Gloudemans uitsprakenUitspraken

Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 (Gilze en Rijen)

Bekijk uitspraak

Zelfrealisatie verweer
Reclamante stelt dat er ter uitvoering van het bestemmingsplan geen noodzaak bestaat nu Arcoma Vastgoed B.V. als eigenares een concreet bouwplan gereed heeft liggen voor de bouw van zes zorg-/aanleunwoningen, hetgeen op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. Reclamante is voornemens om een omgevingsvergunning aan te vragen zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is. Arcoma Vastgoed B.V. is, al dan niet in financiële alliantie met een derde partij, zeer wel in staat om de beoogde bestemming zelf te realiseren. Er is dus geen noodzaak om tot onteigening over te gaan.

De Kroon overweegt:
Met betrekking tot het beroep op het zelfrealisatiebeginsel overwegen wij in het algemeen dat bij de beoordeling van de noodzaak tot onteigening door ons zal worden getoetst of het doel waarvoor wordt onteigend niet te bereiken valt door het door de grondeigenaar zelf uitvoeren van de bestemmingen die aan zijn eigendom zijn toegekend. Indien de eigenaar te kennen geeft daartoe bereid en in staat te zijn, bestaat er in beginsel geen noodzaak tot onteigening.
Hierop kan een uitzondering worden gemaakt in de situatie dat de verzoeker om onteigening een andere vorm van planuitvoering wenst dan die welke de grondeigenaar voor ogen staat. In dat geval is onteigening alleen te rechtvaardigen als de verzoeker om onteigening kan aantonen dat het algemeen belang de door hem gewenste vorm van uitvoering vordert. De beoordeling welke vorm van uitvoering dienstig is aan het algemeen belang, is daarbij voorbehouden aan het bestuursorgaan dat het bestemmingsplan heeft vastgesteld. Of de grondeigenaar bereid en in staat is om zelf tot planuitvoering over te gaan, hangt dan ook mede af van de door het bestuursorgaan gewenste vorm van planuitvoering. In verband daarmee moet de gewenste vorm van planuitvoering aan de grondeigenaar kenbaar zijn. De vorm van planuitvoering kan worden afgeleid uit de planregels en de toelichting van een bestemmingsplan alsmede in al dan niet daarvan deel uitmakende inrichtings- en verkavelingsschetsen. De gewenste vorm van uitvoering kan ook tot uitdrukking komen in een exploitatieplan.

Andere situaties die een beroep op zelfrealisatie in de weg kunnen staan, zijn dat de grondeigenaar niet over voldoende aaneengesloten grond beschikt om de bestemming op doelmatige wijze zelf te kunnen realiseren of als de te onteigenen gronden geen afzonderlijk deel van het uit te voeren project kunnen vormen.

In het bijzonder overwegen wij dat op het perceel van reclamante de bestemmingen Maatschappelijk, Verkeer en Woongebied gelden. Bij de noodzaak en urgentie hebben wij aangegeven dat eerstgenoemde bestemming bedoeld is voor de bouw van een nieuw schoolgebouw met speelterrein. Zelfrealisatie van de school aldaar is niet mogelijk omdat reclamante gezien de situering van zijn smalle langwerpige perceel en de beoogde vorm van uitvoering door verzoeker zoals weergegeven in de inrichtingstekening van 5 juli 2017 het plan niet geheel op eigen grond kan realiseren. Op het voor Woongebied bestemde gedeelte zijn maximaal 15 woningen gepland. Ook daar is zelfrealisatie niet (goed) mogelijk gezien de ligging van het perceel van reclamante.

