Gloudemans uitsprakenUitspraken

Planschade

2 september 2020

02-09-2020 / ABRS – Voorzienbaarheid

Naar aanleiding van een tussenuitspraak heeft het college nader advies ingewonnen bij een adviseur. Ter discussie staan onder meer de overwegingen van de Afdeling met betrekking tot de voorzienbaarheid.

02-09-2020 / ABRS – Mortuarium subjectieve gevoelswaarde en parkeerdruk

Appellant is eigenaar van een snackbar en wordt geconfronteerd met de komst van een mortuarium naast zijn snackbar. Omdat appellant zich niet kan verenigen met het besluit van het college heeft appellant een eigen deskundige/taxateur ingeschakeld om de schade te bepalen. In die rapportage is door de taxateur rekening gehouden met de negatieve gevoelswaarde van bezoekers en klanten van de snackbar bij het gebruik van het mortuarium. Naar oordeel van de Afdeling mag daar geen rekening mee worden gehouden.

26 augustus 2020

26-08-2020 / ABRS – Voorzienbaarheid

Aanvragers zijn eigenaar van woningen en stellen schade te hebben geleden van het inpassingsplan waarmee de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk is gemaakt. Ter discussie staat of de schade voor de drie onderscheidenlijke appellanten voorzienbaar was.

26-08-2020 / ABRS – Voorzienbaarheid en NMR

Aanvrager is eigenaar van een woning en stelt schade te hebben geleden van het inpassingsplan waarmee de Buitenring Parkstad Limburg mogelijk is gemaakt. Meer concreet is op korte afstand van de woning van aanvrager een rotonde mogelijk gemaakt waarmee het lokale infrastructuur wordt aangesloten op de Buitenring. Het college had in afwijking van de schadecommissie geoordeeld dat de schade voorzienbaar was en een hoger normaal maatschappelijk risico (4%) vastgesteld.

26-08-2020 / ABRS – Uit te werken bestemming

Aanvragers zijn eigenaar van woningen die in de nabijheid zijn gelegen van een planologische wijziging. Samengevat weergegeven hebben de volgende planologische wijzigingen plaatsgevonden: in 2000 is het eerste bestemmingsplan vastgesteld met een agrarische bestemming, in 2011 het tweede bestemmingsplan met een uit te werken woonbesteming en in het derde bestemmingsplan uit 2016 is woningbouw mogelijk gemaakt.

15 juli 2020

15-07-2020 / ABRS – Nadere motivering woz-waarde

De Afdeling had eerder geoordeeld dat het college binnen een gestelde termijn een motivering diende te verstrekken tussen de vastgestelde waarden in het kader van de beoordeling van de planschade en de vastgestelde woz-waarden. Die termijn is opgebruikt verstreken. Het college heeft ook niet om verlenging van deze termijn gevraagd.

15-07-2020 / ABRS – Maximaal planologische invulling milieuaspecten

Appellant wordt geconfronteerd met een vergroting van een agrarisch bouwblok in de directe nabijheid. Ter discussie staat de maximaal planologische invulling voor de geuroverlast.

8 juli 2020

08-07-2020 / ABRS – Second opinion

Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies van de SAOZ dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In hoger beroep is een second opinion van Gloudemans overgelegd.

08-07-2020 / ABRS – Beoordeling schadefactoren

Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In beroep is een second opinion overgelegd.

1 juli 2020

01-07-2020 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

Het normaal maatschappelijk risico is vastgesteld op 4% van de waarde van de woning. Daardoor resteert van de waardedaling van € 15.000,00, € 4.600,00 aan tegemoetkoming in de planschade. De derdebelanghebbende kan zich hier niet mee verenigen en heeft bij de Afdeling aangevoerd dat een normaal maatschappelijk risico van 5% aan de orde dient te zijn.

