Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

Commercieel vastgoed

Er zijn verschillende aspecten relevant bij het taxeren van commercieel vastgoed. In hoeverre deze aspecten de hoogte van de taxatie beïnvloeden is afhankelijk van het gebruik. Het gebruik kan daarnaast bepalend zijn voor de taxatiemethode die wordt gehanteerd. Bij commercieel vastgoed kan grofweg onderscheid gemaakt worden tussen drie verschillende vormen van gebruik, namelijk gebruik ten behoeve van winkels, bedrijven of kantoren.

Er bestaan verschillende taxatiemethoden. Welke methode wordt gehanteerd is afhankelijk van het doel van de taxatie en het gebruik van het commercieel vastgoed. Voor een snelle taxatie kan gebruikgemaakt worden van de comparatieve methode, waarbij wordt gezocht naar recente huur- of transactiegegevens van onroerende zaken die zoveel mogelijk gelijkenis vertonen met het te taxeren object, op basis waarvan een prijs per vierkante meter wordt vastgesteld. Bij de overallmethode wordt gebruikgemaakt van vergelijkbare panden die qua oppervlakte zoveel mogelijk overeenkomen, waarbij geen nuances worden aangebracht ten aanzien van zones, vorm of schaalgrootte. Er wordt naar een totaalprijs gekeken en niet naar een prijs per vierkante meter. Bij de zogenaamde ITZA-methode, “In Terms of Zone A”, wordt getaxeerd naar zones. Deze manier van taxeren wordt met name gehanteerd bij detailhandelobjecten. Bij deze taxatiemethode wordt ervan uitgegaan dat het front van een pand de meeste attentiewaarde heeft en dat winkelend publiek zich meer en makkelijker beweegt in die gedeelten van een pand nabij het front. De omzetpotentie per vierkante meter neemt af naarmate een vierkante meter verder achterin een winkelpand is gelegen.

Het bruto aanvangsrendement (BAR) is een veelgebruikt instrument om de waarde en de kwaliteit van vastgoed uit te drukken. Het bruto aanvangsrendement wordt uitgedrukt in procenten en wordt berekend door de huuropbrengst in het eerste jaar van de exploitatie te delen door de totale investering. De BAR is een manier om de aankoopprijs uit te drukken in een verwacht rendement over het eerste jaar van eigendom zonder rekening te houden met vergoedingen voor vreemd vermogen en exploitatiekosten. De BAR-methode geeft geen inzicht in kasstromen, wat bijvoorbeeld bij de DCF/NCW-methode (Discounted Cashflow/Netto Contante Waarde) wel het geval is. De BAR-methode is dan ook vooral geschikt om het rendement te bepalen van langdurig verhuurd vastgoed met relatief stabiele kasstromen. Bij het bepalen van het bruto aanvangsrendement wordt geen rekening gehouden met de exploitatielasten. Het netto aanvangsrendement (NAR), houdt hier wel rekening mee.

  • 18-04-2018 / ABRS – Aanvulling aanvraag verjaard

    Appellante heeft in 2006 een aanvraag om planschade ingediend. In die aanvraag heeft appellant alleen gesteld vermogensschade te hebben geleden als gevolg van de waardedaling van zijn bedrijf. Appellant heeft eerst in augustus 2014 gesteld dat hij ook inkomensschade heeft geleden als gevolg van de bestemmingsplanwijziging.

  • 12-04-2018 / Rb Midden-Nederland – compensatie in natura onvoldoende waarborgen

    Eisers hebben een aanvraag om tegemoetkoming in de schade ingediend als gevolg van een bestemmingsplan dat de agrarische onderneming van eisers op slot zet. Met het bestemmingsplan heeft de raad van de gemeente Lelystad uitvoering gegeven aan besluiten van het rijk over de uitbreiding van Lelystad Airport. Het college wenst de schade in natura te compenseren door de agrarische bedrijfsvoering in een nieuw bestemmingsplan weer mogelijk te maken.

