerd dat een normaal maatschappelijk risico van 5% aan de orde dient te zijn.

15 juni 2020

02-06-2020 (publicatie 15-06-2020) / Rb Oost-Brabant – Complexwaardering

Het college heeft het besluit op een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade gebaseerd op een advies van de SAOZ. De SAOZ heeft voor de waardering aangesloten bij de complexwaarde zoals die door de deskundigen is vastgesteld in de onteigeningsprocedure. Daarbij is als motivering gegeven dat het perceel haar waarde vooral ontleent aan de overige voorzieningen binnen het plangebied zoals ontsluitingswegen, waterbergingen en groenvoorzieningen.

20 mei 2020

20-05-2020 / ABRS – Hoogspanningsverbinding en woz-waarde

Appellant is eigenaar van een woning op korte afstand van een hoogspanningsverbinding. De planologische wijziging heeft tot gevolg dat de zwaarte van de hoogspanningsverbinding zal toenemen van een gecombineerde 380/150 kV-lijn naar een 380/380 kV-lijn. De vraag staat centraal of appellant als gevolg van deze wijziging in een planologisch nadelige situatie is komen te verkeren.

22 april 2020

22-04-2020 / ABRS – Tijdsverloop beleidsvoornemen en schadebesluit

Een eigenaar van een woning in de nabijheid van de Buitenring stelt schade te hebben geleden als gevolg van het Inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg 2012”. Door de schadecommissie is geconcludeerd dat de eigenaar in een nadelige situatie is komen te verkeren. Van een tegemoetkoming in de schade is echter geen sprake omdat de schade voorzienbaar is. Toen de eigenaar de woning in 1970 kocht was op basis van het Streekplan 1962 sprake van voorzienbaarheid. De provincie heeft conform het advies de aanvraag afgewezen.

8 april 2020

08-04-2020 / ABRS – Aanvaardbare marge

Door de adviseur van het college wordt de waarde vóór gewaardeerd op € 315.000,00 en de waarde ná op € 287.500,00, aldus een waardedaling van € 27.500,00. Appellante is de derdebelanghebbende die de planschade moet betalen en kan zich niet verenigen met de getaxeerde waardedaling. Daartoe schakelt appellante een deskundige in die de waardedaling waardeert op € 15.000,00, over de waarde vóór bestaat tussen partijen geen discussie.

25 maart 2020

25-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht directe planschade

In deze zaak staat ter discussie of bij directe planschade de gebruiksmogelijkheden onder het overgangsrecht dienen te worden betrokken. Appellant verwijst daartoe naar zeven uitspraken waaruit zou blijken dat overgangsrecht wél dient te worden betrokken. Op grond van die uitspraken zou onder meer rekening dienen te worden gehouden met het overgangsrecht omdat hiermee bij de schadetaxatie rekening wordt gehouden.

25-03-2020 / ABRS – Te hoog NMR en woz-waarde

Appellant is eigenaar van een woning en heeft een aanvraag om planschade ingediend. Voor twee vergelijkbare woningen in de nabijheid is reeds planschade toegekend. Aanvrager constateert dat voor één van die woningen de waarde voorafgaand aan de wijziging 31% hoger is geschat terwijl de woz-waarde maar 7% afwijkt.

18 maart 2020

18-03-2020 / ABRS – Verjaringstermijn

In deze zaak staat der discussie of de appellanten één dag te laat waren met het indienen van de aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade.

18-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht bij directe schade en woz-waarde

Appellant is eigenaar van agrarische gronden die een natuurbestemming krijgen. Bij de besluitvorming is door het college de mogelijkheid betrokken om onder het overgangsrecht het agrarische gebruik te continueren. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak overweegt de Afdeling dat als hoofdregel geldt dat de mogelijkheden op grond van de overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan buiten beschouwing gelaten dienen te worden.

11 maart 2020

11-03-2020 / ABRS – NMR na gedeeltelijke voorzienbaarheid

Appellant heeft schade ondervonden die gedeeltelijk voorzienbaar is. In deze zaak staat onder meer ter discussie of de drempel voor het normaal maatschappelijk risico dient te worden getoetst aan de totale of alleen de niet-voorzienbare schade.

