Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

Inbrengwaarde

Op grond van afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening dient in beginsel bij elke ruimtelijke maatregel waarin bouwmogelijkheden zijn opgenomen een exploitatieplan te zijn vastgesteld. Dit is slechts anders indien het kostenverhaal ‘anderszins verzekerd is’. Ook de inbrengwaarden van de gronden worden aangemerkt als ‘kosten van exploitatie’.
Bij de grondexploitatie speelt de inbrengwaarde een dubbele rol. In de eerste plaats beïnvloedt de inbrengwaarde de verdeling van de kosten over de verschillende uitgiftepercelen. Eigenaren van onroerende zaken zullen in het algemeen streven naar een hoge inbrengwaarde voor de eigen percelen ten opzichte van andere percelen in het plangebied. Immers, bij een lage inbrengwaarde kan de eigenaar van het betreffende perceel een lager bedrag in mindering brengen op de exploitatiebijdrage. Verder wordt de hoge inbrengwaarde van de andere percelen wel omgeslagen in de kosten voor zijn perceel. Ten tweede beïnvloedt de inbrengwaarde de haalbaarheid van het totale project. Een hogere inbrengwaarde leidt tot hogere plankosten en hiermee kan de financiële uitvoerbaarheid van het project in gedrang komen.
Het is dus essentieel de inbrengwaarde op nauwkeurige wijze te bepalen, aangezien hiermee grote belangen voor de ontwikkelende overheid en de grondeigenaar gemoeid zijn. Voor een gemeente is het van belang dat de inbrengwaarde zorgvuldig wordt getaxeerd om een eventuele beroepsprocedure met succes te kunnen doorstaan. Voor een eigenaar is het van belang dat zijn inbrengwaarde voldoende hoog wordt getaxeerd ten opzichte van de overige eigenaren in het plangebied.

De belangrijkste zaken bij het waarderen van de inbrengwaarde zijn door Frederik de Bruijne en Bertold te Winkel omschreven in het boek “Leidraad inbrengwaarde (2e druk)” geschreven.

Meer informatie?
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bertold te Winkel.
Voor meer informatie over deze uitgave verwijzen wij u naar het Instituut voor Bouwrecht.
  • 18-04-2018 / ABRS – Aanvulling aanvraag verjaard

    Appellante heeft in 2006 een aanvraag om planschade ingediend. In die aanvraag heeft appellant alleen gesteld vermogensschade te hebben geleden als gevolg van de waardedaling van zijn bedrijf. Appellant heeft eerst in augustus 2014 gesteld dat hij ook inkomensschade heeft geleden als gevolg van de bestemmingsplanwijziging.

  • 12-04-2018 / Rb Midden-Nederland – compensatie in natura onvoldoende waarborgen

    Eisers hebben een aanvraag om tegemoetkoming in de schade ingediend als gevolg van een bestemmingsplan dat de agrarische onderneming van eisers op slot zet. Met het bestemmingsplan heeft de raad van de gemeente Lelystad uitvoering gegeven aan besluiten van het rijk over de uitbreiding van Lelystad Airport. Het college wenst de schade in natura te compenseren door de agrarische bedrijfsvoering in een nieuw bestemmingsplan weer mogelijk te maken.

  • 11-04-2018 / ABRS – directe planschade in natura gecompenseerd met restschade

    Appellante is eigenaar van een bedrijventerrein en houdt zich bezig met de productie van kunststof verpakkingen. Appellante heeft het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 2006, omdat door dit plan de gebruiks- en bouwmogelijkheden op het bedrijventerrein beperkt zijn ten opzichte van de voorheen geldende bestemmingsplannen.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000262 (Pekela)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000262 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Pekela krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de verbreding van de N366 tussen Alteveer en Stadskanaal, met bijkomende werken)

  • 30-03-2018 / RB Rotterdam – terecht afwijken van referentieperiode van 3 jaar + ontbreken causaal verband

    Eiseres heeft verzocht om nadeelcompensatie voor de schade die zij stelt te hebben geleden ten gevolge van de invoering van een nieuw parkeersysteem. Eiseres exploiteert een Aziatische supermarkt. Eiseres stelt omzetschade te hebben geleden door de problematiek m.b.t. tot het nieuwe parkeersysteem.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000297 (Zutphen en Brummen)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000297 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Zutphen en Brummen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan N345 Rondweg De Hoven/Zutphen)

  • 28-03-2018 / ABRS – voorzienbaarheid en gelijkheidsbeginsel NMR

    In onderhavige, opmerkelijke uitspraak is onder andere de voorzienbaarheid aan de orde.

  • Beëdiging NVM Gerben Schol

    Op maandag 26 maart 2018 is Gerben Schol door de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs) beëdigd.

  • Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000298 (Wassenaar)

    Besluit van 14 februari 2018, nr. 2018000298 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Wassenaar krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Groencompensatie Amerikaanse Ambassade Wassenaar)

  • ABRS 21 maart 2018, zaaknummer 201705981/1/R6 (Teylingen, exploitatieplan “Hooghkamer 2011, 3e herziening”)

    In deze uitspraak komt de taxatie inbrengwaarde, in een aantal facetten en onderdelen, en de geraamde indexering van de grondopbrengsten, naar voren.

  • 21-03-2018 / ABRS – Beleidslijn Ruimte voor de Rivier

    De gemeente Maasbree heeft in een bestemmingsplan een toetsingskader opgenomen om te beoordelen of activiteiten dan wel ingrepen kunnen plaatsvinden in het winterbed van de Maas en zo ja, onder welke voorwaarden. Met deze regeling wordt aangesloten bij het Rijks- en provinciale beleid neergelegd in de “Beleidslijn Ruimte voor de Rivier” en de provinciale circulaire “Bouwen langs de Maas”.

  • 21-03-2018 / ABRS – Verkeersprognose, geluid en fijnstof

    De Afdeling overweegt dat in een planschadeprocedure als maatstaf geldt dat van een nieuwe geprojecteerde weg de maximale geluidsbelasting moet worden bepaald, terwijl bij het verlenen van een vrijstelling en in een hogere waardenprocedure als maatstaf geldt dat moet worden voldaan aan de geluidnormen van de Wet geluidhinder.

  • 21-03-2018 / ABRS – Derdebelanghebbende

    De gemeente Barneveld heeft met de Stichting Dwarsakker een overeenkomst gesloten waarin is bepaald dat de door het college toegekende tegemoetkomingen in de planschade die betrekking hebben op het project voor rekening en risico komen van de stichting.

  • Uitspraak over kostenraming bij grondexploitatie

    Op vrijdag 16 maart jl. zijn door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het volgende persbericht en de bijbehorende uitspraak geplaatst: “Uitspraak over kostenraming bij grondexploitatie”

  • ABRS 16 maart 2018, zaaknummer 201410484/3/R2 (Barneveld, exploitatieplan “Harselaar-Driehoek 1e herziening”)

    Deze uitspraak is denk ik zeer relevant voor taxateurs (van inbrengwaarden) en adviseurs, die met kostenverhaal via een exploitatieplan te maken (kunnen) krijgen. Want met deze einduitspraak heeft de Afdeling “mooie” maar vooral duidelijke nieuwe jurisprudentie en handvatten voor de praktijk van exploitatieplannen en kostenverhaal gegeven.

Spring naar werkbalk