Gloudemans uitsprakenUitspraken

Blog

16 december 2021

Gemeentelijke grondprijzen: belangrijkste trends & ontwikkelingen

In deze blog geef ik uitleg over de gemeentelijke grondprijzen en licht ik de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor kalenderjaar 2022 toe.

15 december 2021

Woningbouwimpuls regeling 3e tranche

Gloudemans heeft in navolging van eerdere tranches, wederom geadviseerd in de 3e tranche van de Woningbouwimpuls regeling.

16 november 2021

Een enorm tekort aan starterswoningen. Wat gaan we daaraan doen?

Het lijkt hét speerpunt van veel gemeentes: starterswoningen realiseren. Toch worden starterswoningen niet in grote aantallen gerealiseerd. Het onderwerp starterswoningen fascineert mij enorm. Nu ik een aantal maanden bij Gloudemans werk en haalbaarheidsonderzoeken mag uitvoeren voor diverse gemeentes houdt dit onderwerp mij alleen maar meer bezig. Want waarom komt de bouw van starterswoningen niet van de grond als er enorme behoefte aan is? In deze blog deel ik mijn visie op dit actuele thema en deel ik mogelijke oplossingen waarmee je deze trend kunt doorbreken.

6 mei 2021

Nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021 vanaf 1 juli 2021 verplicht

Vanaf 1 juli 2021 ga ik aan de slag met het nieuwe model Taxatierapport Woonruimte 2021. Het model heeft meer aandacht voor duurzaamheid en de bouwkundige staat van de woning. Om met het nieuwe model taxatierapport te mogen werken heeft het NRVT aanvullende opleidingsvereisten gesteld. Voor dit examen ben ik onlangs geslaagd!

7 april 2021

Vormfactor: marktwaarde of marktwaarde zonder bijzonder uitgangspunt?

Voor het bepalen van de grondwaarde van appartementencomplexen wordt veelal gekeken naar de residuele systematiek. Binnen de residuele systematiek zal er worden gekeken naar een marktconforme opbrengstpotentie en zullen op basis van kengetallen de stichtingskosten worden geraamd. Door de geschatte opbrengstpotentie te verminderen met de geraamde stichtingskosten resulteert een grondwaarde. Een taxateur kan de uitkomst altijd toetsen aan de hand van een grondquote of deze past binnen een marktconforme bandbreedte.

9 februari 2021

Onteigening gaat niet over één nacht ijs

“O wind, als winter komt, laat lente niet lang op zich wachten". Met deze mooie woorden van de Engelse dichter Percy Bysshe Shelley (1792-1822), een stevige oostenwind en Nederland bedekt onder een laag sneeuw, zie ik de datum van 1 januari 2022 dichterbij komen. De datum 1 januari 2022 is nog steeds de datum waarop wordt beoogd de Omgevingswet in werking te laten treden. Dit lijkt ver weg, maar voor veel projecten waarbij wordt overwogen als sluitstuk het grondbeleidsinstrument “onteigening” in te (moeten) zetten, is een afweging op dit moment de moeite waard en is het aan te bevelen nu voorbereidingen te treffen.

15 december 2020

Hoe planschade beter overeenkomt met de feitelijke situatie

Sinds 2008 wil de wetgever af van planschadevergoedingen voor planschade die voortvloeit uit een nog nader uit te werken bestemming. Mijn collega Klaas Verbeek heeft in zijn vorige blog een introductie geschreven over de flexibiliteit van de planschadebeoordeling. Ik neem het stokje over en ga in op wat de komst van het zesde lid in artikel 6.1 van de Wro voor gevolgen heeft gehad op planschade.

4 december 2020

Simpele groenstrookjes, ingewikkelde discussiepunten

Vaak gaat het over kleine stukjes en dus ook niet over grote bedragen: reststroken taxeren. Het lijkt zo eenvoudig, maar vaak is het dat niet. Iedere situatie is namelijk anders en leidt tot een ander gesprek met de potentiële kopers in kwestie. Daarom krijgen wij geregeld vragen en taxatieverzoeken van gemeenten die stoeien met hun reststrokenbeleid. Om een idee te geven hoe de waardering van die paar vierkante meter tot stand komt, bespreek ik vier zaken waar we zoal rekening mee houden.

