Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

Grondexploitatiewet

ABRS 11 juli 2018, zaaknummer 201701607/1/R3 en 201701611/1/R3 (Hendrik-Ido-Ambacht, bestemmings- en exploitatieplan “Bedrijvenpark Ambachtsezoom”)

11 juli 2018

In deze uitspraak wordt een “nieuw” licht op de raming van de waarde van de gronden / opstallen (taxatie inbrengwaarde) van reeds verworven eigendommen, met inmiddels gesloopte opstallen, geworpen. Ook worden de (gerealiseerde en geraamde) sloopkosten in de uitspraak betrokken.

ABRS 21 maart 2018, zaaknummer 201705981/1/R6 (Teylingen, exploitatieplan “Hooghkamer 2011, 3e herziening”)

21 maart 2018

In deze uitspraak komt de taxatie inbrengwaarde, in een aantal facetten en onderdelen, en de geraamde indexering van de grondopbrengsten, naar voren.

ABRS 16 maart 2018, zaaknummer 201410484/3/R2 (Barneveld, exploitatieplan “Harselaar-Driehoek 1e herziening”)

16 maart 2018

Deze uitspraak is denk ik zeer relevant voor taxateurs (van inbrengwaarden) en adviseurs, die met kostenverhaal via een exploitatieplan te maken (kunnen) krijgen. Want met deze einduitspraak heeft de Afdeling “mooie” maar vooral duidelijke nieuwe jurisprudentie en handvatten voor de praktijk van exploitatieplannen en kostenverhaal gegeven.

ABRS 31 januari 2018, zaaknummer 201600888/3/R3 (Midden-Delfland, bestemmings- en exploitatieplan “Harnaschpolder-Zuid 2014”)

31 januari 2018

Deze uitspraak is in een aantal opzichten een vreemde uitspraak door de Afdeling, met name ten aanzien van de toerekening van kosten voor bovenwijkse voorzieningen.

ABRS 17 januari 2018, zaaknummer 201607636/1/R6 (Zuid-Holland, inpassingsplan “Windpark Spui”)

17 januari 2018

Een enigszins vergezocht betoog tegen dit inpassingsplan, waar het gaat om de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan behorende bij een ruimtelijk besluit zoals een inpassingsplan.

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201702667/1/R6 (Heeze-Leende, bestemmingsplan “Bulders”)

20 december 2017

Ook in deze uitspraak gaat het (hoofdzakelijk) om de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De appellanten stellen onder andere dat de anterieure overeenkomst niet ter inzage is gelegd en dat de contractpartij “slechts” een ontwikkelingsvennootschap is, waardoor de gemeente een financieel risico heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In deze uitspraak wordt geen nieuwe jurisprudentie “geschreven”.

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201701103/1/R3 (Kampen, bestemmingsplan “Uitbreiding bedrijventerrein Spoorlanden”)

Wederom een uitspraak (en geen vernieuwende) ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, maar wel een uitspraak met een enigszins verfrissende / verruimende kijk op de verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan.

ABRS 13 december 2017, zaaknummer 201703581/1/R2 (Bernheze, bestemmings- en exploitatieplan “Rodenburg”)

13 december 2017

Ook deze uitspraak was ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan. De appellanten vonden dat niet was gebleken dat voldoende middelen beschikbaar zijn om hun gronden (desnoods) te onteigenen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiervoor in de exploitatiebegroting middelen zijn gereserveerd. Omdat de appellanten dit niet (konden) bestrijden, faalde het betoog.

ABRS 8 november 2017, zaaknummer 201701403/1/R6 (Rijswijk, bestemmings- en exploitatieplan “Sion – ‘t Haantje, 2e herziening”)

8 november 2017

Dit keer (wederom) een korte uitspraak ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, waarbij dit keer in het verweer van de raad het exploitatieplan wordt “gebruikt”.

ABRS 27 september 2017, zaaknummer 201701682/1/R6 (Amsterdam, bestemmings- en exploitatieplan “Buiksloterham, 4e herziening”)

27 september 2017

Politieke antwoorden op vragen van een journalist lijken hun intrede te doen in uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoort het antwoord wel bij de gestelde vraag? Of toch niet …

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201700281/1/R6 (Horst aan de Maas, bestemmingsplan “1e herziening van het bestemmingsplan De Afhang” en het exploitatieplan “6e herziening op structurele onderdelen van het exploitatieplan De Afhang”)

21 juni 2017

De herziening van het bestemmingsplan zou leiden tot een verslechtering van de ontsluitingsmogelijkheden van het perceel van appellant, waardoor het uitgeefbaar percentage van zijn perceel niet meer 100% bedraagt maar minder. In dat geval zou ook de verschuldigde exploitatiebijdrage, zoals opgenomen in het exploitatieplan, met de herziening van het exploitatieplan moeten wijzigen / verminderen.

