Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

5 december 2018

5-12-2018 / ABRS –Doorbreking voorzienbaarheid

Een tankstation stelt schade te ondervinden als gevolg van het vervallen van de afrit van de A59. De minister stelt zich op het standpunt dat de schade voorzienbaar is omdat op basis van de gemeentelijke structuurvisie blijkt dat de afrit kan worden afgesloten. De rechtbank was van oordeel dat voorzienbaarheid niet kan worden aangenomen op basis van een concreet beleidsvoornemen van een overheidsorgaan op een lager bestuursniveau. In hoger beroep wordt dit oordeel door de minister bestreden.

5-12-2018 / ABRS – Verhouding vermogensschade en inkomensschade

Een groenteveredelingsbedrijf wordt geconfronteerd met een planologische wijziging waarmee een vierbaansweg mogelijk is (N23). Partijen hebben afgesproken dat de eventuele inkomensschade wordt beoordeeld na de openstelling van de N23. De beoordeling van de inkomensschade is derhalve aangehouden.

30 november 2018

30-11-2018 / Rb Gelderland – Feitelijke hindernis bij passieve risicoaanvaarding

Door middel van een bestemmingswijziging is de mogelijkheid om een tankstation te realiseren komen te vervallen. Aanvrager is van oordeel dat hem geen passieve risicoaanvaarding kan worden tegengeworpen.

28 november 2018

28-11-2018 / ABRS – Maximale mogelijkeden, onzekere toekomstige gebeurtenis

Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van een nieuwe rondweg. Deze rondweg is zowel op Nederlands als op Belgisch grondgebied geprojecteerd.

28-11-2018 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico, directe planschade, korting

Een perceel ondergaat een planologische wijziging van agrarisch met natuurontwikkelingsmogelijkheden naar natuur. Aangezien de schade in de lijn der verwachtingen lag was het college van oordeel dat voor het normaal maatschappelijk risico een korting diende te worden toegepast van 50%.

28-11-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding en lopende onderhandelingen

Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van het vervallen van bouwmogelijkheden. In hoger beroep staat niet ter discussie dat appellant hierdoor schade heeft geleden. Enige tijd voor de planologische wijziging waren voortekenen kenbaar dat de bouwmogelijkheden zouden komen te vervallen. Appellant had derhalve een aanvraag ingediend om de bouwmogelijkheden te benutten. Die aanvraag is echter afgewezen omdat onvoldoende gegevens zouden zijn verstrekt.

21 november 2018

21-11-2018 / ABRS – Windturbine en gebruikelijke marges bij taxaties

Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de komst van windturbines.

21-11-2018 / ABRS – Nauwkeurige bepaling toename bouwmassa

Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van onder meer een toename van de bouwmassa. In het advies van de SAOZ staat niet het aantal vierkante meters opgenomen waarmee de bouwmogelijkheden zijn uitgebreid. In het advies is opgenomen dat de nadelen voor appellant bestaan uit enige extra aantasting van het uitzicht en enige extra schaduwhinder en zonlichtvermindering.

14 november 2018

14-11-2018 / ABRS – Primaire advies of second opinion en compensatie in natura

Appellant is eigenaar van een perceel dat in het buitengebied van Valkenswaard is gelegen. De gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld waardoor de agrarische bestemming met bouwmogelijkheden voor een agrarisch bedrijf komt te vervallen en onder het nieuwe regime voornamelijk een bestemming voor natuur en waterberging heeft gekregen. In eerste instantie heeft het college om een advies gevraagd aan de SAOZ.

14-11-2018 / ABRS – Hoogspanningsmast, magneetveldzone en gezondheidsrisico

Appellant is eigenaar van een appartement en stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van de planologische basis voor het realiseren van een combinatiehoogspanningslijn. De Afdeling heeft de StAB verzocht in deze zaak te adviseren. De StAB stelt dat het appartement onder de maximale mogelijkheden niet binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla komt te liggen. Daartoe stelt de StAB dat het voorzorgbeginsel als een juridische beperking van de maximale planologische mogelijkheden moet worden aangemerkt. De Afdeling gaat daar niet in mee.

7 november 2018

07-11-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding, benuttingstermijn

Appellant heeft een bestaande agrarische onderneming die bestaande kassen exploiteert. Direct naast de bestaande kassen bestond de mogelijkheid om het bestaande complex uit te breiden. Deze mogelijkheid is wegbestemd. Niet ter discussie staat dat uit het gepubliceerde structuurplan voorzienbaarheid kan worden aangenomen. Ter discussie staat de vraag of de periode van elf maanden tussen het structuurplan en het ontwerpbestemmingsplan voldoende is om de bouwmogelijkheden te benutten.