27 november 2020

De toenemende grondhonger in Nederland

De grote vraag naar woningen en het beperkte aanbod van nieuwbouwlocaties heeft rechtstreekse gevolgen voor de prijzen die worden betaald voor ruwe bouwgrond. Dit is immers een schaars product geworden! Vanuit marktwerking ligt deze prijsstijging voor de hand. De prijsstijging zou echter ook juist een extra reden voor stagnatie kunnen zijn, naast de COVID-19 pandemie en de stikstof- en PFAS-problematiek. Deze blog gaat hierop in.

20 oktober 2020

Zicht op onteigening en staatssteun?

Onlangs is op 9 oktober 2020 arrest gewezen in de zaak gemeente Harlingen tegen Spaansen. In deze zaak wordt de zeldzame combinatie van rechtsgebieden: staatssteun en onteigening behandeld door Rechtbank, Hof en Hoge Raad.

8 oktober 2020

De flexibiliteit van de planschadebeoordeling

Sinds 2008 wil de wetgever af van planschadevergoedingen voor planschade die voortvloeit uit een nog nader uit te werken bestemming. De overheid heeft de mogelijkheid haar bestemmingsplannen met enige flexibiliteit in te richten. Daartoe heeft zij verschillende instrumenten namelijk de zogenaamde flexibiliteitsbepalingen. Recent is er baanbrekende jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geweest waarin extra verduidelijking inzake flexibiliteitsbepalingen is gegeven.

17 september 2020

Parkeernormen binnen binnenstedelijke (her-)ontwikkelingen

In mijn voorgaande blog (omtrent het waarderen van tankstations) heb ik aangegeven dat er op 1 januari 2019 in Nederland circa 8,5 miljoen auto’s rond reden. In het begin van 2020 stonden er 8,7 miljoen auto’s op naam in Nederland, het autobezit stijgt dus harder dan de bevolkingsgroei van 18 jaar en ouder. Dit strookt niet met de lage parkeernormen die momenteel worden gehanteerd in binnenstedelijke (her‑)ontwikkelingen.

14 september 2020

Wet voorkeursrecht gemeenten, rechtspraak 2020

Tot op heden zijn in 2020 een zestal rechterlijke uitspraken gedaan, die - direct of indirect - betrekking hebben op de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg). In deze bijdrage wordt stilgestaan bij de betreffende uitspraken, die in lijn zijn met de vaste rechtspraak in het kader van de Wvg.

14 augustus 2020

Beleggen in een recreatiewoning: unieke kans of te mooi om waar te zijn?

De zomervakantie van 2020 gaat de boeken in als de zomer van vakantie in eigen land. De verre oorden worden ingeruild voor een vakantie in de achtertuin, de plaatselijke camping of de recreatieparken aan de kust of in de polder. Deze omslag heeft een grote impact op de markt voor recreatiewoningen binnen Nederland, maar ook daarbuiten. In deze blog behandel ik niet alleen de huidige situatie op de markt voor recreatiewoningen in Nederland, maar bespreek ik tevens de kansen en bedreigingen waar bij het beleggen in recreatief vastgoed rekening mee gehouden moet worden.

31 juli 2020

De woz-waarde in het bestuursrechtelijk schadevergoedingsrecht

Regelmatig wordt in een planschade- of nadeelcompensatieprocedure, de woz-waarde van een woning “ingebracht”. Veelal komt dit uit de koker van de aanvrager die zich wellicht afvraagt waarom hetzelfde bestuursorgaan ten aanzien van de te heffen belasting een hogere waarde hanteert dan in de schadeprocedure.

