Gloudemans uitsprakenUitspraken

Grondexploitatiewet

5 december 2018

ABRS 5 december 2018, zaaknummer 201709044/1/R6 (Tilburg, bestemmings- en exploitatieplan “Koningsoord Berkel-Enschot 2017”)

In de uitspraak van de Raad van State over het bestemmings- en exploitatieplan Koningsoord Berkel-Enschot 2017 kwamen een aantal inhoudelijke onderdelen van het exploitatieplan, procedure en kostenverhaal naar voren: procesorde / zienswijze-beroep, onderbouwing van kosten voor bovenwijkse voorzieningen en de exploitatiebijdrage.

11 juli 2018

ABRS 11 juli 2018, zaaknummer 201701607/1/R3 en 201701611/1/R3 (Hendrik-Ido-Ambacht, bestemmings- en exploitatieplan “Bedrijvenpark Ambachtsezoom”)

In deze uitspraak wordt een “nieuw” licht op de raming van de waarde van de gronden / opstallen (taxatie inbrengwaarde) van reeds verworven eigendommen, met inmiddels gesloopte opstallen, geworpen. Ook worden de (gerealiseerde en geraamde) sloopkosten in de uitspraak betrokken.

21 maart 2018

ABRS 21 maart 2018, zaaknummer 201705981/1/R6 (Teylingen, exploitatieplan “Hooghkamer 2011, 3e herziening”)

In deze uitspraak komt de taxatie inbrengwaarde, in een aantal facetten en onderdelen, en de geraamde indexering van de grondopbrengsten, naar voren.

16 maart 2018

ABRS 16 maart 2018, zaaknummer 201410484/3/R2 (Barneveld, exploitatieplan “Harselaar-Driehoek 1e herziening”)

Deze uitspraak is denk ik zeer relevant voor taxateurs (van inbrengwaarden) en adviseurs, die met kostenverhaal via een exploitatieplan te maken (kunnen) krijgen. Want met deze einduitspraak heeft de Afdeling “mooie” maar vooral duidelijke nieuwe jurisprudentie en handvatten voor de praktijk van exploitatieplannen en kostenverhaal gegeven.

31 januari 2018

ABRS 31 januari 2018, zaaknummer 201600888/3/R3 (Midden-Delfland, bestemmings- en exploitatieplan “Harnaschpolder-Zuid 2014”)

Deze uitspraak is in een aantal opzichten een vreemde uitspraak door de Afdeling, met name ten aanzien van de toerekening van kosten voor bovenwijkse voorzieningen.

17 januari 2018

ABRS 17 januari 2018, zaaknummer 201607636/1/R6 (Zuid-Holland, inpassingsplan “Windpark Spui”)

Een enigszins vergezocht betoog tegen dit inpassingsplan, waar het gaat om de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan behorende bij een ruimtelijk besluit zoals een inpassingsplan.

20 december 2017

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201702667/1/R6 (Heeze-Leende, bestemmingsplan “Bulders”)

Ook in deze uitspraak gaat het (hoofdzakelijk) om de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De appellanten stellen onder andere dat de anterieure overeenkomst niet ter inzage is gelegd en dat de contractpartij “slechts” een ontwikkelingsvennootschap is, waardoor de gemeente een financieel risico heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In deze uitspraak wordt geen nieuwe jurisprudentie “geschreven”.

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201701103/1/R3 (Kampen, bestemmingsplan “Uitbreiding bedrijventerrein Spoorlanden”)

Wederom een uitspraak (en geen vernieuwende) ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, maar wel een uitspraak met een enigszins verfrissende / verruimende kijk op de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan.

13 december 2017

ABRS 13 december 2017, zaaknummer 201703581/1/R2 (Bernheze, bestemmings- en exploitatieplan “Rodenburg”)

Ook deze uitspraak was ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan. De appellanten vonden dat niet was gebleken dat voldoende middelen beschikbaar zijn om hun gronden (desnoods) te onteigenen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiervoor in de exploitatiebegroting middelen zijn gereserveerd. Omdat de appellanten dit niet (konden) bestrijden, faalde het betoog.

8 november 2017

ABRS 8 november 2017, zaaknummer 201701403/1/R6 (Rijswijk, bestemmings- en exploitatieplan “Sion – ‘t Haantje, 2e herziening”)

Dit keer (wederom) een korte uitspraak ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, waarbij dit keer in het verweer van de raad het exploitatieplan wordt “gebruikt”.

