Gloudemans uitsprakenUitspraken

Bodemverontreiniging

Taxatie bodemverontreiniging
Bij de taxatie van onroerende zaken kan er sprake zijn van feiten of omstandigheden, die een bijzondere specialisatie vergen. Een probleem dat sinds de jaren 80 en 90 actueel is geworden betreft de taxatie van onroerende zaken met bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging kan een beperking betekenen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond. Afhankelijk van de aard en de ernst van de verontreiniging kan sanering op korte of lange termijn noodzakelijk zijn. Aan de hand van juridische criteria en marktomstandigheden kunnen wij voor u bepalen wat het gevolg is van de bodemverontreiniging voor de waarde van het onroerend goed en de risico’s inschatten voor u, als koper of als verkoper.
Gevolgen van bodemsaneringen
De uitvoering van saneringen kan verstrekkende gevolgen hebben voor eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Zo kan het nodig zijn dat tuinpercelen afgegraven moeten worden, gebouwen worden gesloopt en zelfs dat bewoners hun woningen moeten verlaten om de sanering zorgvuldig en milieuhygiënisch verantwoord te laten verlopen. Wij hebben ruime ervaring in het ontwikkelen van oplossingen voor problemen die bij de uitvoering van bodemsaneringen aan de orde komen. Hierbij zorgen wij voor een goede samenwerking met de uitvoerder van de sanering, waardoor de uitvoering voor de betrokkenen de minste overlast met zich meebrengt. Daarnaast kunnen wij voor u de schade taxeren en gemaakte afspraken over de wijze waarop de kosten van de sanering worden verdeeld, contractueel vastleggen.
Bodemsanering en ongerechtvaardigde verrijking
Bodemsaneringen die op kosten van de overheid worden uitgevoerd, kunnen een waardestijging van onroerende zaken met zich meebrengen. In de Wet bodembescherming zijn regels opgenomen, op grond waarvan de overheid het genoten profijt van de sanering kan verhalen. In opdracht van rechtbanken en overheden taxeren wij de omvang van de vergoeding die aan de overheid toekomt vanwege het feit dat de eigenaar van de voorheen verontreinigde grond verrijkt is nadat deze is gesaneerd.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frederik de Bruijne.

  • 03-06-2020 / ABRS – deskundigenrapport

    Deze week een aantal uitspraken over de afwijzing van een verzoek om schadevergoeding van inwoners van Venlo. Zij hadden de voormalige minister van Infrastructuur en Milieu (nu: Infrastructuur en Waterstaat) gevraagd om de waardedaling van hun woning te compenseren als gevolg van het ‘tracébesluit Rijksweg A74’.

  • 27-05-2020 / ABRS – bewijslast

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens het verbod op gebruik als prostitutie-inrichting waardoor zijn panden in waarde zijn gedaald.

  • 20-05-2020 / ABRS – Hoogspanningsverbinding en woz-waarde

    Appellant is eigenaar van een woning op korte afstand van een hoogspanningsverbinding. De planologische wijziging heeft tot gevolg dat de zwaarte van de hoogspanningsverbinding zal toenemen van een gecombineerde 380/150 kV-lijn naar een 380/380 kV-lijn. De vraag staat centraal of appellant als gevolg van deze wijziging in een planologisch nadelige situatie is komen te verkeren.

  • 20-05-2020 / ABRS – voorzienbaarheid

    Bij besluit van 26 maart 2018 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een verzoek om nadeelcompensatie in verband met het tracébesluit weguitbreiding Schiphol-Amsterdam-Almere afgewezen.

  • Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 (Haarlemmermeer)

    Besluit van 3 april 2020, nr. 2020000680 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Haarlemmermeer krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan De Veldpost)

  • 29-04-2020 / ABRS – egalitébeginsel

    Namens de rechtsvoorganger van North Sea Port (beheerder en eigenaar van het havengebied Sloehaven ten oosten van Vlissingen) is een verzoek om nadeelcompensatie ingediend wegens de wijziging van de begrenzing van het Natura 2000-gebied “Westerschelde & Saeftinghe”. North Sea Port stelt als gevolg van wijzigingsbesluit 19,1 miljoen schade te lijden omdat het niet meer mogelijk is om perceel B3 te ontwikkelen en ter plaatse van B3 een nieuwe natte ontsluiting van het havengebied aan te leggen ten behoeve van de percelen B1 en B2.