07-11-2018 / ABRS – Kosten voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand

Appellant heeft zich bij de planschadeprocedure vóór het primaire besluit laten bijstaan door een gemachtigde en wenst een vergoeding voor de gemaakte kosten. Het college heeft besloten dat de opgevoerde kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Volgens het college volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling dat deskundigenkosten in de aanvraagfase alleen voor vergoeding in aanmerking komen als het inroepen van een deskundige redelijk is. Dit is volgens het college hier niet het geval, omdat de deskundige die appellant heeft verzocht advies uit te brengen, niet onpartijdig is. Die deskundige treedt namelijk ook als gemachtigde van appellant op.

31 oktober 2018

31-10-2018 / ABRS – Ruimtelijk relevant gevolg

Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de leegstand van het pand van appellant a en b (ingericht als supermarkt) niet als een ruimtelijk gevolg van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Veldwijk Noord - Winkelcentrum kan worden aangemerkt. Het bestemmingsplan maakt onder meer op een afstand van ongeveer 500 meter van het pand van appellant a en b detailhandel met een maximaal bruto vloeroppervlak van 3.000 m2 mogelijk.

31-10-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding ondanks bezit bouwvergunning

Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college passieve risicoaanvaarding aan haar mocht tegenwerpen omdat zij gedurende de benuttingsperiode geen aanvraag om omgevingsvergunning voor het benutten van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het pand bij de gemeente heeft ingediend. Daartoe voert zij aan dat zij ten tijde van de benuttingsperiode in het bezit was van een onherroepelijke bouwvergunning voor onder meer het verbouwen van de verdiepingen van het pand tot appartementen.

31-10-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding

Appellant voert aan dat de gemeente, gezien de met hem gesloten overeenkomst, de planologische wijziging voor een perceel niet mocht vaststellen en hem in deze planschadeprocedure geen voorzienbaarheid en passieve risicoaanvaarding kan tegenwerpen.

  • ABRS 13 maart 2019, zaaknummer 2018017521R1 (Amsterdam, exploitatieplan “Buiksloterham, 5e herziening”)

    In deze eerste “echte” uitspraak van de Raad van State (ABRS) over een exploitatieplan in 2019 komen diverse onderwerpen en onderdelen van het exploitatieplan, de Grondexploitatiewet en het kostenverhaal aan de orde. Deze uitspraak maakt het met name erg actueel, omdat de uitspraak over een structurele herziening van een exploitatieplan gaat. Herzieningen van een exploitatieplan zijn aan de orde van de dag of zouden dat moeten zijn. Daarnaast is vaststelling van een exploitatieplan, of het onderzoek / de afweging daarvoor, ook aan de orde van de dag. Dan is het goed om te weten hoe door de ABRS over bepaalde onderdelen van een exploitatieplan wordt gedacht.

  • 27-02-2019 / ABRS – Waterwet, onderhoud watergang, afkalving grond

    Appellant is eigenaar van een perceel van een watergang die door het waterschap wordt onderhouden met een klepelmaaier en maaikorf. Volgens appellant is de grens van zijn perceel geleidelijk verschoven waardoor 18,2 m² grond is afgekafd. Uitgaande van een grondprijs van € 330,00 per m² heeft appellant een totaalbedrag aan schade verzocht te vergoeden van € 6.006,00.Het college heeft besloten om € 660,00 te vergoeden. Anders dan verzoeker als uitgangspunt heeft genomen is de deskundige ervan uitgegaan dat de grond in de oude situatie niet mocht worden bebouwd. In de nieuwe situatie is de grond door de waterloop onbruikbaar zodat tot een vergoeding is gekomen van € 660,00.

  • 27-02-2019 / ABRS – Deskundigheid gemachtigde aanvrager

    Appellant kan zich niet verenigen met verschillende aspecten die als uitgangspunt zijn gehanteerd voor de vergoeding van de tegemoetkoming in de planschade. Zo is appellant van oordeel dat de waardevermindering geen € 24.000,00 maar € 27.720,00 dient te betreffen, hetgeen neerkomt op 6% van de oorspronkelijke waarde van de woning. De Afdeling volgt dit standpunt van appellant echter niet.

  • 27-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    In deze procedure staat vast dat appellant schade heeft geleden. Het college heeft in het besluit kenbaar gemaakt dat het voornemens is de schade in natura te compenseren. In het besluit staat opgenomen dat op 31 oktober 2018 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Indien het bestemmingsplan onverhoopt niet onherroepelijk in werking treedt, is het college alsnog bereid om het vastgestelde schadebedrag te betalen.

  • 20-02-2019 / ABRS – NMR en geurhinder

    De Afdeling oordeelt dat de hoogte van het normaal maatschappelijk risico door Thorbecke niet te hoog is vastgesteld. Daartoe is van belang dat de realisatie van een mestverwerkingsinstallatie tot op zekere hoogte als een normaal maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waar de omwonenden rekening mee hadden kunnen houden, omdat het normaal is dat een bedrijf technisch innoveert en er de laatste jaren veel aandacht is voor wijzen waarop de CO2-uitstoot als gevolg van onder meer de mest van vee kan worden teruggebracht en een mestverwerkingsinstallatie daar één van is. Gelet hierop acht ook de Afdeling een normaal maatschappelijk risico van 3% redelijk.