27 september 2017

ABRS 27 september 2017, zaaknummer 201701682/1/R6 (Amsterdam, bestemmings- en exploitatieplan “Buiksloterham, 4e herziening”)

Politieke antwoorden op vragen van een journalist lijken hun intrede te doen in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoort het antwoord wel bij de gestelde vraag? Of toch niet …

21 juni 2017

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201700281/1/R6 (Horst aan de Maas, bestemmingsplan “1e herziening van het bestemmingsplan De Afhang” en het exploitatieplan “6e herziening op structurele onderdelen van het exploitatieplan De Afhang”)

De herziening van het bestemmingsplan zou leiden tot een verslechtering van de ontsluitingsmogelijkheden van het perceel van appellant, waardoor het uitgeefbaar percentage van zijn perceel niet meer 100% bedraagt maar minder. In dat geval zou ook de verschuldigde exploitatiebijdrage, zoals opgenomen in het exploitatieplan, met de herziening van het exploitatieplan moeten wijzigen / verminderen.

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201607326/1/R6 (Weesp, bestemmings- en exploitatieplan “Bloemendalerpolder”)

In het betoog tegen dit exploitatieplan komt naar voren dat in het exploitatieplan geen actuele ramingen voor de kosten woon- en bouwrijp maken zouden zijn opgenomen en dat niet duidelijk is welke uitgangspunten voor de ramingen zijn gehanteerd.

31 mei 2017

ABRS 31 mei 2017, zaaknummer 201503530/2/R2 (Schijndel, bestemmings- en exploitatieplan “Duin-Vlagheide, deelgebied 1”)

Het exploitatieplan is gerepareerd, naar aanleiding van de tussenuitspraak en is op 10 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze einduitspraak gaat op twee inhoudelijke onderdelen van een exploitatieplan in: 1. De omvang van het exploitatieplangebied; 2. Het te repareren taxatierapport inbrengwaarden.

26 april 2017

ABRS 26 april 2017, zaaknummer 201600888/1/R3 (Midden-Delfland, bestemmings- en exploitatieplan “Harnaschpolder Zuid 2014”)

In deze uitspraak komt ten aanzien van 3 onderdelen van een exploitatieplan interessante jurisprudentie naar voren: 1. Raming inbrengwaarde (r.o. 28-34); 2. Kosten werken en werkzaamheden (r.o. 35); 3. Gronduitgifte en afzettempo (r.o. 36).

  • 27-02-2019 / ABRS – Waterwet, onderhoud watergang, afkalving grond

    Appellant is eigenaar van een perceel van een watergang die door het waterschap wordt onderhouden met een klepelmaaier en maaikorf. Volgens appellant is de grens van zijn perceel geleidelijk verschoven waardoor 18,2 m² grond is afgekafd. Uitgaande van een grondprijs van € 330,00 per m² heeft appellant een totaalbedrag aan schade verzocht te vergoeden van € 6.006,00.Het college heeft besloten om € 660,00 te vergoeden. Anders dan verzoeker als uitgangspunt heeft genomen is de deskundige ervan uitgegaan dat de grond in de oude situatie niet mocht worden bebouwd. In de nieuwe situatie is de grond door de waterloop onbruikbaar zodat tot een vergoeding is gekomen van € 660,00.

  • 27-02-2019 / ABRS – Deskundigheid gemachtigde aanvrager

    Appellant kan zich niet verenigen met verschillende aspecten die als uitgangspunt zijn gehanteerd voor de vergoeding van de tegemoetkoming in de planschade. Zo is appellant van oordeel dat de waardevermindering geen € 24.000,00 maar € 27.720,00 dient te betreffen, hetgeen neerkomt op 6% van de oorspronkelijke waarde van de woning. De Afdeling volgt dit standpunt van appellant echter niet.

  • 27-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    In deze procedure staat vast dat appellant schade heeft geleden. Het college heeft in het besluit kenbaar gemaakt dat het voornemens is de schade in natura te compenseren. In het besluit staat opgenomen dat op 31 oktober 2018 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Indien het bestemmingsplan onverhoopt niet onherroepelijk in werking treedt, is het college alsnog bereid om het vastgestelde schadebedrag te betalen.

  • 20-02-2019 / ABRS – NMR en geurhinder

    De Afdeling oordeelt dat de hoogte van het normaal maatschappelijk risico door Thorbecke niet te hoog is vastgesteld. Daartoe is van belang dat de realisatie van een mestverwerkingsinstallatie tot op zekere hoogte als een normaal maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waar de omwonenden rekening mee hadden kunnen houden, omdat het normaal is dat een bedrijf technisch innoveert en er de laatste jaren veel aandacht is voor wijzen waarop de CO2-uitstoot als gevolg van onder meer de mest van vee kan worden teruggebracht en een mestverwerkingsinstallatie daar één van is. Gelet hierop acht ook de Afdeling een normaal maatschappelijk risico van 3% redelijk.

