Gloudemans uitsprakenUitspraken

Grondexploitatiewet

13 maart 2019

ABRS 13 maart 2019, zaaknummer 2018017521R1 (Amsterdam, exploitatieplan “Buiksloterham, 5e herziening”)

In deze eerste “echte” uitspraak van de Raad van State (ABRS) over een exploitatieplan in 2019 komen diverse onderwerpen en onderdelen van het exploitatieplan, de Grondexploitatiewet en het kostenverhaal aan de orde. Deze uitspraak maakt het met name erg actueel, omdat de uitspraak over een structurele herziening van een exploitatieplan gaat. Herzieningen van een exploitatieplan zijn aan de orde van de dag of zouden dat moeten zijn. Daarnaast is vaststelling van een exploitatieplan, of het onderzoek / de afweging daarvoor, ook aan de orde van de dag. Dan is het goed om te weten hoe door de ABRS over bepaalde onderdelen van een exploitatieplan wordt gedacht.

5 december 2018

ABRS 5 december 2018, zaaknummer 201709044/1/R6 (Tilburg, bestemmings- en exploitatieplan “Koningsoord Berkel-Enschot 2017”)

In de uitspraak van de Raad van State over het bestemmings- en exploitatieplan Koningsoord Berkel-Enschot 2017 kwamen een aantal inhoudelijke onderdelen van het exploitatieplan, procedure en kostenverhaal naar voren: procesorde / zienswijze-beroep, onderbouwing van kosten voor bovenwijkse voorzieningen en de exploitatiebijdrage.

11 juli 2018

ABRS 11 juli 2018, zaaknummer 201701607/1/R3 en 201701611/1/R3 (Hendrik-Ido-Ambacht, bestemmings- en exploitatieplan “Bedrijvenpark Ambachtsezoom”)

In deze uitspraak wordt een “nieuw” licht op de raming van de waarde van de gronden / opstallen (taxatie inbrengwaarde) van reeds verworven eigendommen, met inmiddels gesloopte opstallen, geworpen. Ook worden de (gerealiseerde en geraamde) sloopkosten in de uitspraak betrokken.

21 maart 2018

ABRS 21 maart 2018, zaaknummer 201705981/1/R6 (Teylingen, exploitatieplan “Hooghkamer 2011, 3e herziening”)

In deze uitspraak komt de taxatie inbrengwaarde, in een aantal facetten en onderdelen, en de geraamde indexering van de grondopbrengsten, naar voren.

16 maart 2018

ABRS 16 maart 2018, zaaknummer 201410484/3/R2 (Barneveld, exploitatieplan “Harselaar-Driehoek 1e herziening”)

Deze uitspraak is denk ik zeer relevant voor taxateurs (van inbrengwaarden) en adviseurs, die met kostenverhaal via een exploitatieplan te maken (kunnen) krijgen. Want met deze einduitspraak heeft de Afdeling “mooie” maar vooral duidelijke nieuwe jurisprudentie en handvatten voor de praktijk van exploitatieplannen en kostenverhaal gegeven.

31 januari 2018

ABRS 31 januari 2018, zaaknummer 201600888/3/R3 (Midden-Delfland, bestemmings- en exploitatieplan “Harnaschpolder-Zuid 2014”)

Deze uitspraak is in een aantal opzichten een vreemde uitspraak door de Afdeling, met name ten aanzien van de toerekening van kosten voor bovenwijkse voorzieningen.

17 januari 2018

ABRS 17 januari 2018, zaaknummer 201607636/1/R6 (Zuid-Holland, inpassingsplan “Windpark Spui”)

Een enigszins vergezocht betoog tegen dit inpassingsplan, waar het gaat om de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan behorende bij een ruimtelijk besluit zoals een inpassingsplan.

20 december 2017

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201702667/1/R6 (Heeze-Leende, bestemmingsplan “Bulders”)

Ook in deze uitspraak gaat het (hoofdzakelijk) om de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De appellanten stellen onder andere dat de anterieure overeenkomst niet ter inzage is gelegd en dat de contractpartij “slechts” een ontwikkelingsvennootschap is, waardoor de gemeente een financieel risico heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In deze uitspraak wordt geen nieuwe jurisprudentie “geschreven”.

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201701103/1/R3 (Kampen, bestemmingsplan “Uitbreiding bedrijventerrein Spoorlanden”)

Wederom een uitspraak (en geen vernieuwende) ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, maar wel een uitspraak met een enigszins verfrissende / verruimende kijk op de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan.