15 juni 2020

02-06-2020 (publicatie 15-06-2020) / Rb Oost-Brabant – Complexwaardering

Het college heeft het besluit op een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade gebaseerd op een advies van de SAOZ. De SAOZ heeft voor de waardering aangesloten bij de complexwaarde zoals die door de deskundigen is vastgesteld in de onteigeningsprocedure. Daarbij is als motivering gegeven dat het perceel haar waarde vooral ontleent aan de overige voorzieningen binnen het plangebied zoals ontsluitingswegen, waterbergingen en groenvoorzieningen.

20 mei 2020

20-05-2020 / ABRS – Hoogspanningsverbinding en woz-waarde

Appellant is eigenaar van een woning op korte afstand van een hoogspanningsverbinding. De planologische wijziging heeft tot gevolg dat de zwaarte van de hoogspanningsverbinding zal toenemen van een gecombineerde 380/150 kV-lijn naar een 380/380 kV-lijn. De vraag staat centraal of appellant als gevolg van deze wijziging in een planologisch nadelige situatie is komen te verkeren.

22 april 2020

22-04-2020 / ABRS – Tijdsverloop beleidsvoornemen en schadebesluit

Een eigenaar van een woning in de nabijheid van de Buitenring stelt schade te hebben geleden als gevolg van het Inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg 2012”. Door de schadecommissie is geconcludeerd dat de eigenaar in een nadelige situatie is komen te verkeren. Van een tegemoetkoming in de schade is echter geen sprake omdat de schade voorzienbaar is. Toen de eigenaar de woning in 1970 kocht was op basis van het Streekplan 1962 sprake van voorzienbaarheid. De provincie heeft conform het advies de aanvraag afgewezen.

8 april 2020

08-04-2020 / ABRS – Aanvaardbare marge

Door de adviseur van het college wordt de waarde vóór gewaardeerd op € 315.000,00 en de waarde ná op € 287.500,00, aldus een waardedaling van € 27.500,00. Appellante is de derdebelanghebbende die de planschade moet betalen en kan zich niet verenigen met de getaxeerde waardedaling. Daartoe schakelt appellante een deskundige in die de waardedaling waardeert op € 15.000,00, over de waarde vóór bestaat tussen partijen geen discussie.

25 maart 2020

25-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht directe planschade

In deze zaak staat ter discussie of bij directe planschade de gebruiksmogelijkheden onder het overgangsrecht dienen te worden betrokken. Appellant verwijst daartoe naar zeven uitspraken waaruit zou blijken dat overgangsrecht wél dient te worden betrokken. Op grond van die uitspraken zou onder meer rekening dienen te worden gehouden met het overgangsrecht omdat hiermee bij de schadetaxatie rekening wordt gehouden.

  • Vormfactor: marktwaarde of marktwaarde zonder bijzonder uitgangspunt?

    Voor het bepalen van de grondwaarde van appartementencomplexen wordt veelal gekeken naar de residuele systematiek. Binnen de residuele systematiek zal er worden gekeken naar een marktconforme opbrengstpotentie en zullen op basis van kengetallen de stichtingskosten worden geraamd. Door de geschatte opbrengstpotentie te verminderen met de geraamde stichtingskosten resulteert een grondwaarde. Een taxateur kan de uitkomst altijd toetsen aan de hand van een grondquote of deze past binnen een marktconforme bandbreedte.

  • 17-03-2021 / ABRS – NMR en compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een terrein van 8.74.56 ha. Onder het nieuwe planologische regime is bepaald dat bouwpercelen een minimale omvang hebben van 5.000 m². Onder het oude planologische regime was geen beperking van de omvang gesteld zodat appellant stelt een waardevermindering te hebben ondervonden. Door de deskundige van het college is de schade vastgesteld op € 4.169.000,00.