  • 20-02-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

    Appellant heeft verzocht om nadeelcompensatie voor waardevermindering van zijn woning in Eibergen ten gevolge van het Tracébesluit N18 Varsseveld-Enschede. De Afdeling stelt dat appellant rekening diende te houden op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling met de mogelijkheid dat het voor hem meest ongunstige alternatief in de startnotitie zou worden gerealiseerd, namelijk de realisatie van een ongelijkvloerse kruising in de nabijheid van zijn perceel. Echter, ook de voorzienbaarheid van het meest ongunstige alternatief kent haar begrenzing.

  • Veel vernieuwende pioniersprojecten op proeflocatie van start

    AgroProeftuin de Peel groeit dit jaar naar 14 praktijkproeven op de proeflocatie aan de Middenpeelweg. Op woensdag 13 februari zijn hiervoor de percelen op deze locatie uitgemeten. Marnix Bakermans, namens de regio bestuurlijk trekker van de transitie van de landbouw, sloeg het eerste piketpaaltje in de grond. Theo Pruijn van Gloudemans adviseert de gemeente Landerd bij dit project.

  • 13-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    Het perceel van appellante met een bedrijfsbestemming is bestemd tot “Groen”. Als gevolg van deze bestemmingswijziging is de waardedaling benaderd aan de hand van onder meer de uitgifteprijs. Door de SAOZ is de uitgifteprijs bepaald op € 140,00 per m². Volgens appellante is ter plaatse een uitgifteprijs van € 300,00 per m² marktconform. Daartoe zijn door appellante reeds voor de advisering ook vier referentiepercelen vermeld. Naar oordeel van de Afdeling kon niet zonder nadere motivering van een uitgifteprijs van € 140,00 worden uitgegaan.

  • Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 (Amsterdam)

    Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor het verbreden en ondergronds leggen van de rijksweg A10 ter hoogte van het centrumgebied van de Zuidas en voor de reconstructie van gedeelten van de rijkswegen A2, A4 en A10 en knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (project Zuidasdok), met bijkomende werken)

  • 06-02-2019 / ABRS – directe schade vervallen milieucategorie, NMR, proceskosten

    Appellante heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat de onder het uitbreidingsplan bestaande mogelijkheid voor bedrijfsmatig gebruik in milieucategorie 4 of 5, bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is komen te vervallen en dat dit tot een vermindering van de waarde van de onroerende zaak heeft geleid.

  • 06-02-2019 / ABRS – anderszins verzekerd

    Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van de aanleg van de N18. De zogenoemde directe planschade is volgens het advies van de schadecommissie door de minnelijke schikking anderszins verzekerd. De schadecommissie is op grond van de planvergelijking verder tot de conclusie gekomen dat appellant zogenoemde indirecte planschade lijdt door toegenomen geluidhinder, vermindering van de luchtkwaliteit en verslechtering van de algehele omgeving.

  • 06-02-2019 / ABRS – ondeugdelijk gemotiveerd

    Appellant is eigenaar van een woning die onderdeel is van het monumentale Fort Steurgat. Dit fort is omgebouwd tot wooneiland met daaromheen een vestinggracht. De beweerdelijk geleden schade bestaat volgens hem door de aanleg van een primaire waterkering rondom het Fort.

  • 30-01-2019 / ABRS – Nadeelcompensatie bij handhavend optreden

    Appellant exploiteerde een viskiosk op de Haagse Markt in Den Haag. Voor deze kiosk was geen vergunning verleend zodat de viskiosk in het kader van een handhavingsactie (bestuursdwang) is verwijderd. In verband met de gemaakte kosten voor de verwijdering heeft appellante een verzoek om nadeelcompensatie ingediend.

  • 30-01-2019 / ABRS – Verzilting, beoordeling causaal verband

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend in verband met ondervonden gewasschade. Als gevolg van de openstelling van de Katse Heule stelt appellant dat sprake is van verzilting waardoor gewasschade wordt ondervonden.

  • 30-01-2019 / ABRS – Gedeeltelijke voorzienbaarheid

    Appellant stelt schade te ondervinden als gevolg van de realisatie van de N201. In de directe nabijheid van het object is een half klaverblad mogelijk gemaakt met bijbehorende inrichting en voorzieningen. Op grond van het voorontwerp was het voorzienbaar dat een ongelijkvloerse kruising werd gerealiseerd. Aangezien daarmee niet een half klaverblad voorzienbaar was, is het college van oordeel dat de schade gedeeltelijk voorzienbaar is.

Spring naar toolbar