  • 20-02-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

    Appellant heeft verzocht om nadeelcompensatie voor waardevermindering van zijn woning in Eibergen ten gevolge van het Tracébesluit N18 Varsseveld-Enschede. De Afdeling stelt dat appellant rekening diende te houden op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling met de mogelijkheid dat het voor hem meest ongunstige alternatief in de startnotitie zou worden gerealiseerd, namelijk de realisatie van een ongelijkvloerse kruising in de nabijheid van zijn perceel. Echter, ook de voorzienbaarheid van het meest ongunstige alternatief kent haar begrenzing.

  • Veel vernieuwende pioniersprojecten op proeflocatie van start

    AgroProeftuin de Peel groeit dit jaar naar 14 praktijkproeven op de proeflocatie aan de Middenpeelweg. Op woensdag 13 februari zijn hiervoor de percelen op deze locatie uitgemeten. Marnix Bakermans, namens de regio bestuurlijk trekker van de transitie van de landbouw, sloeg het eerste piketpaaltje in de grond. Theo Pruijn van Gloudemans adviseert de gemeente Landerd bij dit project.

  • 13-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    Het perceel van appellante met een bedrijfsbestemming is bestemd tot “Groen”. Als gevolg van deze bestemmingswijziging is de waardedaling benaderd aan de hand van onder meer de uitgifteprijs. Door de SAOZ is de uitgifteprijs bepaald op € 140,00 per m². Volgens appellante is ter plaatse een uitgifteprijs van € 300,00 per m² marktconform. Daartoe zijn door appellante reeds voor de advisering ook vier referentiepercelen vermeld. Naar oordeel van de Afdeling kon niet zonder nadere motivering van een uitgifteprijs van € 140,00 worden uitgegaan.

  • Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 (Amsterdam)

    Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor het verbreden en ondergronds leggen van de rijksweg A10 ter hoogte van het centrumgebied van de Zuidas en voor de reconstructie van gedeelten van de rijkswegen A2, A4 en A10 en knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (project Zuidasdok), met bijkomende werken)

  • 06-02-2019 / ABRS – directe schade vervallen milieucategorie, NMR, proceskosten

    Appellante heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat de onder het uitbreidingsplan bestaande mogelijkheid voor bedrijfsmatig gebruik in milieucategorie 4 of 5, bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is komen te vervallen en dat dit tot een vermindering van de waarde van de onroerende zaak heeft geleid.

  • 06-02-2019 / ABRS – anderszins verzekerd

    Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van de aanleg van de N18. De zogenoemde directe planschade is volgens het advies van de schadecommissie door de minnelijke schikking anderszins verzekerd. De schadecommissie is op grond van de planvergelijking verder tot de conclusie gekomen dat appellant zogenoemde indirecte planschade lijdt door toegenomen geluidhinder, vermindering van de luchtkwaliteit en verslechtering van de algehele omgeving.

  • 06-02-2019 / ABRS – ondeugdelijk gemotiveerd

    Appellant is eigenaar van een woning die onderdeel is van het monumentale Fort Steurgat. Dit fort is omgebouwd tot wooneiland met daaromheen een vestinggracht. De beweerdelijk geleden schade bestaat volgens hem door de aanleg van een primaire waterkering rondom het Fort.

  • 30-01-2019 / ABRS – Nadeelcompensatie bij handhavend optreden

    Appellant exploiteerde een viskiosk op de Haagse Markt in Den Haag. Voor deze kiosk was geen vergunning verleend zodat de viskiosk in het kader van een handhavingsactie (bestuursdwang) is verwijderd. In verband met de gemaakte kosten voor de verwijdering heeft appellante een verzoek om nadeelcompensatie ingediend.

  • 30-01-2019 / ABRS – Verzilting, beoordeling causaal verband

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend in verband met ondervonden gewasschade. Als gevolg van de openstelling van de Katse Heule stelt appellant dat sprake is van verzilting waardoor gewasschade wordt ondervonden.

  • 30-01-2019 / ABRS – Gedeeltelijke voorzienbaarheid

    Appellant stelt schade te ondervinden als gevolg van de realisatie van de N201. In de directe nabijheid van het object is een half klaverblad mogelijk gemaakt met bijbehorende inrichting en voorzieningen. Op grond van het voorontwerp was het voorzienbaar dat een ongelijkvloerse kruising werd gerealiseerd. Aangezien daarmee niet een half klaverblad voorzienbaar was, is het college van oordeel dat de schade gedeeltelijk voorzienbaar is.

  • Besluit van 20 december 2018, nr. 2018002398 (Binnenmaas)

    Besluit van 20 december 2018, nr. 2018002398 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Binnenmaas krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van een P+R-terrein met ontsluitingsweg aan de westzijde van de provinciale weg N217 en noordzijde van de Reedijk en het bestaande busstation Heinenoord en gelegen tussen het buurtschap Blaaksedijk, de kernen Heinenoord en Mijnsheerenland en de rijksweg A29, met bijkomende werken)

Spring naar toolbar