Gloudemans uitsprakenUitspraken

Bodemverontreiniging

Taxatie bodemverontreiniging
Bij de taxatie van onroerende zaken kan er sprake zijn van feiten of omstandigheden, die een bijzondere specialisatie vergen. Een probleem dat sinds de jaren 80 en 90 actueel is geworden betreft de taxatie van onroerende zaken met bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging kan een beperking betekenen voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond. Afhankelijk van de aard en de ernst van de verontreiniging kan sanering op korte of lange termijn noodzakelijk zijn. Aan de hand van juridische criteria en marktomstandigheden kunnen wij voor u bepalen wat het gevolg is van de bodemverontreiniging voor de waarde van het onroerend goed en de risico’s inschatten voor u, als koper of als verkoper.
Gevolgen van bodemsaneringen
De uitvoering van saneringen kan verstrekkende gevolgen hebben voor eigenaren en gebruikers van onroerende zaken. Zo kan het nodig zijn dat tuinpercelen afgegraven moeten worden, gebouwen worden gesloopt en zelfs dat bewoners hun woningen moeten verlaten om de sanering zorgvuldig en milieuhygiënisch verantwoord te laten verlopen. Wij hebben ruime ervaring in het ontwikkelen van oplossingen voor problemen die bij de uitvoering van bodemsaneringen aan de orde komen. Hierbij zorgen wij voor een goede samenwerking met de uitvoerder van de sanering, waardoor de uitvoering voor de betrokkenen de minste overlast met zich meebrengt. Daarnaast kunnen wij voor u de schade taxeren en gemaakte afspraken over de wijze waarop de kosten van de sanering worden verdeeld, contractueel vastleggen.
Bodemsanering en ongerechtvaardigde verrijking
Bodemsaneringen die op kosten van de overheid worden uitgevoerd, kunnen een waardestijging van onroerende zaken met zich meebrengen. In de Wet bodembescherming zijn regels opgenomen, op grond waarvan de overheid het genoten profijt van de sanering kan verhalen. In opdracht van rechtbanken en overheden taxeren wij de omvang van de vergoeding die aan de overheid toekomt vanwege het feit dat de eigenaar van de voorheen verontreinigde grond verrijkt is nadat deze is gesaneerd.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Frederik de Bruijne.

  • 15-01-2020 / ABRS – advies deskundigencommissie

    Appellant claimt schade aan zijn woning (scheur- en schimmelvorming) als gevolg van werkzaamheden van het waterschap aan de Elsbemden te Maasbree. In hoger beroep draait het om de vraag of het verzoek afgewezen mocht worden op basis van het advies van de deskundigencommissie.

  • Nieuwsjaarsboodschap

    Vanuit ons nieuwe kantoor bedanken wij u voor de plezierige samenwerking in 2019. Vol duurzame energie en met een flinke werklust maken wij graag samen met u ook van 2020 een succesvol jaar. Dat doen we met veel plezier, inzet en professionaliteit vanuit onze visie: Down to Earth.

  • 24-12-2019 / ABRS – normaal maatschappelijk risico

    Liander heeft op verzoek van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland kabels verlegd wegens de aanpassingen aan de N23 Westfrisiaweg en vervolgens een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. Een deel van dit verzoek is gehonoreerd. Een deel is afgewezen onder verwijzing naar de Schadevergoedingsregeling verlegging kabels en leidingen buiten het beheergebied van de Provincie Noord-Holland.

  • 24-12-2019 / ABRS / Voorzienbaarheid aanwijzingsbesluit

    In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de planschade voorzienbaar was op basis van een aanwijzingsbesluit van 22 september 2005. Appellant heeft de woning op 24 augustus 2006 gekocht en was tot 27 november 2017 eigenaar van de woning.

  • 18-12-2019 / ABRS / directe schade

    Appellant heeft het college verzocht hem tegemoet te komen in de planschade. Met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan heeft het perceel van appellant een woonbestemming gekregen en is de agrarische bestemming die op dit perceel rustte komen te vervallen. Hierdoor is dit perceel in waarde gedaald. Verder brengt de bestemmingswijziging inkomensschade met zich, omdat op het perceel niet langer een agrarisch bedrijf kan worden geëxploiteerd, aldus appellant.