  • 03-03-2021 / ABRS – Compensatie in natura na overdracht

    De eigenaar van een perceel in de gemeente Sittard-Geleen is als gevolg van een planologische wijziging geconfronteerd met verminderde gebruiks- en bouwmogelijkheden. De gemeente besluit om de planschade in natura te compenseren door het terug bestemmen van de gebruiks- en bouwmogelijkheden. De Afdeling haalt een streep door dit besluit omdat ten tijde van het besluit niet zeker was dat het nieuwe bestemmingsplan ook daadwerkelijk in werking zou treden én was geen tegemoetkoming vastgesteld voor het geval het bestemmingsplan de eindstreep niet zou halen.

  • 03-03-2021 / ABRS – normaal maatschappelijk risico bij herbouw

    De eigenaar van een woning stelt schade te ondervinden als gevolg van de planologische mogelijkheid om in de nabijheid van zijn woning een woonboerderij op te richten. Die woonboerderij was afgebrand en kon onder het overgangsrecht worden herbouwd. Het bestemmingsplan gaf de mogelijkheid om die woonboerderij op een andere plek te herbouwen. In hoger beroep stond ter discussie of het college in redelijkheid heeft kunnen aansluiten bij het minimale wettelijk forfait van 2% nmr.

  • 24-02-2021 / ABRS – hoogste waarde / taxatie

    Aan appellant is een nadeelcompensatie van € 15.900,00 toegekend vanwege het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere als gevolg waarvan het perceel in waarde zou zijn gedaald. De schadecommissie concludeert dat er geen sprake is van toename van de geluidsbelasting of verslechtering van de luchtkwaliteit. Wel is er sprake van tijdelijke schade ten gevolge van de uitvoering van de tracébesluiten. Het beroep ziet op de taxatie van de waarde van het perceel en het normaal maatschappelijk risico. De taxateur van de schadecommissie heeft het perceel gewaardeerd met de hoogste waarde als bouwkavel omdat de kwaliteit en het volume van de opstallen in relatie tot de grondwaarde het niet rechtvaardigt de bestaande opstallen te handhaven. De door aanvrager ingebrachte taxatie is ervan uitgegaan dat de woning op het perceel niet meer zal worden bewoond en derhalve van de grondwaarde, mede vanwege de op het perceel aanwezige hoogspanningsmast.

  • Onteigening gaat niet over één nacht ijs

    “O wind, als winter komt, laat lente niet lang op zich wachten”. Met deze mooie woorden van de Engelse dichter Percy Bysshe Shelley (1792-1822), een stevige oostenwind en Nederland bedekt onder een laag sneeuw, zie ik de datum van 1 januari 2022 dichterbij komen. De datum 1 januari 2022 is nog steeds de datum waarop wordt beoogd de Omgevingswet in werking te laten treden. Dit lijkt ver weg, maar voor veel projecten waarbij wordt overwogen als sluitstuk het grondbeleidsinstrument “onteigening” in te (moeten) zetten, is een afweging op dit moment de moeite waard en is het aan te bevelen nu voorbereidingen te treffen.

  • 03-02-2021 / ABRS – Vrijstelling eerste fase, salamitactiek

    Appellant is eigenaar van een woning nabij gronden die voorheen een natuurbestemming hadden. In 2004 was een vrijstelling eerste fase verleend voor de realisatie van twaalf bouwkavels. In 2014 is op basis van die vrijstelling een omgevingsvergunning activiteit bouwen verleend voor de bouw van één woning. Appellant is van oordeel dat de wettelijke systematiek en het overgangsrecht voor hem tot een onredelijke uitkomst hebben geleid.

  • 03-02-2021 / ABRS – Lokale functie horeca, belastingschade

    De eigenaar en de exploitant van een horecalocatie in Duiven stellen planschade te hebben ondervonden als gevolg van het gewijzigde bestemmingsplan. Door de planologische wijziging is de zichtbaarheid van de horecalocatie verminderd en de bezonning op het terras afgenomen.