  • Een omslag/verschuiving van passieve naar actieve grondpolitiek binnen de Wethoudersvereniging

    Binnen de Wethoudersvereniging zijn de wethouders het erover eens: actieve grondpolitiek is in bepaalde gevallen nodig. Een aantal jaren geleden gaven de bestuurders eerder de voorkeur aan een passieve grondpolitiek als uitgangspunt. Er is dus een verschuiving te herkennen van passieve naar actieve grondpolitiek.

  • 22-04-2020 / ABRS – Tijdsverloop beleidsvoornemen en schadebesluit

    Een eigenaar van een woning in de nabijheid van de Buitenring stelt schade te hebben geleden als gevolg van het Inpassingsplan “Buitenring Parkstad Limburg 2012”. Door de schadecommissie is geconcludeerd dat de eigenaar in een nadelige situatie is komen te verkeren. Van een tegemoetkoming in de schade is echter geen sprake omdat de schade voorzienbaar is. Toen de eigenaar de woning in 1970 kocht was op basis van het Streekplan 1962 sprake van voorzienbaarheid. De provincie heeft conform het advies de aanvraag afgewezen.

  • Theo Pruijn over werken in tijden van corona

    Theo Pruijn is sinds 1988 werkzaam bij Gloudemans als taxateur en rentmeester en heeft alles al een keer meegemaakt. Alles? Nou nee, zoiets als een corona-crisis heeft zelfs Theo in de 40 jaar dat hij werkt niet eerder gezien. Een mooi moment om hem te bevragen hoe hij tegen de corona-crisis aankijkt.

  • 08-04-2020 / ABRS – Aanvaardbare marge

    Door de adviseur van het college wordt de waarde vóór gewaardeerd op € 315.000,00 en de waarde ná op € 287.500,00, aldus een waardedaling van € 27.500,00. Appellante is de derdebelanghebbende die de planschade moet betalen en kan zich niet verenigen met de getaxeerde waardedaling. Daartoe schakelt appellante een deskundige in die de waardedaling waardeert op € 15.000,00, over de waarde vóór bestaat tussen partijen geen discussie.

  • Omgevingswet uitgesteld door Corona. Of speelt er meer?

    De invoering van de Omgevingswet is alweer uitgesteld. Op 1 april 2020 is de Tweede Kamer door minister Van Veldhoven voor Milieu en Wonen op de hoogte gebracht. Ondanks dat het 1 april was is het geen grap. Deze keer is het de Coronacrisis die de emmer doet overlopen. Door de samenloop van de grote inzet die van de overheden gevraagd wordt voor de implementatie van de Omgevingswet en de bestrijding van de Coronacrisis wil de minister niet langer vasthouden aan de invoeringsdatum van 1 januari 2020. Het bevoegd gezag kan zich nu eerst richten op het belangrijkste: De bestrijding van het Coronavirus.

  • Kun je als kluizenaar de wereld redden?

    Halverwege maart ben ik teruggekomen van de jaarlijkse Gloudemans wintersport. Onderweg naar de bergen, ter hoogte van de bruinkoolmijnen bij Jackerath, hoorden wij dat de coronamaatregelen in Nederland werden aangescherpt. Via het inmiddels krakende radiosignaal van Radio 2 werd duidelijk dat publieke bijeenkomsten werden verboden en dat er zoveel mogelijk vanuit huis moet worden gewerkt.

  • Planschadetsunami door thuiswerkend Nederland?

    Thuiswerkend Nederland zit achter de keukentafel, een bureau of in de tuin. Tussen het werken en videobellen door kan worden genoten van het uitzicht naar buiten. Wellicht valt juist nu op dat het nieuwe gebouw aan de overzijde toch wel erg groot is. De kans bestaat dat veel aanvragen om planschade worden ingediend. Tot wanneer dient een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade in behandeling te worden genomen?

  • 25-03-2020 / ABRS – feitelijke uitvoeringswerkzaamheden

    Appellant heeft een tegemoetkoming in planschade gekregen vanwege het bestemmingsplan A2 Traverse. Daarnaast heeft appellante verzocht om compensatie van nadeel als gevolg van de feitelijke uitvoeringswerkzaamheden.

  • 25-03-2020 / ABRS – Overgangsrecht directe planschade

    In deze zaak staat ter discussie of bij directe planschade de gebruiksmogelijkheden onder het overgangsrecht dienen te worden betrokken. Appellant verwijst daartoe naar zeven uitspraken waaruit zou blijken dat overgangsrecht wél dient te worden betrokken. Op grond van die uitspraken zou onder meer rekening dienen te worden gehouden met het overgangsrecht omdat hiermee bij de schadetaxatie rekening wordt gehouden.

Spring naar toolbar