Gloudemans uitsprakenUitspraken

Besluit van 19 juni 2018, nr. 2018001050 (Alkmaar)

Bekijk uitspraak

Onteigening titel IIa: verzoeker provincie / grondslag bestemmingsplannen + afwijkingen van de bestemmingsplannen

In de inleiding beschrijft de Kroon: Daaronder wordt op grond van artikel 72a, tweede lid sub a, mede begrepen onteigening voor de aanleg en verbetering van de in het eerste lid bedoelde werken en rechtstreeks daaruit voortvloeiende bijkomende voorzieningen ter uitvoering van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening alsmede ter uitvoering van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken.

De grondslag voor de planologische uitvoerbaarheid van het werk waarin de ter onteigening aan te wijzen onroerende zaken zijn gelegen wordt gevormd door de volgende bestemmingsplannen:

Gemeente Zaanstad:

  • bestemmingsplan Bedrijventerrein Molletjesveer, onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 april 2009, nr. 200708906/1;
  • bestemmingsplan Bedrijventerrein Noorderveld, onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 november 2014, nr. 201310424/1/R2.

Gemeente Castricum:

  • bestemmingsplan De Woude, onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 november 2007, nr. 200701678/1.

Gemeente Alkmaar:

  • bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de voormalige gemeente Graft-De Rijp, onherroepelijk geworden bij uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 januari 2012, nr. 201008668/1/R1.

Op drie plaatsen is het te realiseren werk niet in overeenstemming met de genoemde bestemmingsplannen. Om het werk op die plaatsen te kunnen realiseren heeft de provincie Noord-Holland bij de gemeenten Castricum en Alkmaar aanvragen ingediend tot verlening van omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1, lid c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Deze hebben betrekking op de volgende plaatsen en werken:

  • vervanging Beatrixbrug met verlegging aansluiting Starnmeerdijk op de N246 vanaf km. 36,15 tot km. 36,57. De vervanging en verbreding van de brug, verlegging van de Starnmeerdijk parallel aan de N246 en aanleg van de nieuwe aansluiting van de Starnmeerdijk op de N246 is gedeeltelijk in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de voormalige gemeente Graft-De Rijp (Alkmaar);
  • de verlegging van de aansluitingen Middelweg en Kogerpolder (parallelstructuur), aanleg van de rotonde en realisering van de nieuwe aansluiting van de Starnmeerdijk op deze rotonde tussen km. 39,12 en km. 39,76. De verplaatsing van de aansluitingen van de Middelweg en Kogerpolder op de N246 is gedeeltelijk in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de voormalige gemeente Graft-De Rijp (thans Alkmaar). De aanpassing van de aansluiting van de Starnmeerdijk op de N246 en nieuwe rotonde is gedeeltelijk in strijd met het bestemmingsplan De Woude van de gemeente Castricum;
  • de aanpassing van de aansluiting Kogerpolder op de N246 vanaf km. 40,07 tot km. 40,63. De aanpassing van de N246 (toevoeging uitvoegstroken en middengeleiders) is in strijd met het bestemmingsplan Buitengebied 2009 van de voormalige gemeente Graft-De Rijp (Alkmaar). De aanpassing van de aansluiting van de Kogerpolder op de N246 is gedeeltelijk in strijd met het bestemmingsplan De Woude van de gemeente Castricum.

De gemeente Alkmaar heeft mede namens de gemeente Castricum bij besluiten van 26 april 2017 nr. 20162566 (aansluiting Kogerpolderbrug West), nr. 20162562 (rotonde de Woude), en bij besluit van 26-4-2017 nr. 20162544 (Beatrixbrug) de gevraagde vergunningen verleend. De vergunningen zijn gepubliceerd op 4 mei 2017. Tot 16 juni 2017 heeft beroep open gestaan tegen deze vergunningen. Er zijn geen beroepen ingediend in de wettelijke termijn, waarmee de besluiten onherroepelijk zijn.