  • Gemeentelijke grondprijzen: belangrijkste trends & ontwikkelingen

    In deze blog geef ik uitleg over de gemeentelijke grondprijzen en licht ik de belangrijkste trends en ontwikkelingen voor kalenderjaar 2022 toe.

  • Woningbouwimpuls regeling 3e tranche

    Gloudemans heeft in navolging van eerdere tranches, wederom geadviseerd in de 3e tranche van de Woningbouwimpuls regeling.

  • Een enorm tekort aan starterswoningen. Wat gaan we daaraan doen?

    Het lijkt hét speerpunt van veel gemeentes: starterswoningen realiseren. Toch worden starterswoningen niet in grote aantallen gerealiseerd. Het onderwerp starterswoningen fascineert mij enorm. Nu ik een aantal maanden bij Gloudemans werk en haalbaarheidsonderzoeken mag uitvoeren voor diverse gemeentes houdt dit onderwerp mij alleen maar meer bezig. Want waarom komt de bouw van starterswoningen niet van de grond als er enorme behoefte aan is? In deze blog deel ik mijn visie op dit actuele thema en deel ik mogelijke oplossingen waarmee je deze trend kunt doorbreken.

  • Velddriel, woonboerderij met circa 5,5 ha, gelegen aan Sassertweg 12

    Te koop is een woonboerderij met circa 5,5 ha, gelegen aan Sassertweg 12 te Velddriel.

  • 11-08-2021 / ABRS – indirecte beperking ontwikkelingsmogelijkheden

    Appellant is eigenaar van twee percelen braakliggende tuinbouwgrond van in totaal circa 2,5 ha. Op grond van zowel het oude als nieuwe planologische regime is glastuinbouwbedrijf toegestaan indien ten minste 1,5 ha aan kassen op het perceel wordt gerealiseerd. Appellant is van oordeel dat sprake is van een waardedaling van zijn percelen omdat de wijziging van de naastgelegen glastuinbouwgronden naar een bedrijfsbestemming en samenvoeging met andere agrarische gronden niet meer mogelijk is waardoor een volwaardig glastuinbouwbedrijf onmogelijk is geworden.

  • 28-07-2021 / ABRS – Compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een woning. Als gevolg van een planologische wijziging is er sprake van een waardevermindering van de woning. Eerder heeft de Afdeling vastgesteld dat er sprake is van planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Vanwege het feit dat het college in latere vergelijkbare planschadezaken heeft aangegeven eventuele planschade te willen compenseren in natura, heeft de Afdeling het college de mogelijkheid gegeven om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

  • 28-07-2021 / ABRS – Voorzienbaarheid en normaal maatschappelijk risico

    De aanvrager is eigenaar van een woning. Als gevolg van een planologische wijziging wordt er een weg gerealiseerd op een in de buurt van de woning gelegen gebied, waardoor er sprake is van een waardevermindering van de woning. Het college heeft zich, in afwijking van hetgeen de schadecommissie heeft geadviseerd, op het standpunt gesteld dat de planologische ontwikkeling ten tijde van de aankoop van de woning voorzienbaar was. Voor het geval de planologische ontwikkeling voor de aanvrager ten tijde van de aankoop van de woning niet voorzienbaar was, heeft het college, eveneens in afwijking van het advies van de schadecommissie, de omvang van het normaal maatschappelijk risico vastgesteld op 3% van de waarde van de woning. In geschil is de voorzienbaarheid en de hoogte van het normaal maatschappelijk risico.

  • 21-07-2021 / ABRS- causaal verband

    Appellant is eigenaar van een woning te Dordrecht. De woning is gelegen nabij het Damplein waar de PLUS supermarkt is gevestigd.

    De supermarkt is omstreeks het jaar 2000 verbouwd. Sinds deze verbouwing vinden de lossingen van de voor de supermarkt bestemde goederen aan de achterzijde van de supermarkt plaats.
    De gebruikelijke aanrijroute loopt langs de woning van appellant. Daardoor is het vrachtverkeer, volgens appellant, fors toegenomen. Naar aanleiding van klachten hierover zijn verkeersbesluiten genomen (inrijverbod). Volgens appellant is zijn woning beschadigd door dit zware vrachtverkeer, dat gedurende een lange periode langs zijn woning is gereden.