Tijdens het horen hebben reclamante en haar adviseur erkend dat gezien de huidige eigendomssituatie een aanvaardbare zelfrealisatie niet mogelijk is. Om deze reden hebben partijen verder onderhandeld. Daaruit is een principe-overeenkomst voortgekomen, inhoudende dat reclamante haar gehele perceel overdraagt aan de gemeente waarbij reclamante via een grondruil als tegenprestatie in het plangebied zeven woningen mag realiseren. Juridische levering van de van reclamante benodigde onroerende zaak heeft echter nog niet plaatsgevonden. Verzoeker kan daardoor nog niet beschikken over deze voor de uitvoering van het bestemmingsplan benodigde onroerende zaak. Hierbij merken wij op, dat volgens de onteigeningspraktijk het bereiken van een grote mate van overeenstemming niet in alle gevallen automatisch tot een probleemloze eigendomsoverdracht leidt. De urgentie van de uitvoering van het werk laat evenwel geen vertraging toe in de aanwijzing ter onteigening van de benodigde onroerende zaken. Dientengevolge blijft deze aanwijzing noodzakelijk.
Gelet op het vorenstaande geeft de zienswijze van reclamante ons geen aanleiding om het verzoek tot aanwijzing ter onteigening geheel of gedeeltelijk af te wijzen.

(Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Gilze en Rijen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan OBS De Wildschut)

  • “Kapitaliseren moet je leren”

    In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1889) wordt de taxatie van een appartement en de geconstateerde waardedaling uitvoerig besproken. De betrokken adviseur heeft hiervoor gebruikgemaakt van de huurwaarde(kapitalisatie)methode. In deze uitspraak wordt voor wat betreft “de kapitalisatie” een vergelijking gemaakt met de in het onteigeningsrecht […]

  • Ook zonder een verbod saneringsplicht voor asbestdaken

    Per 2024 dienden alle asbestdaken te zijn verwijderd, althans dat wilde de minister met instemming van de Tweede Kamer. Afgelopen 4 juni heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel, dat het verbod regelde, verworpen. Daarmee is het verbod van de baan en halen eigenaren van asbestdaken opgelucht adem. Het is echter maar de vraag of het […]

  • Programma Aanpak Stikstof (PAS)

    Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) mag niet als toestemmingsbasis voor activiteiten worden gebruikt. Dat blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019.

  • 01-05-2019 / ABRS – Burger-/bedrijfswoning

    In deze zaak staat ter discussie of door de verkregen vrijstelling voor een burgerwoning, een negatieve invloed heeft op het bedrijf van appellant. De Afdeling stelt vast dat onder het oude planologische regime op het perceel waar met een vrijstelling een burgerwoning mogelijk is gemaakt, een bedrijfswoning kon worden gerealiseerd.

  • 01-05-2019 / ABRS – NMR

    Door de planschadeadviseur is geconcludeerd dat woningbouw in de betreffende kern in beginsel een normaal maatschappelijke ontwikkeling is en deze ontwikkeling past binnen het gevoerde beleid. Ondanks dat niet aan alle overige omstandigheden is voldaan betekent dit volgens de Afdeling dat de ontwikkeling in ieder geval deels in de lijn der verwachting lag. Reeds hierom kan de conclusie dat geen aanleiding bestaat een hoger normaal maatschappelijk risico dan het wettelijk minimumforfait van 2% aan te nemen, geen stand houden.

  • 24-04-2019 / ABRS – Verschil planschade en marktwaarde

    In het planschaderecht is niet de feitelijke situatie van belang, waarop de marktwaarde wordt gebaseerd, maar de situatie zoals die planologisch kan zijn. Uitgegaan wordt van de maximale invulling van het oude en het nieuwe planologische regime. De redelijk denkend en handelend koper wordt in het planschaderecht geacht hiermee rekening te houden.

  • 24-04-2019 / ABRS – toegenomen concurrentie

    Een rederij heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend als gevolg van het feit dat ze vanaf 2012 niet meer mocht afmeren aan haar ponton bij de Veerstoep te Dieren ondanks dat er in 2015 aan de gemeente Rheden een vergunning is verleend voor een nieuwe aanlegsteiger op bijna dezelfde locatie. Sinds 2016 heeft de rederij haar exclusieve positie verloren omdat zij niet meer als enige gerechtigd is gebruik te maken van de nieuwe aanmeerkade. De minister heeft het verzoek afgewezen omdat de gestelde schade niet het gevolg is van zijn besluitvorming en/of handelen.