(Besluit van 19 juni 2018, nr. 2018001050 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Alkmaar krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de reconstructie van de Provinciale weg N246 vanaf de aansluiting met de Provinciale weg N203 tot de aansluiting met de N244/Zuiddijk, de aanleg van 2 nieuwe bruggen, de aanleg van een fietspad en de aanleg van een fietsbrug, met bijkomende werken, in de gemeenten Zaanstad, Castricum en Alkmaar))

  • 27-02-2019 / ABRS – Waterwet, onderhoud watergang, afkalving grond

    Appellant is eigenaar van een perceel van een watergang die door het waterschap wordt onderhouden met een klepelmaaier en maaikorf. Volgens appellant is de grens van zijn perceel geleidelijk verschoven waardoor 18,2 m² grond is afgekafd. Uitgaande van een grondprijs van € 330,00 per m² heeft appellant een totaalbedrag aan schade verzocht te vergoeden van € 6.006,00.Het college heeft besloten om € 660,00 te vergoeden. Anders dan verzoeker als uitgangspunt heeft genomen is de deskundige ervan uitgegaan dat de grond in de oude situatie niet mocht worden bebouwd. In de nieuwe situatie is de grond door de waterloop onbruikbaar zodat tot een vergoeding is gekomen van € 660,00.

  • 27-02-2019 / ABRS – Deskundigheid gemachtigde aanvrager

    Appellant kan zich niet verenigen met verschillende aspecten die als uitgangspunt zijn gehanteerd voor de vergoeding van de tegemoetkoming in de planschade. Zo is appellant van oordeel dat de waardevermindering geen € 24.000,00 maar € 27.720,00 dient te betreffen, hetgeen neerkomt op 6% van de oorspronkelijke waarde van de woning. De Afdeling volgt dit standpunt van appellant echter niet.

  • 27-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    In deze procedure staat vast dat appellant schade heeft geleden. Het college heeft in het besluit kenbaar gemaakt dat het voornemens is de schade in natura te compenseren. In het besluit staat opgenomen dat op 31 oktober 2018 een ontwerpbestemmingsplan ter inzage moet worden gelegd. Indien het bestemmingsplan onverhoopt niet onherroepelijk in werking treedt, is het college alsnog bereid om het vastgestelde schadebedrag te betalen.

  • 20-02-2019 / ABRS – NMR en geurhinder

    De Afdeling oordeelt dat de hoogte van het normaal maatschappelijk risico door Thorbecke niet te hoog is vastgesteld. Daartoe is van belang dat de realisatie van een mestverwerkingsinstallatie tot op zekere hoogte als een normaal maatschappelijke ontwikkeling kan worden beschouwd waar de omwonenden rekening mee hadden kunnen houden, omdat het normaal is dat een bedrijf technisch innoveert en er de laatste jaren veel aandacht is voor wijzen waarop de CO2-uitstoot als gevolg van onder meer de mest van vee kan worden teruggebracht en een mestverwerkingsinstallatie daar één van is. Gelet hierop acht ook de Afdeling een normaal maatschappelijk risico van 3% redelijk.

  • 20-02-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

    Appellant heeft verzocht om nadeelcompensatie voor waardevermindering van zijn woning in Eibergen ten gevolge van het Tracébesluit N18 Varsseveld-Enschede. De Afdeling stelt dat appellant rekening diende te houden op grond van vaste jurisprudentie van de Afdeling met de mogelijkheid dat het voor hem meest ongunstige alternatief in de startnotitie zou worden gerealiseerd, namelijk de realisatie van een ongelijkvloerse kruising in de nabijheid van zijn perceel. Echter, ook de voorzienbaarheid van het meest ongunstige alternatief kent haar begrenzing.

  • Veel vernieuwende pioniersprojecten op proeflocatie van start

    AgroProeftuin de Peel groeit dit jaar naar 14 praktijkproeven op de proeflocatie aan de Middenpeelweg. Op woensdag 13 februari zijn hiervoor de percelen op deze locatie uitgemeten. Marnix Bakermans, namens de regio bestuurlijk trekker van de transitie van de landbouw, sloeg het eerste piketpaaltje in de grond. Theo Pruijn van Gloudemans adviseert de gemeente Landerd bij dit project.