  • 23-06-2021 / ABRS – Vergelijkingsmaatstaf

    Bij besluit heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van appellant om vergoeding van schade als gevolg van het Luchthavenbesluit Lelystad afgewezen. Volgens de minister heeft de rechtbank in de einduitspraak ten onrechte overwogen dat het Luchthavenbesluit voor het eerst het gebruik van Lelystad Airport als burgerluchthaven mogelijk maakt. Het Luchthavenbesluit maakt de groei van de luchthaven Lelystad tot grote regionale luchthaven voor vakantievluchten mogelijk. Dit rechtvaardigt volgens de minister niet de door de rechtbank voorgestane vergelijking, omdat een vergelijking van opeenvolgende rechtsregimes mogelijk is. Daarnaast heeft de rechtbank miskend dat de minister terecht de verandering in de feitelijke geluidsituatie bij haar oordeel heeft betrokken.

  • 16-06-2021 / ABRS – Benoeming, Geluid, Taxatie

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de komst van de A4. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank had de minister de commissie uitgebreid met een taxateur. Niet is gebleken dat de minister appellant op voorhand op de hoogte had gesteld van de benoeming van die taxateur. Daarmee is de beleidsregel geschonden. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat niet gebleken is dat de minister alsdan een andere taxateur zou hebben benoemd.

  • 09-06-2021 / ABRS – Directe planschade en overgangsrecht

    Deze uitspraak is een vervolg op een eerdere tussenuitspraak van de Afdeling waarin is overwogen dat bij een nieuwe uit te werken bestemming de uitwerkingsplicht en de uitwerkingsregels niet in de planvergelijking dienen te worden betrokken. Dat betekent echter niet dat het bouwverbod en het wegbestemmen van het agrarische gebruik niet bij de planvergelijking moeten worden betrokken.

  • 09-06-2021 / ABRS – Doorbreking voorzienbaarheid

    De eigenaar van de onroerende zaak had de mogelijkheid om een tweede recreatiewoning te realiseren. Met de komst van een nieuw bestemming is deze mogelijkheid wegbestemd. Het college is van oordeel dat sprake is van voorzienbaarheid omdat in de Omgevingsverordening van de provincie reeds stond opgenomen dat een extra recreatiewoning niet langer was toegestaan en vervolgens geen concrete pogingen zijn ondernomen.

  • 09-06-2021 / ABRS – Verwachtingswaarde, compensatie in natura en inkomensschade

    Appellant is eigenaar van een voormalige suikerfabriek en geconfronteerd met beperkende gevolgen van het Luchtvaartindelingsbesluit.

    Appellant stelt dat bij de waardering van de suikerfabriek dient te worden betrokken de verwachtingswaarde van het toekomstige gebruik op basis van de verschillende beleidsstukken die reeds waren gepubliceerd. De Afdeling volgt dit betoog niet en overweegt dat geen rekening dient te worden gehouden met de verwachtingswaarde van het toekomstige gebruik waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is. De situatie op de peildatum is bepalend.

  • 09-06-2021 / ABRS – causaal verband

    Bij besluit heeft het Waterschap Aa en Maas het verzoek om nadeelcompensatie van appellante afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband. Appellante exploiteert een varkensfokkerij. Zware regenval heeft geleid tot wateroverlast op enkele agrarische percelen van appellante. De schade in de vorm van een verminderde opbrengst van maïs- en bietengewassen bedraagt € 7.500,00 exclusief btw. Appellante stelt dat achterstallig onderhoud, onvoldoende afvoercapaciteit van de watergangen en het peilbeheer oorzaken zijn van de overstroming en wateroverlast op de percelen.

  • 26-05-2021 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

    Appellant is eigenaar van een perceel met een woning. Door de wijziging van het planologisch regime is de mogelijkheid tot het realiseren van meerdere woningen op het perceel komen te vervallen. Door de SAOZ is geconcludeerd dat sprake is van een waardedaling van € 50.000,00. Voorts is een korting van 20% gehanteerd (overeen komende met een drempel van 2,1%) voor het normaal maatschappelijk risico. De aard van de ontwikkeling – te weten het in een zogenoemd anticipeergebied beperken van de mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen en meer in het bijzonder het daarbij schrappen van al sinds jaar en dag onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen – is in zijn algemeenheid aan te merken als normaal maatschappelijke ontwikkeling, waarmee in abstracto rekening diende te worden gehouden.