  • 20-01-2021 / ABRS – geluidhinder / normaal maatschappelijk risico

    Appellante claimt schade als gevolg van het Tracébesluit A27/A1 Aansluiting Utrecht Noord – Knooppunt Eemnes – Aansluiting Bunschoten-Spakenburg. De schade leidt volgens haar tot extra geluid en fijnstof op het perceel en een verslechterde ligging van het perceel. Hierdoor is de waarde van haar perceel gedaald.

  • 23-12-2020 / ABRS – Publicatie beleidsvoornemen

    Appellant is eigenaar van een perceel op het industrieterrein van Schagerbrug. Als gevolg van een planologische wijziging waren de bouwmogelijkheden op dat perceel beperkt. Niet in geschil is dat het voorontwerp bestemmingsplan voldoende is om voorzienbaarheid tegen te werpen. Het voorontwerp is vanaf 10 maart 2011 ter inzage gelegd en voorafgaand daaraan zijn folders verspreid om het voorontwerp onder de aandacht te brengen. De vraag staat centraal of op basis van deze openbaarmaking aanleiding bestond om er rekening mee te houden dat het voorontwerp betrekking heeft op het gebied waar het perceel is gelegen en dat daarom van appellant mocht worden verwacht dat hij het voorontwerp zou raadplegen.

  • 16-12-2020 / ABRS – Schadetaxatie

    Door de adviseur van het college is vastgesteld dat de waarde van de woning van appellant van € 625.000,00 naar € 613.000,00 is gedaald. Deze waardedaling valt onder het wettelijk forfait voor het normaal maatschappelijk risico. Nadien is gebleken dat de woning voor € 471.500,00 is verkocht. Omdat dit bedrag sterk afwijkt van de taxatie heeft het college een nieuw advies gevraagd bij een andere deskundige. Die deskundige stelt vast dat de woning onder het oude planologische regime een waarde had van € 440.000,00. De waardedaling zou voorts niet meer bedragen dan het wettelijk forfait, zodat geen aanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de planschade.

  • Hoe planschade beter overeenkomt met de feitelijke situatie

    Sinds 2008 wil de wetgever af van planschadevergoedingen voor planschade die voortvloeit uit een nog nader uit te werken bestemming. Mijn collega Klaas Verbeek heeft in zijn vorige blog een introductie geschreven over de flexibiliteit van de planschadebeoordeling. Ik neem het stokje over en ga in op wat de komst van het zesde lid in artikel 6.1 van de Wro voor gevolgen heeft gehad op planschade.

  • Simpele groenstrookjes, ingewikkelde discussiepunten

    Vaak gaat het over kleine stukjes en dus ook niet over grote bedragen: reststroken taxeren. Het lijkt zo eenvoudig, maar vaak is het dat niet. Iedere situatie is namelijk anders en leidt tot een ander gesprek met de potentiële kopers in kwestie. Daarom krijgen wij geregeld vragen en taxatieverzoeken van gemeenten die stoeien met hun reststrokenbeleid. Om een idee te geven hoe de waardering van die paar vierkante meter tot stand komt, bespreek ik vier zaken waar we zoal rekening mee houden.

  • 02-12-2020 / ABRS – Zekerheid grenzende waarschijnlijkheid milieuruimte

    Appellant is eigenaar van een agrarisch bedrijf in het buitengebied van Lelystad. In de nabijheid van dit bedrijf is een diergeneeskundig instituut gevestigd. Daartoe is in een nieuw planologisch regime opgenomen dat evenhoevigen niet langer zijn toegestaan.

  • 25-11-2020 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico wijzigingsbesluit

    Appellant is eigenaar van een woning en stelt een waardevermindering te hebben ondervonden als gevolg van de komst van een nieuw agrarisch bedrijf. Het agrarisch bedrijf is mogelijk gemaakt door een wijzigingsbesluit. Door het college is het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 4%. Het betreft een normaal maatschappelijke ontwikkeling en past in het meerjarig gemeentelijk ruimtelijk beleid, aldus het college.

Spring naar toolbar