Gloudemans uitsprakenUitspraken

‘Het spel en de knikkers’

De heer mr. E. van der Schans en de heer mr.ing. A.C.M.M. van Heesbeen hebben het boek “Onteigening – het spel en de knikkers” geschreven.

De auteurs, zelf gedurende vele jaren als advocaat, schadedeskundige en rentmeester-taxateur werkzaam in de onteigeningspraktijk, hopen met dit boek een bruikbaar naslagwerk te bieden aan degenen die als professionals in de praktijk met het onteigeningsrecht in aanraking komen, zowel de juristen als de schadedeskundigen en taxateurs. Zij koesteren die hoop in het bewustzijn dat het niet alleen de juristen zijn die zich bezighouden met het spel, en niet alleen de taxateurs die zich bezighouden met de knikkers. De verwevenheid van deze twee elementen maakt het onteigeningsrecht voor de praktijkbeoefenaren soms moeilijk toegankelijk. De in dit boek opgenomen gecombineerde behandeling daarvan beoogt de toegang tot het onteigeningsrecht voor hen te faciliteren.

(ISBN 978-90-3524-557-0).

  • 01-05-2019 / ABRS – Burger-/bedrijfswoning

    In deze zaak staat ter discussie of door de verkregen vrijstelling voor een burgerwoning, een negatieve invloed heeft op het bedrijf van appellant. De Afdeling stelt vast dat onder het oude planologische regime op het perceel waar met een vrijstelling een burgerwoning mogelijk is gemaakt, een bedrijfswoning kon worden gerealiseerd.

  • 01-05-2019 / ABRS – NMR

    Door de planschadeadviseur is geconcludeerd dat woningbouw in de betreffende kern in beginsel een normaal maatschappelijke ontwikkeling is en deze ontwikkeling past binnen het gevoerde beleid. Ondanks dat niet aan alle overige omstandigheden is voldaan betekent dit volgens de Afdeling dat de ontwikkeling in ieder geval deels in de lijn der verwachting lag. Reeds hierom kan de conclusie dat geen aanleiding bestaat een hoger normaal maatschappelijk risico dan het wettelijk minimumforfait van 2% aan te nemen, geen stand houden.

  • 24-04-2019 / ABRS – Verschil planschade en marktwaarde

    In het planschaderecht is niet de feitelijke situatie van belang, waarop de marktwaarde wordt gebaseerd, maar de situatie zoals die planologisch kan zijn. Uitgegaan wordt van de maximale invulling van het oude en het nieuwe planologische regime. De redelijk denkend en handelend koper wordt in het planschaderecht geacht hiermee rekening te houden.

  • 24-04-2019 / ABRS – toegenomen concurrentie

    Een rederij heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend als gevolg van het feit dat ze vanaf 2012 niet meer mocht afmeren aan haar ponton bij de Veerstoep te Dieren ondanks dat er in 2015 aan de gemeente Rheden een vergunning is verleend voor een nieuwe aanlegsteiger op bijna dezelfde locatie. Sinds 2016 heeft de rederij haar exclusieve positie verloren omdat zij niet meer als enige gerechtigd is gebruik te maken van de nieuwe aanmeerkade. De minister heeft het verzoek afgewezen omdat de gestelde schade niet het gevolg is van zijn besluitvorming en/of handelen.

  • 17-04-2019 / ABRS – Vrijstelling en ruimtelijke onderbouwing

    In een advies heeft de SAOZ het bestemmingsplan (nieuwe planologische situatie) vergeleken met een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de voormalige WRO. De vrijstelling voorziet onder meer in een nieuwe zuidelijke ontsluiting van het bedrijf over een nieuwe brug en weg nabij het perceel van appellant.

  • 17-04-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

    Het betoog van appellant ziet op voorzienbaarheid.De Afdeling stelt dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat (het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat) voor appellant ten tijde van de koop van zijn perceel op grond van het provinciale uitbreidingsplan aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in voor hem ongunstige zin zou veranderen.