13 december 2017

ABRS 13 december 2017, zaaknummer 201703581/1/R2 (Bernheze, bestemmings- en exploitatieplan “Rodenburg”)

Ook deze uitspraak was ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan. De appellanten vonden dat niet was gebleken dat voldoende middelen beschikbaar zijn om hun gronden (desnoods) te onteigenen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiervoor in de exploitatiebegroting middelen zijn gereserveerd. Omdat de appellanten dit niet (konden) bestrijden, faalde het betoog.

8 november 2017

ABRS 8 november 2017, zaaknummer 201701403/1/R6 (Rijswijk, bestemmings- en exploitatieplan “Sion – ‘t Haantje, 2e herziening”)

Dit keer (wederom) een korte uitspraak ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, waarbij dit keer in het verweer van de raad het exploitatieplan wordt “gebruikt”.

27 september 2017

ABRS 27 september 2017, zaaknummer 201701682/1/R6 (Amsterdam, bestemmings- en exploitatieplan “Buiksloterham, 4e herziening”)

Politieke antwoorden op vragen van een journalist lijken hun intrede te doen in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoort het antwoord wel bij de gestelde vraag? Of toch niet …

21 juni 2017

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201700281/1/R6 (Horst aan de Maas, bestemmingsplan “1e herziening van het bestemmingsplan De Afhang” en het exploitatieplan “6e herziening op structurele onderdelen van het exploitatieplan De Afhang”)

De herziening van het bestemmingsplan zou leiden tot een verslechtering van de ontsluitingsmogelijkheden van het perceel van appellant, waardoor het uitgeefbaar percentage van zijn perceel niet meer 100% bedraagt maar minder. In dat geval zou ook de verschuldigde exploitatiebijdrage, zoals opgenomen in het exploitatieplan, met de herziening van het exploitatieplan moeten wijzigen / verminderen.

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201607326/1/R6 (Weesp, bestemmings- en exploitatieplan “Bloemendalerpolder”)

In het betoog tegen dit exploitatieplan komt naar voren dat in het exploitatieplan geen actuele ramingen voor de kosten woon- en bouwrijp maken zouden zijn opgenomen en dat niet duidelijk is welke uitgangspunten voor de ramingen zijn gehanteerd.

31 mei 2017

ABRS 31 mei 2017, zaaknummer 201503530/2/R2 (Schijndel, bestemmings- en exploitatieplan “Duin-Vlagheide, deelgebied 1”)

Het exploitatieplan is gerepareerd, naar aanleiding van de tussenuitspraak en is op 10 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze einduitspraak gaat op twee inhoudelijke onderdelen van een exploitatieplan in: 1. De omvang van het exploitatieplangebied; 2. Het te repareren taxatierapport inbrengwaarden.

  • Winssen, perceel akkerland/boomgaard (peren) aan de Koningstraat

    Te koop is een perceel akkerland/boomgaard (peren), ter grootte van 2.61.90 ha, gelegen aan de Koningstraat te Winssen.

  • Berlicum, perceel cultuurgrond aan de Koesteeg, te koop bij algemene inschrijving

    Bij algemene inschrijving wordt te koop aangeboden een perceel cultuurgrond, gelegen aan de Koesteeg te Berlicum, ter grootte van 0.75.00 ha.

  • Artikel “Zicht op voorzienbaarheid”

    In het vakblad Praktijk Omgevingsrecht van oktober 2019 is het artikel “Zicht op voorzienbaarheid” geplaatst, geschreven door Michelle Latour en Stijn Berns.

  • Mook, perceel bos aan de Bracamonteweg – te koop bij inschrijving

    Bij algemene inschrijving wordt te koop aangeboden een perceel bos, gelegen aan de Bracamonteweg, ter grootte van 3.31.70 ha.

    De inschrijving eindigt op 3 december 2019 om 12.00 uur.

  • Is een verzoek om nadeelcompensatie voorspelbaar geworden met de Handleiding nadeelcompensatie bij infrastructurele maatregelen?

    Alweer enige tijd geleden is een algemene nadeelcompensatieregeling opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht. Die regeling is nog niet in werking getreden, omdat alle nadeelcompensatieregelingen in de bijzondere wetten gewijzigd dienen te worden. Daartoe is op 19 juli jl. een wetvoorstel aan de Tweede Kamer toegezonden. Door de minister wordt toegelicht dat alle toezeggingen aan het parlement zijn ingelost. Eén van de toezeggingen was om meer duidelijkheid te scheppen omtrent de voorspelbaarheid van de wijze waarop de overheid omgaat met verzoeken om nadeelcompensatie.

