Gloudemans uitsprakenUitspraken

Schadevergoedingsrecht

Als gevolg van (on)rechtmatig handelen of door een toerekenbare tekortkoming kan een wettelijke verplichting tot schadevergoeding ontstaan. Het gaat hierbij niet om planschade, onteigeningsschade of nadeelcompen-satie, welke rechtsgebieden een eigen systeem van schadeberekenen kennen.

Toerekenbare tekortkoming
Er is sprake van een toerekenbare tekortkoming als een partij zijn verplichting uit een overeenkomst niet nakomt, niet op tijd nakomt of niet goed nakomt. Als een partij zich niet aan een van de bepalingen uit een overeenkomst houdt, wordt een ‘wanprestatie’ geleverd en dient de schade van de wederpartij vergoed te worden. Sinds de invoering van het nieuw Burgerlijk Wetboek in 1992 komt de term wanprestatie niet meer voor in de wet. In plaats daarvan wordt gesproken van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming. Als de wederpartij geen schuld heeft aan de tekortkoming, of als de oorzaak niet binnen diens risico ligt, is er sprake van overmacht. Dit wordt een ‘niet-toerekenbare tekortkoming’ genoemd en er is dan geen verplichting de schade van de wederpartij te vergoeden.

Onrechtmatige daad
Er is sprake van een onrechtmatige daad, als de ene partij jegens een andere partij toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld als gevolg waarvan schade is geleden die verband houdt met het onrechtmatig handelen, het zogenaamde causaal verband. Een onrechtmatige daad kan aan iemand worden toegerekend op grond van schuldaansprakelijkheid, maar ook op grond van risicoaansprakelijkheid. Wanneer er sprake is van bijvoorbeeld overmacht of noodweer, is iemand niet aansprakelijk voor diens onrechtmatige daad en dus niet gehouden tot bijvoorbeeld het betalen van een schadevergoeding.

Praktijkvoorbeelden
Een voorbeeld van een praktijkgeval is de situatie waarin een aannemer een nieuw bedrijfsgebouw te laat oplevert. De opdrachtgever kan als gevolg daarvan zijn huidige bedrijfspand niet tijdig aan de koper afleveren. De koper beroept zich op een boetebeding en heeft vertragingsschade, omdat hij zijn seizoengebonden productielijn niet tijdig kan opstarten. Indien wordt vastgesteld dat de aannemer aansprakelijk is voor de schadelijke gevolgen, moet de schade worden berekend. Een ander voorbeeld: u heeft 2.000 fruitbomen van de appel Cox’s Orange Pippin besteld, echter na de bloei komen er Golden Delicious te hangen. In een ander praktijkvoorbeeld heeft een gemeente een aanvraag voor een milieuvergunning verkeerd beoordeeld en afgewezen. De bestuursrechter vernietigt het omstreden besluit. In het geval de rechter het vernietigde besluit onrechtmatig acht, is het niet onaannemelijk dat de gemeente bij het nemen van het achteraf vernietigde besluit onrechtmatig heeft gehandeld. De aanvrager kan daardoor schade lijden, omdat het bedrijf waarvoor de vergunning werd aangevraagd veel later kon worden opgestart. De vertraging kan met zich meebrengen dat: tijdelijke inkomsten zijn gemist, de bouwkosten hoger zijn uitgevallen vanwege prijsstijgingen en nieuwe bouwregels, renteverliezen zijn geleden, advieskosten zijn gemaakt etc.

Wat kunnen wij voor u betekenen?
Gloudemans is gespecialiseerd in het maken van schadeberekeningen om de omvang van een wettelijke verplichting te taxeren en te berekenen. Bij de rapportages wordt gebruikgemaakt van de kennis van onze juristen, gespecialiseerde rentmeesters en bedrijfseconomen. De schadeberekeningen zijn vaak gecompliceerd. De werkelijkheid moet worden vergeleken met de situatie waarin de benadeelde partij zich zou hebben bevonden als de aangesproken partij zijn afspraken wel was nagekomen. Of, in het geval van onrechtmatig handelen, de aangesproken partij niet in strijd met het recht (artikel 6:162 BW) zou hebben gehandeld. Om deze fictie in beeld te krijgen is onderzoek naar jaarrekeningen, bouwkosten etc. nodig. Wij adviseren in het schadevergoedingsrecht aan bedrijven en overheden die aansprakelijk zijn gesteld dan wel schade hebben geleden. Een aantal rechtbanken benoemt onze mensen regelmatig als onafhankelijke deskundigen. In toenemende mate wordt Gloudemans als mediator ingeroepen.