  • 19-05-2021 / ABRS – Second opinion, onzorgvuldig, onvolledig of onderschat

    Appellant kan zich niet verenigen met de taxatie van de deskundigen en heeft door een taxateur een rapportage laten opstellen. Die taxateur komt tot een grotere waardedaling. Naar oordeel van de Afdeling heeft de rapportage niet tot gevolg dat het college haar deskundigen in redelijkheid niet heeft kunnen volgen. Dat de verschillende deskundigen een verschil van inzicht hebben over de ernst van de planologische verslechtering, betekent niet dat aannemelijk is gemaakt dat het onderzoek op dit onderdeel onzorgvuldig of onvolledig is geweest, dan wel dat de deskundige het gewicht van de relevante schadefactoren heeft onderschat.

  • 12-05-2021 / ABRS – Bezonningsstudie en NMR

    De derdebelanghebbende kan zich niet verenigen met een rapportage van de deskundige Gloudemans. Volgens de derdebelanghebbende is ten onrechte de schadefactor schaduwwerking en verminderde zonlichttoetreding betrokken. Door de derdebelanghebbende is een bezonningsstudie ingebracht. De Afdeling constateert dat die bezonningsstudie ten onrechte uitgaat van de feitelijke situatie en niet van de planologisch maximale situatie. Gloudemans heeft derhalve terecht de schadefactor schaduw en verminderde zonlichttoetreding betrokken.

  • 12-05-2021 / ABRS – Woonboot en verkrijgende verjaring

    De eigenaar van een woonboot stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van een planologische verandering in de omgeving. De aanvraag om tegemoetkoming in de planschade is afgewezen omdat geen sprake is van een onroerende zaak.

  • 12-05-2021 / ABRS – Taxatie aanvrager

    Aanvrager kan zich niet verenigen met de waardering van zijn woning onder het oude planologische regime. Naar oordeel van aanvrager is tevens rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden, het rapport van de deskundige van het college is als uitgangspunt gehanteerd.

  • Nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021 vanaf 1 juli 2021 verplicht

    Vanaf 1 juli 2021 ga ik aan de slag met het nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021. Het model heeft meer aandacht voor duurzaamheid en de bouwkundige staat van de woning. Om met het nieuwe model taxatierapport te mogen werken heeft het NRVT aanvullende opleidingsvereisten gesteld. Voor dit examen ben ik onlangs geslaagd!

  • 28-04-2021 / ABRS – voorzienbaarheid hinder

    Appellante is huurder van een woning in Amsterdam en heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens schade die zij heeft geleden als gevolg van de aanleg van de A9 Gaasperdammerweg als tunnel. Aan de aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij overlast van de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het project heeft ondervonden en dat de overlast tevens tot gemiste inkomsten uit de exploitatie van een kinderdagverblijf in de woning heeft geleid. De gestelde inkomensschade wordt voorzienbaar geoordeeld.

  • 28-04-2021 / ABRS – taxatie

    Appellant heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend vanwege het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere en de aanpassing van het Tracébesluit in 2014 dat onder meer voorziet in de verbreding van de A1, de aanleg van een busbaan ter hoogte van de woning van aanvrager alsmede een nieuwe spoorbrug over de A1 ter hoogte van de woning. De minister oordeelt dat aan het advies van Ten Kate de schijn van partijdigheid kleeft. Derhalve wordt een nieuwe commissie (Te Rijdt) ingesteld. De reden voor het vaststellen van het Tracébesluit 2014 is uitsluitend gelegen in het mogelijk maken van de uitvoering van het Tracébesluit 2011. Hoewel dit wijst op een nauwe verwevenheid tussen deze besluiten, is, mede gezien de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:795), sprake van twee planologische regimes.

  • 21-04-2021 / ABRS –vereenzelviging

    Appellant verzoekt om nadeelcompensatie omdat de bereikbaarheid van het door hem geëxploiteerde tankstation is verslechterd als gevolg van twee verkeersbesluiten. Het verzoek is afgewezen omdat de gestelde schade voorzienbaar was ten tijde van de aanvang van de exploitatie van het benzinestation in augustus 1993. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard omdat er discussie is over namens wie c.q. welke identiteit het beroep is ingediend.

Spring naar toolbar