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201607326/1/R6 (Weesp, bestemmings- en exploitatieplan “Bloemendalerpolder”)

In het betoog tegen dit exploitatieplan komt naar voren dat in het exploitatieplan geen actuele ramingen voor de kosten woon- en bouwrijp maken zouden zijn opgenomen en dat niet duidelijk is welke uitgangspunten voor de ramingen zijn gehanteerd.

ABRS 31 mei 2017, zaaknummer 201503530/2/R2 (Schijndel, bestemmings- en exploitatieplan “Duin-Vlagheide, deelgebied 1”)

31 mei 2017

Het exploitatieplan is gerepareerd, naar aanleiding van de tussenuitspraak en is op 10 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze einduitspraak gaat op twee inhoudelijke onderdelen van een exploitatieplan in: 1. De omvang van het exploitatieplangebied; 2. Het te repareren taxatierapport inbrengwaarden.

ABRS 26 april 2017, zaaknummer 201600888/1/R3 (Midden-Delfland, bestemmings- en exploitatieplan “Harnaschpolder Zuid 2014”)

26 april 2017

In deze uitspraak komt ten aanzien van 3 onderdelen van een exploitatieplan interessante jurisprudentie naar voren: 1. Raming inbrengwaarde (r.o. 28-34); 2. Kosten werken en werkzaamheden (r.o. 35); 3. Gronduitgifte en afzettempo (r.o. 36).

ABRS 11 januari 2017, zaaknummer 201605094/1/R6 (Purmerend, bestemmings- en exploitatieplan “Klein Where 2016”)

11 januari 2017

In deze uitspraak komt naar voren dat de gemeente belanghebbenden bij een exploitatieplan in kennis moet stellen dat een ontwerpexploitatieplan ter inzage is gelegd.

  • Compilatievideo projecten Gloudemans

    Bekijk hier de compilatievideo van een aantal van onze projecten.

  • 25-07-2018 / ABRS – Waardering en woz-waarde

    Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van een omgevingsvergunning. Als gevolg van die omgevingsvergunning is er sprake van een planologische wijziging van – samengevat weergegeven – één huishouden naar een onbeperkt aantal huishoudens. Naar het oordeel van de rechtbank hadden de deskundigen de gevolgen van deze planologische wijziging onvoldoende onderkend. Verder heeft de rechtbank overwogen dat bij de waardering van het nadeel een daling van de woz-waarde moet worden betrokken. Dat heeft het college ten onrechte nagelaten, aldus de rechtbank.

  • 25-07-2018 / ABRS – Beperking bedrijfsvoering

    Appellant heeft een varkenshouderij in de gemeente Weert. Tegenover zijn bedrijf is een burgerwoning mogelijk gemaakt. Onder de oude planologische situatie was daar een agrarisch bedrijf mogelijk inclusief bedrijfswoning. De rechtbank had (in navolging van het college en de deskundige) geoordeeld dat er geen sprake was van een belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf van appellant. In de directe nabijheid zijn al woningen aanwezig die een verdere uitbreiding van het bedrijf reeds zouden beperken.

  • 18-07-2018 / ABRS – Overgangsrecht en NMR

    Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de planologische wijziging waarin zijn agrarische percelen een natuurbestemming hebben verkregen. Op het perceel is een stal aanwezig die onder het overgangsrecht valt. De Afdeling oordeelt dat de mogelijkheden ingevolge de overgangsbepalingen bij een bestemmingsplan buiten beschouwing dienen te worden gelaten bij een planologische vergelijking en een waardebepaling van het object. Dit geldt ook in de oude planologische situatie.

  • Besluit van 19 juni 2018, nr. 2018001050 (Alkmaar)

    Besluit van 19 juni 2018, nr. 2018001050 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Alkmaar krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de reconstructie van de Provinciale weg N246 vanaf de aansluiting met de Provinciale weg N203 tot de aansluiting met de N244/Zuiddijk, de aanleg van 2 nieuwe bruggen, de aanleg van een fietspad en de aanleg van een fietsbrug, met bijkomende werken, in de gemeenten Zaanstad, Castricum en Alkmaar)

  • ABRS 11 juli 2018, zaaknummer 201701607/1/R3 en 201701611/1/R3 (Hendrik-Ido-Ambacht, bestemmings- en exploitatieplan “Bedrijvenpark Ambachtsezoom”)

    In deze uitspraak wordt een “nieuw” licht op de raming van de waarde van de gronden / opstallen (taxatie inbrengwaarde) van reeds verworven eigendommen, met inmiddels gesloopte opstallen, geworpen. Ook worden de (gerealiseerde en geraamde) sloopkosten in de uitspraak betrokken.