  • 18-12-2019 / ABRS / taxatierapport

    Appellant voert in hoger beroep tevergeefs aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat voor de door de SAOZ uitgebrachte taxatie hetzelfde geldt als voor het door hem ingebrachte taxatierapport, namelijk dat die pas jaren na de planwijziging is opgemaakt.

  • 18-12-2019 / ABRS / voorzienbaarheid en risicoanalyse

    Appellant bestrijdt dat het op het moment dat hij zijn woonhuis kocht kenbaar was dat het uitwerkingsplan was vastgesteld en dat het ontwerp ervan ter inzage heeft gelegen.

  • 18-12-2019 / ABRS / Evident privaatrechtelijke belemmering

    Ter discussie staat de maximale planologische invulling van de tuingrond van appellant. De SAOZ heeft geoordeeld dat voor bebouwing rekening dient te worden gehouden met een afstand tot beide zijdelingse perceelgrenzen van 2 meter wegens gevelopeningen. Appellant stelt dat de SAOZ diende uit te gaan van bebouwing tot op de perceelsgrens.

  • 18-12-2019 / ABRS / Verrekening planologisch voordeel

    In de gemeente Bergen heeft een planologische wijziging plaatsgevonden waarbij de bouwmogelijkheden van een woonwijk zijn beperkt. In het oude uitbreidingsplan gold voor de percelen de bestemming “Villa’s en Landhuizen”. Deze bestemming wordt in het nieuwe planologische regime zodanig beperkt dat er maximaal een woning mag worden gebouwd van 2.200 m³. Appellanten stellen directe planschade voor de beperking van de bouwmogelijkheden op het eigen perceel.

  • 11-12-2019 / ABRS – causaal verband

    Appellant heeft een verzoek om schadevergoeding ingediend vanwege het Tracébesluit N18 Varsseveld – Enschede dat voorziet in de aanleg van het nieuwe Tracé N19 in de nabijheid van zijn bedrijfswoningen. Er is een stuk van zijn grond aangekocht dat benodigd was voor aanleg van het Tracé. Appellant stelt waardevermindering van zijn bedrijfswoningen en agrarisch bedrijf. Omdat dit rechtstreeks voortvloeit uit de nieuwe planologische grondslag (het Tracébesluit) wordt het beoordeeld naar de maatstaven voor tegemoetkoming in planschade.

  • 11-12-2019 / ABRS / Woz

    In deze zaak zijn partijen verdeeld over de vraag of het college de in het advies van de SAOZ opgenomen taxatie aan zijn besluit ten grondslag mocht leggen en meer in het bijzonder of het college het verschil tussen de woz-waarde en de taxatie van de woning van belanghebbende in het kader van planschade deugdelijk heeft gemotiveerd.

  • 04-12-2019 / ABRS –

    Appellant heeft een schadevergoeding ontvangen in verband met de komst van de polderbaan, mogelijk gemaakt door het bestemmingsplan Schiphol-West en omgeving.

  • 04-12-2019 / ABRS / Concreet beleidsvoornemen doorbroken

    De eigenaar van een garagebedrijf heeft een aanvraag om planschade ingediend omdat de mogelijkheid om een supermarkt te realiseren is wegbestemd. Naar oordeel van het college kan aanvrager passieve risicoaanvaarding worden tegengeworpen.

  • 04-12-2019 / ABRS / Concrete poging

    De Afdeling stelt vast dat vanaf 2 juni 2010 voorzienbaar was dat de bouwmogelijkheden voor een verkooppunt voor brandstoffen zou komen te vervallen. De eigenaar betoogt dat van hem niet kon worden verwacht om een bouwplan in te dienen omdat een provinciale uitwegvergunning benodigd was.

  • 04-12-2019 / ABRS / Tijdelijk voordeel

    Aanvrager is op 1 april 1980 eigenaar geworden van het perceel. Op dat moment voorzag het bestemmingsplan niet in de oprichting van een vrijstaande woning. Een bestemmingsplan in 1988 maakte de bouw van een vrijstaande woning mogelijk. In het nieuwe bestemmingsplan uit 2013 is deze bouwmogelijkheid weer komen te vervallen. Niet in geschil is dat het nadeel uitsluitend bestaat uit het wegvallen van dit tijdelijke voordeel.

Spring naar toolbar