Gerechtelijk deskundige
Wanneer een geschil wordt voorgelegd aan een rechter, kan deze rechter een deskundige in een bepaald vakgebied benoemen. Dit kan bijvoorbeeld een deskundige zijn op het gebied van schadevergoedingsrecht. De vakkennis van de deskundige op zijn of haar vakgebied en de daarmee samenhangende juridische aspecten zijn daarbij van groot belang.
Een aantal van onze medewerkers hebben de specialisatieopleiding Gerechtelijk Deskundige aan de Universiteit Leiden met goed gevolg afgerond. Zij zijn gespecialiseerd in waardebepalingen, schadeloosstellingen en het beoordelen van geschillen omtrent overeenkomsten en worden regelmatig als deskundige door een rechter benoemd.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bertold te Winkel.

  • 23-06-2021 / ABRS – Vergelijkingsmaatstaf

    Bij besluit heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van appellant om vergoeding van schade als gevolg van het Luchthavenbesluit Lelystad afgewezen. Volgens de minister heeft de rechtbank in de einduitspraak ten onrechte overwogen dat het Luchthavenbesluit voor het eerst het gebruik van Lelystad Airport als burgerluchthaven mogelijk maakt. Het Luchthavenbesluit maakt de groei van de luchthaven Lelystad tot grote regionale luchthaven voor vakantievluchten mogelijk. Dit rechtvaardigt volgens de minister niet de door de rechtbank voorgestane vergelijking, omdat een vergelijking van opeenvolgende rechtsregimes mogelijk is. Daarnaast heeft de rechtbank miskend dat de minister terecht de verandering in de feitelijke geluidsituatie bij haar oordeel heeft betrokken.

  • 16-06-2021 / ABRS – Benoeming, Geluid, Taxatie

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de komst van de A4. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank had de minister de commissie uitgebreid met een taxateur. Niet is gebleken dat de minister appellant op voorhand op de hoogte had gesteld van de benoeming van die taxateur. Daarmee is de beleidsregel geschonden. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat niet gebleken is dat de minister alsdan een andere taxateur zou hebben benoemd.

  • 09-06-2021 / ABRS – Directe planschade en overgangsrecht

    Deze uitspraak is een vervolg op een eerdere tussenuitspraak van de Afdeling waarin is overwogen dat bij een nieuwe uit te werken bestemming de uitwerkingsplicht en de uitwerkingsregels niet in de planvergelijking dienen te worden betrokken. Dat betekent echter niet dat het bouwverbod en het wegbestemmen van het agrarische gebruik niet bij de planvergelijking moeten worden betrokken.

  • 09-06-2021 / ABRS – Doorbreking voorzienbaarheid

    De eigenaar van de onroerende zaak had de mogelijkheid om een tweede recreatiewoning te realiseren. Met de komst van een nieuw bestemming is deze mogelijkheid wegbestemd. Het college is van oordeel dat sprake is van voorzienbaarheid omdat in de Omgevingsverordening van de provincie reeds stond opgenomen dat een extra recreatiewoning niet langer was toegestaan en vervolgens geen concrete pogingen zijn ondernomen.

  • 09-06-2021 / ABRS – Verwachtingswaarde, compensatie in natura en inkomensschade

    Appellant is eigenaar van een voormalige suikerfabriek en geconfronteerd met beperkende gevolgen van het Luchtvaartindelingsbesluit.

    Appellant stelt dat bij de waardering van de suikerfabriek dient te worden betrokken de verwachtingswaarde van het toekomstige gebruik op basis van de verschillende beleidsstukken die reeds waren gepubliceerd. De Afdeling volgt dit betoog niet en overweegt dat geen rekening dient te worden gehouden met de verwachtingswaarde van het toekomstige gebruik waarvoor een bestemmingsplanwijziging nodig is. De situatie op de peildatum is bepalend.

  • 09-06-2021 / ABRS – causaal verband

    Bij besluit heeft het Waterschap Aa en Maas het verzoek om nadeelcompensatie van appellante afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband. Appellante exploiteert een varkensfokkerij. Zware regenval heeft geleid tot wateroverlast op enkele agrarische percelen van appellante. De schade in de vorm van een verminderde opbrengst van maïs- en bietengewassen bedraagt € 7.500,00 exclusief btw. Appellante stelt dat achterstallig onderhoud, onvoldoende afvoercapaciteit van de watergangen en het peilbeheer oorzaken zijn van de overstroming en wateroverlast op de percelen.

  • 26-05-2021 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico

    Appellant is eigenaar van een perceel met een woning. Door de wijziging van het planologisch regime is de mogelijkheid tot het realiseren van meerdere woningen op het perceel komen te vervallen. Door de SAOZ is geconcludeerd dat sprake is van een waardedaling van € 50.000,00. Voorts is een korting van 20% gehanteerd (overeen komende met een drempel van 2,1%) voor het normaal maatschappelijk risico. De aard van de ontwikkeling – te weten het in een zogenoemd anticipeergebied beperken van de mogelijkheden voor nieuwbouw van woningen en meer in het bijzonder het daarbij schrappen van al sinds jaar en dag onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen – is in zijn algemeenheid aan te merken als normaal maatschappelijke ontwikkeling, waarmee in abstracto rekening diende te worden gehouden.

