Gloudemans uitsprakenUitspraken

Inbrengwaarde

Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening dient in beginsel bij elke ruimtelijke maatregel waarin bouwmogelijkheden zijn opgenomen een exploitatieplan te zijn vastgesteld. Dit is slechts anders indien het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd is’. Ook de inbrengwaarden van de gronden worden aangemerkt als ‘kosten van exploitatie’.
Bij de grondexploitatie speelt de inbrengwaarde een dubbele rol. In de eerste plaats beïnvloedt de inbrengwaarde de verdeling van de kosten over de verschillende uitgiftepercelen. Eigenaren van onroerende zaken zullen in het algemeen streven naar een hoge inbrengwaarde voor de eigen percelen ten opzichte van andere percelen in het plangebied. Immers, bij een lage inbrengwaarde kan de eigenaar van het betreffende perceel een lager bedrag in mindering brengen op de exploitatiebijdrage. Verder wordt de hoge inbrengwaarde van de andere percelen wel omgeslagen in de kosten voor zijn perceel. Ten tweede beïnvloedt de inbrengwaarde de haalbaarheid van het totale project. Een hogere inbrengwaarde leidt tot hogere plankosten en hiermee kan de financiële uitvoerbaarheid van het project in gedrang komen.
Het is dus essentieel de inbrengwaarde op nauwkeurige wijze te bepalen, aangezien hiermee grote belangen voor de ontwikkelende overheid en de grondeigenaar gemoeid zijn. Voor een gemeente is het van belang dat de inbrengwaarde zorgvuldig wordt getaxeerd om een eventuele beroepsprocedure met succes te kunnen doorstaan. Voor een eigenaar is het van belang dat zijn inbrengwaarde voldoende hoog wordt getaxeerd ten opzichte van de overige eigenaren in het plangebied.

De belangrijkste zaken bij het waarderen van de inbrengwaarde zijn door Frederik de Bruijne en Bertold te Winkel omschreven in het boek “Leidraad inbrengwaarde (2e druk)” geschreven.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bertold te Winkel.
Voor meer informatie over deze uitgave verwijzen wij u naar het Instituut voor Bouwrecht.
  • De woz-waarde in het bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht

    Regelmatig wordt in een planschade- of nadeelcompensatieprocedure, de woz-waarde van een woning “ingebracht”. Veelal komt dit uit de koker van de aanvrager die zich wellicht afvraagt waarom hetzelfde bestuursorgaan ten aanzien van de te heffen belasting een hogere waarde hanteert dan in de schadeprocedure.

  • 15-07-2020 / ABRS – feitelijk handelingen / referentiejaar

    Appellante heeft een aanvraag ingediend om nadeelcompensatie en tegemoetkoming in planschade in verband met de herontwikkeling van het Raadhuisplein. Bij besluit van 16 augustus 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Smallingerland appellante een vergoeding van € 20.434,00 als nadeelcompensatie voor het jaar 2012 toegekend en een aanvraag om tegemoetkoming in planschade afgewezen. Volgens het college is de planologische situatie voor appellante niet verslechterd. De bereikbaarheid van het bedrijfspand is niet verminderd en de parkeervoorzieningen zijn eerder verbeterd dan verslechterd.

  • 15-07-2020 / ABRS – rekenmethode / normaal maatschappelijk risico

    Appellante is eigenaar van een aantal percelen en heeft deze percelen in gebruik ten behoeve van een agrarisch bedrijf. Zij heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend, verband houdende met de peilopzet van de Maas en de vernatting van de percelen. Dit verzoek is afgewezen. Appellante betoogt dat de minister heeft miskend dat de adviescommissie de verkeerde rekenmethode heeft toegepast bij het bepalen van het oorzakelijk verband tussen de peilopzet en de gestelde schade.

  • 15-07-2020 / ABRS – Nadere motivering woz-waarde

    De Afdeling had eerder geoordeeld dat het college binnen een gestelde termijn een motivering diende te verstrekken tussen de vastgestelde waarden in het kader van de beoordeling van de planschade en de vastgestelde woz-waarden. Die termijn is opgebruikt verstreken. Het college heeft ook niet om verlenging van deze termijn gevraagd.

  • 15-07-2020 / ABRS – Maximaal planologische invulling milieuaspecten

    Appellant wordt geconfronteerd met een vergroting van een agrarisch bouwblok in de directe nabijheid. Ter discussie staat de maximaal planologische invulling voor de geuroverlast.

  • 08-07-2020 / ABRS – Second opinion

    Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies van de SAOZ dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In hoger beroep is een second opinion van Gloudemans overgelegd.

  • 08-07-2020 / ABRS – Beoordeling schadefactoren

    Appellant kan zich niet verenigen met het deskundigenadvies dat de gemeente aan haar besluit ten grondslag heeft gelegd. In beroep is een second opinion overgelegd.

  • 01-07-2020 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

    Het normaal maatschappelijk risico is vastgesteld op 4% van de waarde van de woning. Daardoor resteert van de waardedaling van € 15.000,00, € 4.600,00 aan tegemoetkoming in de planschade. De derdebelanghebbende kan zich hier niet mee verenigen en heeft bij de Afdeling aangevoerd dat een normaal maatschappelijk risico van 5% aan de orde dient te zijn.

  • 03-06-2020 / ABRS – deskundigenrapport

    Deze week een aantal uitspraken over de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding van inwoners van Venlo. Zij hadden de voormalige minister van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) gevraagd om de waardedaling van hun woning te compenseren als gevolg van het ‘tracébesluit Rijksweg A74’.

  • 27-05-2020 / ABRS – bewijslast

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens het verbod op gebruik als prostitutie-inrichting waardoor zijn panden in waarde zijn gedaald.

  • 20-05-2020 / ABRS – Hoogspanningsverbinding en woz-waarde

    Appellant is eigenaar van een woning op korte afstand van een hoogspanningsverbinding. De planologische wijziging heeft tot gevolg dat de zwaarte van de hoogspanningsverbinding zal toenemen van een gecombineerde 380/150 kV-lijn naar een 380/380 kV-lijn. De vraag staat centraal of appellant als gevolg van deze wijziging in een planologisch nadelige situatie is komen te verkeren.

  • 20-05-2020 / ABRS – voorzienbaarheid

    Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek om nadeelcompensatie in verband met het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere afgewezen.

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 (Haarlemmermeer)

    Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Haarlemmermeer krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan De Veldpost)

  • 29-04-2020 / ABRS – egalitébeginsel

    Namens de rechtsvoorganger van North Sea Port (beheerder en eigenaar van het havengebied Sloehaven ten oosten van Vlissingen) is een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens de wijziging van de begrenzing van het Natura 2000-gebied “Westerschelde & Saeftinghe”. North Sea Port stelt als gevolg van wijzigingsbesluit 19,1 miljoen schade te lijden omdat het niet meer mogelijk is om perceel B3 te ontwikkelen en ter plaatse van B3 een nieuwe natte ontsluiting van het havengebied aan te leggen ten behoeve van de percelen B1 en B2.

  • Een omslag/verschuiving van passieve naar actieve grondpolitiek binnen de Wethoudersvereniging

    Binnen de Wethoudersvereniging zijn de wethouders het erover eens: actieve grondpolitiek is in bepaalde gevallen nodig. Een aantal jaren geleden gaven de bestuurders eerder de voorkeur aan een passieve grondpolitiek als uitgangspunt. Er is dus een verschuiving te herkennen van passieve naar actieve grondpolitiek.

Spring naar toolbar