  • 11-04-2018 / ABRS – directe planschade in natura gecompenseerd met restschade

    Appellante is eigenaar van een bedrijventerrein en houdt zich bezig met de productie van kunststof verpakkingen. Appellante heeft het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 2006, omdat door dit plan de gebruiks- en bouwmogelijkheden op het bedrijventerrein beperkt zijn ten opzichte van de voorheen geldende bestemmingsplannen.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000262 (Pekela)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000262 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Pekela krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de verbreding van de N366 tussen Alteveer en Stadskanaal, met bijkomende werken)

  • 30-03-2018 / RB Rotterdam – terecht afwijken van referentieperiode van 3 jaar + ontbreken causaal verband

    Eiseres heeft verzocht om nadeelcompensatie voor de schade die zij stelt te hebben geleden ten gevolge van de invoering van een nieuw parkeersysteem. Eiseres exploiteert een Aziatische supermarkt. Eiseres stelt omzetschade te hebben geleden door de problematiek m.b.t. tot het nieuwe parkeersysteem.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000297 (Zutphen en Brummen)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000297 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Zutphen en Brummen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan N345 Rondweg De Hoven/Zutphen)

  • 28-03-2018 / ABRS – voorzienbaarheid en gelijkheidsbeginsel NMR

    In onderhavige, opmerkelijke uitspraak is onder andere de voorzienbaarheid aan de orde.

  • Beëdiging NVM Gerben Schol

    Op maandag 26 maart 2018 is Gerben Schol door de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs) beëdigd.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000298 (Wassenaar)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000298 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Wassenaar krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Groencompensatie Amerikaanse Ambassade Wassenaar)

  • ABRS 21 maart 2018, zaaknummer 201705981/1/R6 (Teylingen, exploitatieplan “Hooghkamer 2011, 3e herziening”)

    In deze uitspraak komt de taxatie inbrengwaarde, in een aantal facetten en onderdelen, en de geraamde indexering van de grondopbrengsten, naar voren.

  • 21-03-2018 / ABRS – Beleidslijn Ruimte voor de Rivier

    De gemeente Maasbree heeft in een bestemmingsplan een toetsingskader opgenomen om te beoordelen of activiteiten dan wel ingrepen kunnen plaatsvinden in het winterbed van de Maas en zo ja, onder welke voorwaarden. Met deze regeling wordt aangesloten bij het Rijks- en provinciale beleid neergelegd in de “Beleidslijn Ruimte voor de Rivier” en de provinciale circulaire “Bouwen langs de Maas”.

  • 21-03-2018 / ABRS – Verkeersprognose, geluid en fijnstof

    De Afdeling overweegt dat in een planschadeprocedure als maatstaf geldt dat van een nieuwe geprojecteerde weg de maximale geluidsbelasting moet worden bepaald, terwijl bij het verlenen van een vrijstelling en in een hogere waardenprocedure als maatstaf geldt dat moet worden voldaan aan de geluidnormen van de Wet geluidhinder.

  • 21-03-2018 / ABRS – Derdebelanghebbende

    De gemeente Barneveld heeft met de Stichting Dwarsakker een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat de door het college toegekende tegemoetkomingen in de planschade die betrekking hebben op het project voor rekening en risico komen van de stichting.

  • Uitspraak over kostenraming bij grondexploitatie

    Op vrijdag 16 maart jl. zijn door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het volgende persbericht en de bijbehorende uitspraak geplaatst: “Uitspraak over kostenraming bij grondexploitatie”

  • ABRS 16 maart 2018, zaaknummer 201410484/3/R2 (Barneveld, exploitatieplan “Harselaar-Driehoek 1e herziening”)

    Deze uitspraak is denk ik zeer relevant voor taxateurs (van inbrengwaarden) en adviseurs, die met kostenverhaal via een exploitatieplan te maken (kunnen) krijgen. Want met deze einduitspraak heeft de Afdeling “mooie” maar vooral duidelijke nieuwe jurisprudentie en handvatten voor de praktijk van exploitatieplannen en kostenverhaal gegeven.

Spring naar werkbalk