  • 19-05-2021 / ABRS – Second opinion, onzorgvuldig, onvolledig of onderschat

    Appellant kan zich niet verenigen met de taxatie van de deskundigen en heeft door een taxateur een rapportage laten opstellen. Die taxateur komt tot een grotere waardedaling. Naar oordeel van de Afdeling heeft de rapportage niet tot gevolg dat het college haar deskundigen in redelijkheid niet heeft kunnen volgen. Dat de verschillende deskundigen een verschil van inzicht hebben over de ernst van de planologische verslechtering, betekent niet dat aannemelijk is gemaakt dat het onderzoek op dit onderdeel onzorgvuldig of onvolledig is geweest, dan wel dat de deskundige het gewicht van de relevante schadefactoren heeft onderschat.

  • 12-05-2021 / ABRS – Bezonningsstudie en NMR

    De derdebelanghebbende kan zich niet verenigen met een rapportage van de deskundige Gloudemans. Volgens de derdebelanghebbende is ten onrechte de schadefactor schaduwwerking en verminderde zonlichttoetreding betrokken. Door de derdebelanghebbende is een bezonningsstudie ingebracht. De Afdeling constateert dat die bezonningsstudie ten onrechte uitgaat van de feitelijke situatie en niet van de planologisch maximale situatie. Gloudemans heeft derhalve terecht de schadefactor schaduw en verminderde zonlichttoetreding betrokken.

  • 12-05-2021 / ABRS – Woonboot en verkrijgende verjaring

    De eigenaar van een woonboot stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van een planologische verandering in de omgeving. De aanvraag om tegemoetkoming in de planschade is afgewezen omdat geen sprake is van een onroerende zaak.

  • 12-05-2021 / ABRS – Taxatie aanvrager

    Aanvrager kan zich niet verenigen met de waardering van zijn woning onder het oude planologische regime. Naar oordeel van aanvrager is tevens rekening gehouden met de maximaal planologische mogelijkheden, het rapport van de deskundige van het college is als uitgangspunt gehanteerd.

  • Nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021 vanaf 1 juli 2021 verplicht

    Vanaf 1 juli 2021 ga ik aan de slag met het nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021. Het model heeft meer aandacht voor duurzaamheid en de bouwkundige staat van de woning. Om met het nieuwe model taxatierapport te mogen werken heeft het NRVT aanvullende opleidingsvereisten gesteld. Voor dit examen ben ik onlangs geslaagd!

  • 28-04-2021 / ABRS – voorzienbaarheid hinder

    Appellante is huurder van een woning in Amsterdam en heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend wegens schade die zij heeft geleden als gevolg van de aanleg van de A9 Gaasperdammerweg als tunnel. Aan de aanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij overlast van de werkzaamheden ten behoeve van de uitvoering van het project heeft ondervonden en dat de overlast tevens tot gemiste inkomsten uit de exploitatie van een kinderdagverblijf in de woning heeft geleid. De gestelde inkomensschade wordt voorzienbaar geoordeeld.

  • 28-04-2021 / ABRS – taxatie

    Appellant heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend vanwege het Tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere en de aanpassing van het Tracébesluit in 2014 dat onder meer voorziet in de verbreding van de A1, de aanleg van een busbaan ter hoogte van de woning van aanvrager alsmede een nieuwe spoorbrug over de A1 ter hoogte van de woning. De minister oordeelt dat aan het advies van Ten Kate de schijn van partijdigheid kleeft. Derhalve wordt een nieuwe commissie (Te Rijdt) ingesteld. De reden voor het vaststellen van het Tracébesluit 2014 is uitsluitend gelegen in het mogelijk maken van de uitvoering van het Tracébesluit 2011. Hoewel dit wijst op een nauwe verwevenheid tussen deze besluiten, is, mede gezien de uitspraak van de Afdeling van 23 maart 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:795), sprake van twee planologische regimes.

  • 21-04-2021 / ABRS –vereenzelviging

    Appellant verzoekt om nadeelcompensatie omdat de bereikbaarheid van het door hem geëxploiteerde tankstation is verslechterd als gevolg van twee verkeersbesluiten. Het verzoek is afgewezen omdat de gestelde schade voorzienbaar was ten tijde van de aanvang van de exploitatie van het benzinestation in augustus 1993. Het beroep wordt niet ontvankelijk verklaard omdat er discussie is over namens wie c.q. welke identiteit het beroep is ingediend.

Spring naar toolbar