  • 13-02-2019 / ABRS – Compensatie in natura, toekomstige onzekere gebeurtenis

    Het perceel van appellante met een bedrijfsbestemming is bestemd tot “Groen”. Als gevolg van deze bestemmingswijziging is de waardedaling benaderd aan de hand van onder meer de uitgifteprijs. Door de SAOZ is de uitgifteprijs bepaald op € 140,00 per m². Volgens appellante is ter plaatse een uitgifteprijs van € 300,00 per m² marktconform. Daartoe zijn door appellante reeds voor de advisering ook vier referentiepercelen vermeld. Naar oordeel van de Afdeling kon niet zonder nadere motivering van een uitgifteprijs van € 140,00 worden uitgegaan.

  • Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 (Amsterdam)

    Besluit van 21 januari 2019, nr. 2019000064 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor het verbreden en ondergronds leggen van de rijksweg A10 ter hoogte van het centrumgebied van de Zuidas en voor de reconstructie van gedeelten van de rijkswegen A2, A4 en A10 en knooppunten De Nieuwe Meer en Amstel (project Zuidasdok), met bijkomende werken)

  • 06-02-2019 / ABRS – directe schade vervallen milieucategorie, NMR, proceskosten

    Appellante heeft aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat de onder het uitbreidingsplan bestaande mogelijkheid voor bedrijfsmatig gebruik in milieucategorie 4 of 5, bij de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is komen te vervallen en dat dit tot een vermindering van de waarde van de onroerende zaak heeft geleid.

  • 06-02-2019 / ABRS – anderszins verzekerd

    Appellant heeft verzocht om vergoeding van schade ten gevolge van de aanleg van de N18. De zogenoemde directe planschade is volgens het advies van de schadecommissie door de minnelijke schikking anderszins verzekerd. De schadecommissie is op grond van de planvergelijking verder tot de conclusie gekomen dat appellant zogenoemde indirecte planschade lijdt door toegenomen geluidhinder, vermindering van de luchtkwaliteit en verslechtering van de algehele omgeving.

  • 06-02-2019 / ABRS – ondeugdelijk gemotiveerd

    Appellant is eigenaar van een woning die onderdeel is van het monumentale Fort Steurgat. Dit fort is omgebouwd tot wooneiland met daaromheen een vestinggracht. De beweerdelijk geleden schade bestaat volgens hem door de aanleg van een primaire waterkering rondom het Fort.

  • 30-01-2019 / ABRS – Nadeelcompensatie bij handhavend optreden

    Appellant exploiteerde een viskiosk op de Haagse Markt in Den Haag. Voor deze kiosk was geen vergunning verleend zodat de viskiosk in het kader van een handhavingsactie (bestuursdwang) is verwijderd. In verband met de gemaakte kosten voor de verwijdering heeft appellante een verzoek om nadeelcompensatie ingediend.

  • 30-01-2019 / ABRS – Verzilting, beoordeling causaal verband

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend in verband met ondervonden gewasschade. Als gevolg van de openstelling van de Katse Heule stelt appellant dat sprake is van verzilting waardoor gewasschade wordt ondervonden.

  • 30-01-2019 / ABRS – Gedeeltelijke voorzienbaarheid

    Appellant stelt schade te ondervinden als gevolg van de realisatie van de N201. In de directe nabijheid van het object is een half klaverblad mogelijk gemaakt met bijbehorende inrichting en voorzieningen. Op grond van het voorontwerp was het voorzienbaar dat een ongelijkvloerse kruising werd gerealiseerd. Aangezien daarmee niet een half klaverblad voorzienbaar was, is het college van oordeel dat de schade gedeeltelijk voorzienbaar is.

  • Besluit van 20 december 2018, nr. 2018002398 (Binnenmaas)

    Besluit van 20 december 2018, nr. 2018002398 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Binnenmaas krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van een P+R-terrein met ontsluitingsweg aan de westzijde van de provinciale weg N217 en noordzijde van de Reedijk en het bestaande busstation Heinenoord en gelegen tussen het buurtschap Blaaksedijk, de kernen Heinenoord en Mijnsheerenland en de rijksweg A29, met bijkomende werken)

Spring naar toolbar