  • Besluit van 20 maart 2019, nr. 201900564 (Dalfsen en Ommen)

    Besluit van 20 maart 2019, nr. 201900564 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeenten Dalfsen en Ommen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan N340 vanaf de Engellandweg tot en met de aansluiting N48/N36 Arriërveld)

  • Besluit van 20 maart 2019, nr. 2019000565 (Amsterdam)

    Besluit van 20 maart 2019, nr. 2019000565 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Amsterdam krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplannen Herbestemmen Raambordelen Binnenstad en Herbestemmen Raambordelen Binnenstad II)

  • 17-04-2019 / ABRS – Vrijstelling en ruimtelijke onderbouwing

    In een advies heeft de SAOZ het bestemmingsplan (nieuwe planologische situatie) vergeleken met een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 van de voormalige WRO. De vrijstelling voorziet onder meer in een nieuwe zuidelijke ontsluiting van het bedrijf over een nieuwe brug en weg nabij het perceel van appellant.

  • 17-04-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid

    Het betoog van appellant ziet op voorzienbaarheid.De Afdeling stelt dat de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld dat (het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat) voor appellant ten tijde van de koop van zijn perceel op grond van het provinciale uitbreidingsplan aanleiding bestond om rekening te houden met de kans dat de planologische situatie ter plaatse in voor hem ongunstige zin zou veranderen.

  • 10-04-2019 / ABRS – Voorzienbaarheid en aankoop van overige erfgenamen

    Door TOG Nederland is vastgesteld dat aanvrager op 8 maart 2005 voor 1/3 eigenaar van de woning is geworden door erfopvolging. Volgens TOG dient de voorzienbaarheid in het geval van eigendomsverkrijging door erfopvolging te worden beoordeeld naar het moment dat de erflater de koopovereenkomst sloot. Dit was op 24 maart 1977. Op dat moment was de ontwikkeling niet voorzienbaar. Voor het deel van de woning dat is verkregen door erfopvolging is dan ook geen actieve risicoaanvaarding tegengeworpen. Dit is volgens TOG anders wat betreft het overige deel van de woning dat appellant heeft gekocht van de overige erfgenamen. Op het moment dat dit deel werd geleverd, was de ontwikkeling bekend. Volgens TOG komt twee derde van het begrote nadeel dan ook niet voor tegemoetkoming in aanmerking.

  • 10-04-2019 / ABRS – Schadebeperkend handelen

    Een rederij heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend als gevolg van het besluit waarmee het exploiteren van een ijsbaan is toegestaan op het water. De rederij verzorgt ter plaatse rondvaarten en kan door het besluit de normale route niet meer varen. Hierdoor is schade ondervonden.

  • 10-04-2019 / ABRS – Connexiteit

    Appellant heeft schade geleden als gevolg van de uitvoering van verschillende werkzaamheden ten behoeve van een herinrichting. Aan deze werkzaamheden liggen verkeersbesluiten ten grondslag en voor een gedeelte gaat het om de feitelijke werkzaamheden. De Afdeling stelt vast dat de gemeente ten tijde van belang noch een verordening noch een beleidsregel had waarin een grondslag werd geboden voor de vergoeding van nadeelcompensatie.

  • 03-04-2019 / ABRS – evenementen in planologische vergelijking

    Appellant betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de JvO in de adviezen een onjuiste planvergelijking heeft gemaakt. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, is ingevolge het nieuwe bestemmingsplan het gebruik ten behoeve van het houden van vijf evenementen toegestaan. Ten opzichte van het oude bestemmingsplan is dat een nadeel, aldus appellant.

Spring naar toolbar