  • 14-07-2021 / ABRS – Directe planschade milieucategorie

    Appellant is eigenaar van een perceel en opstallen van een bedrijfsobject. Waar voorheen geen beperking gold van de ter plaatse maximaal toegestane milieucategorieën is onder het nieuwe regime een specifieke bedrijfsactiviteit binnen categorie 4.2 toegestaan en voor het overige enkel de milieucategorieën 1 en 2. Op een ander deel van het perceel is maximaal categorie 3.1 toegestaan.

  • 14-07-2021 / ABRS – Huurwaardekapitalisatiemethode

    Appellant is eigenaar van een horecaobject waar door de planologische wijziging meer bebouwing mogelijk wordt gemaakt waardoor de onderneming minder zichtbaar is vanaf het plein en de bezonning op het terras afneemt. Ter discussie staat de in de waardering gebruikte huurwaardekapitalisatiefactor.

  • 30-06-2021 / ABRS – ontbreken rechtstreeks oorzakelijk verband

    Appellante is sinds 12 februari 1997 eigenares van een perceel met recreatiewoning. Op grond van het planologisch regime heeft de recreatiewoning de bestemming “Zomerhuis”.
    In 2007 heeft appelante de gemeenteraad verzocht de bestemming te wijzigen in “Wonen”. De gemeente heeft de aanvraag op 26 juni 2013 afgewezen. De afwijzing van de gemeente heeft bij de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1311) stand gehouden.

  • 30-06-2021 / ABRS – Deskundigenkosten

    Ter discussie staan de deskundigenkosten van appellant. Door de deskundige van appellant zijn 7,7 uren ingediend voor de reactie op het conceptadvies en 6,1 uren voor een reactie op het definitieve advies. Het uurtarief dat de deskundige heeft gehanteerd is € 125,00. Het college acht dat het redelijk is om in totaal 8 uren te vergoeden tegen een tarief van € 75,00.

  • 30-06-2021 / ABRS – Wijziging overgangsrecht

    Appellant is eigenaar van een woning. Die woning is vergund als burgerwoning. In 1992 is de grond bestemd voor agrarische doeleinden en was gebruik als woning in planologische zin niet toegestaan. Het gebruik als burgerwoning is onder het overgangsrecht komen te vallen. Onder het nieuwe planologische regime is de woning bestemd als bedrijfswoning. Appellant stelt hierdoor schade te hebben geleden.

  • 23-06-2021 / ABRS – Vergelijkingsmaatstaf

    Bij besluit heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het verzoek van appellant om vergoeding van schade als gevolg van het Luchthavenbesluit Lelystad afgewezen. Volgens de minister heeft de rechtbank in de einduitspraak ten onrechte overwogen dat het Luchthavenbesluit voor het eerst het gebruik van Lelystad Airport als burgerluchthaven mogelijk maakt. Het Luchthavenbesluit maakt de groei van de luchthaven Lelystad tot grote regionale luchthaven voor vakantievluchten mogelijk. Dit rechtvaardigt volgens de minister niet de door de rechtbank voorgestane vergelijking, omdat een vergelijking van opeenvolgende rechtsregimes mogelijk is. Daarnaast heeft de rechtbank miskend dat de minister terecht de verandering in de feitelijke geluidsituatie bij haar oordeel heeft betrokken.

  • 16-06-2021 / ABRS – Benoeming, Geluid, Taxatie

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van de komst van de A4. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank had de minister de commissie uitgebreid met een taxateur. Niet is gebleken dat de minister appellant op voorhand op de hoogte had gesteld van de benoeming van die taxateur. Daarmee is de beleidsregel geschonden. Dit gebrek wordt gepasseerd omdat niet gebleken is dat de minister alsdan een andere taxateur zou hebben benoemd.

Spring naar toolbar