  • 10-04-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid en aankoop van overige erfgenamen

    Door TOG Nederland is vastgesteld dat aanvrager op 8 maart 2005 voor 1/3 eigenaar van de woning is geworden door erfopvolging. Volgens TOG dient de voorzienbaarheid in het geval van eigendomsverkrijging door erfopvolging te worden beoordeeld naar het moment dat de erflater de koopovereenkomst sloot. Dit was op 24 maart 1977. Op dat moment was de ontwikkeling niet voorzienbaar. Voor het deel van de woning dat is verkregen door erfopvolging is dan ook geen actieve risicoaanvaarding tegengeworpen. Dit is volgens TOG anders wat betreft het overige deel van de woning dat appellant heeft gekocht van de overige erfgenamen. Op het moment dat dit deel werd geleverd, was de ontwikkeling bekend. Volgens TOG komt twee derde van het begrote nadeel dan ook niet voor tegemoetkoming in aanmerking.

  • 10-04-2019 / ABRS – Schadebeperkend handelen

    Een rederij heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend als gevolg van het besluit waarmee het exploiteren van een ijsbaan is toegestaan op het water. De rederij verzorgt ter plaatse rondvaarten en kan door het besluit de normale route niet meer varen. Hierdoor is schade ondervonden.

  • 10-04-2019 / ABRS – Connexiteit

    Appellant heeft schade geleden als gevolg van de uitvoering van verschillende werkzaamheden ten behoeve van een herinrichting. Aan deze werkzaamheden liggen verkeersbesluiten ten grondslag en voor een gedeelte gaat het om de feitelijke werkzaamheden. De Afdeling stelt vast dat de gemeente ten tijde van belang noch een verordening noch een beleidsregel had waarin een grondslag werd geboden voor de vergoeding van nadeelcompensatie.

  • 03-04-2019 / ABRS – evenementen in planologische vergelijking

    Appellant betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de JvO in de adviezen een onjuiste planvergelijking heeft gemaakt. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is ingevolge het nieuwe bestemmingsplan het gebruik ten behoeve van het houden van vijf evenementen toegestaan. Ten opzichte van het oude bestemmingsplan is dat een nadeel, aldus appellant.

  • 03-04-2019 / ABRS – beoordeling afzonderlijke gevallen

    Appellanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college, gelet op de hoogte van de tegemoetkoming die aan de bewoners van de woning [locatie D] is toegekend, aan hen een te laag bedrag is toegekend. Zij verwijzen naar de second opinions.Appellanten vinden het onbegrijpelijk dat het planologisch nadeel slechts in geringe mate verschilt van het nadeel voor de woning [locatie D], terwijl zij in vergelijking met de bewoners van die woning worden geconfronteerd met een veel grotere beperking van het uitzicht.

  • 03-04-2019 / ABRS – schadecategorie-indeling

    In het advies heeft Thorbecke verwezen naar een schadecategorie-indeling met controlepercentages, waarbij een planologische verslechtering met de kwalificatie ‘enigszins nadelig’ met een waardevermindering in de categorie 1 tot 5 procent correspondeert en een planologische verslechtering met de kwalificatie ‘zwaar’ met een waardevermindering in de categorie 5 tot 10 procent.

  • 27-03-2019 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding en voortdurend proces van overleg en onderhandelingen

    Aanvrager is geconfronteerd met het vervallen van bouwmogelijkheden op zijn perceel. Dit perceel werd voorheen enkel gereguleerd op grond van de bouwverordening. Nadien is getracht door middel van een bestemmingsplan de bouwmogelijkheden te beperken. Dit is echter gestrand door een motiveringsgebrek in het goedkeuringsbesluit. De Afdeling is van oordeel dat in elk geval het vervallen van de bouwmogelijkheden voorzienbaar was vanaf het moment dat het goedkeuringsbesluit is vernietigd.

  • 20-03-2019 / ABRS – doorbreken voorzienbaarheid

    SAOZ adviseert dat appellant het risico van de voor hem nadelige planologische ontwikkeling ten tijde van de aankoop van de onroerende zaak heeft aanvaard.Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het oude bestemmingsplan de keten van voorzienbaarheid heeft doorbroken. Daartoe voert het college aan dat het oude bestemmingsplan slechts conserverend van aard was, als gevolg van een actualiseringsslag, waarbij een groot aantal planologische regelingen is vervangen door uniforme regelingen.

  • 20-03-2019 / ABRS – passieve risicoaanvaarding

    Appellant heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade ten gevolge van het bestemmingsplan “Centrum Deurne”, omdat ingevolge dat plan het oprichten van bijgebouwen op het perceel niet is toegestaan. Appellant betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zijn aanvraag terecht heeft afgewezen op de grond dat appellant de planologische verandering voor zijn perceel passief heeft aanvaard.

Spring naar toolbar