  • 18-09-2019 / ABRS – NMR

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de herontwikkeling van een sportcomplex naar een woonwijk. Door het college is aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat de ontwikkeling in de lijn der verwachting lag omdat de ontwikkeling niet in strijd is met enig planologisch beleid. Volgens de Afdeling is deze motivering onvoldoende.

  • 04-09-2019 / ABRS – Beschrijving in hoofdlijnen

    Een eigenaar van een woning stelt schade te hebben geleden als gevolg van de komst van vijf nieuwe woningen. Ter discussie staat of onder het oude planologische regime nieuwvestiging van agrarische bedrijven is toegestaan.

  • Gloudemans is verhuisd

    Onze locatie in Rosmalen, waar wij meer dan 100 jaar waren gevestigd, werd te klein voor ons groeiende team. Wij hebben onze grenzen verlegd en zijn deze maand verhuisd naar Nuland in de gemeente ‘s-Hertogenbosch.

  • Gloudemans actief voor Samenloop voor Hoop Rosmalen

    Komend weekend loopt er een team van Gloudemans mee met de SamenLoop voor Hoop in Rosmalen. SamenLoop voor Hoop is een evenement van KWF voor iedereen die iets tegen kanker wil doen. Gedurende een 24-uurs wandelestafette staan we samen met lotgenoten stil bij kanker én vieren we het leven.

  • 28-08-2019 / ABRS – NMR

    Appellant heeft een planschadeaanvraag ingediend als gevolg van de verlening van twee projectbesluiten. De besluiten maken het planologisch mogelijk om een vleeskuikenhouderij onderscheidenlijk een bio-energiecentrale op te richten.

  • Deskundigenkosten

    Verzoekers worden in een planschade- of nadeelcompensatieprocedure in de praktijk vaak bijgestaan door juristen, maar ook door andere deskundigen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een hydroloog of een accountant. In deze blog probeer ik een overzicht te geven ten aanzien van het verzoek tot vergoeding van de deskundigenkosten.

  • 21-08-2019 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding bij uit te werken bestemming

    In deze zaak werd een uit te werken bestemming voor woningbouw wegbestemd. Appellant stelt als gevolg daarvan directe planschade te hebben geleden. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat sprake zou zijn van passieve risicoaanvaarding.

  • 24-07-2019 / ABRS – Passieve riscoaanvaarding, aanhouding, huurovereenkomst

    In deze zaak staat ter discussie of appellanten passieve risicoaanvaarding kon worden tegengeworpen. De gronden waar de bouwmogelijkheden werden beperkt waren vervuild zodat voor die gronden een aanhoudingsplicht gold totdat een goedgekeurd saneringsplan was opgesteld door het bevoegd gezag. Naar oordeel van de Afdeling staat een dergelijke aanhoudingsverplichting niet in de weg aan het doen van concrete pogingen om de bouwmogelijkheden te benutten. De aanhoudingsverplichting had niet tot gevolg dat er een grote kans bestond dat de bouwaanvraag niet meer inhoudelijk zou worden beoordeeld en uiteindelijk zou worden geweigerd.

  • 17-07-2019 / ABRS – Ontwikkeling sportvelden in de lijn der verwachting

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de woningbouwontwikkeling op de voormalige sportvelden. Door het college is gesteld dat een gedeelte van de schade onder het normaal maatschappelijk risico valt. De omvang van het normaal maatschappelijk risico is vastgesteld op 4% aangezien de herontwikkeling tot woonwijk op de voormalige sportvelden in de lijn der verwachtingen lag.

  • 10-07-2019 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding

    In het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan heeft het perceel van appellant de bestemming “Wonen” met de nadere aanduiding ‘bedrijf’. De Afdeling leidt uit de regels af dat de agrarische bebouwingsmogelijkheden onder het oude bestemmingsplan in het voorontwerp zijn komen te vervallen. Dat in het voorontwerp bij de bestemming “Wonen” geen bouwvlak was opgenomen betekent derhalve, anders dan appellant betoogt, niet dat binnen het hele bestemmingsvlak gebouwen konden worden opgericht. De Afdeling stelt dat het voorontwerp voldoende aanwijzingen bevatte dat de agrarische bouwmogelijkheden zouden afnemen en dat dus aanleiding bestond rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in ongunstige zin zou gaan veranderen.

Spring naar toolbar