  • 11-07-2018 / ABRS – Bouwverbod en uit te werken bestemming

    Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de komst van een bestemmingsplan waarin zijn onroerende zaak een uit te werken bestemming voor woongebied heeft gekregen. De rechtbank heeft in navolging van het college geoordeeld dat de schade eerst kan worden vastgesteld nadat het uitwerkingsplan onherroepelijk is geworden. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank.

  • 11-07-2018 / ABRS – Niet gecertificeerd taxateur

    Appellant betoogt dat het college niet van het advies van de SAOZ uit mocht gaan omdat de SAOZ ten onrechte geen gecertificeerd taxateur heeft ingeschakeld voor de waardering van het planologisch nadeel. Appellant heeft daarentegen zelf een waardering overgelegd van een register-taxateur en gecertificeerd taxatie- en rentmeesterkantoor.

  • 04-07-2018 / ABRS – Oppervlakte taxatie

    Appellante betoogt dat de SAOZ van onjuiste oppervlakten voor de tweede en derde bouwlaag in het pand is uitgegaan. De SAOZ is in het planschadeadvies uitgegaan van oppervlakten voor de eerste verdieping van 150 m² en voor de tweede verdieping van 95 m². Volgens het planschadeadvies heeft appellante deze oppervlakten aan de SAOZ opgegeven en komen deze oppervlakten overeen met kadastrale gegevens.

  • Artikel “Het opstellen van de eindafrekening van een exploitatieplan”

    In het vakblad Grondzaken in de Praktijk van juni 2018 is het artikel “Het opstellen van de eindafrekening van een exploitatieplan” geplaatst, geschreven door Robbin Bouten.

  • 28-06-2017 (publicatie 20-06-2018) Rb Midden-Nederland – wijzigingsplan

    Op 23 januari 2001 is er een wijzigingsplan vastgesteld ter plaatse van het perceel van eiser waar zich twee loodsen bevinden. Beide loodsen zijn onder het overgangsrecht gebracht. Bij besluit van 5 november 2002 is aan eiser vrijstelling verleend van het wijzigingsplan, voor de opslag van bouwmaterialen in de grote loods. Op 25 juni 2012 is er een bestemmingsplan vastgesteld waarbij op de grote loods een bedrijfsbestemming met opslag functieaanduiding rust. De kleine loods is niet meer ingetekend en niet bestemd.

  • Save the date, workshop Gloudemans en Urban Reality

    Faciliteren van gebiedsontwikkelingen: hoe moet dat?

    Een kennismiddag om samen tot handvatten te komen voor het faciliteren van gebiedsontwikkelingen! We willen de verbinding maken tussen markt en overheid.

    Save the date: omcirkel donderdagmiddag 15 november 2018 alvast in je agenda.

  • 18-04-2018 (publicatie 13-06-2018) Rb Gelderland – NMR door rechtbank vastgesteld

    Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid van nieuwbouw van 64 woningen. Adviesbureau Langhout & Wiarda stelt het normaal maatschappelijk risico vast op 4% hetgeen naar oordeel van eiser ten onrechte is. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en stelt het normaal maatschappelijk risico vast.

  • 13-06-2018 / ABRS – NMR inbreidingslocatie

    Appellant betreft de derdebelanghebbende en initiatiefnemer van de bouw van een vrijstaande woning waarvoor belanghebbende een verzoek tot tegemoetkoming in planschade heeft ingediend. Appellant is van mening dat de planologische verandering in de lijn der verwachting lag en dat de schade geheel binnen het normaal maatschappelijk risico valt. De Afdeling overweegt als volgt.

  • 13-06-2018 / ABRS – ontbreken definitie in planregels

    De Afdeling oordeelt hier dat nu in de bij het oude bestemmingsplan behorende planregels geen definitie van een melkstal of een schuilstal is gegeven een redelijke uitleg van deze begrippen met zich brengt, in aansluiting op het algemeen spraakgebruik, dat onder een melkstal een speciaal voor het melken van koeien ingerichte stal wordt verstaan en onder een schuilstal een stal, waarin dieren zelf in en uit kunnen lopen ter beschutting tegen bijvoorbeeld regen. Gelet op die functies, was het oprichten van een gebouw met een bouwhoogte van meer dan 5 m¹, bijvoorbeeld ten behoeve van de opslag van goederen in de kap van dat gebouw, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten.

Spring naar toolbar