Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

ABRS 8 november 2017, zaaknummer 201701403/1/R6 (Rijswijk, bestemmings- en exploitatieplan “Sion – ‘t Haantje, 2e herziening”)

Bekijk uitspraak

Dit keer (wederom) een korte uitspraak ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan, waarbij dit keer in het verweer van de raad het exploitatieplan wordt “gebruikt”.

De appellant geeft aan dat uit het plan niet is op te maken dat bij de uitvoering voldoende financiële waarborgen aanwezig zijn. Waarborgen voor bijvoorbeeld de financiële consequenties voortkomend uit een tegemoetkoming in planschade voor zijn bedrijf.

De raad betoogt dat in dit verband een exploitatieplan is opgesteld dat jaarlijks wordt herzien, en (!) waaruit blijkt dat het plan uitvoerbaar is.

Prima om het exploitatieplan in deze context te noemen in bijvoorbeeld een verweer / betoog van de raad. Maar, wellicht in herhaling, een exploitatieplan laat per definitie niet blijken dat het plan uitvoerbaar is. Dat doet de gemeentelijke grondexploitatie behorende bij het plan. Het exploitatieplan geeft wel enig inzicht in de uitvoerbaarheid van een plan.
Het exploitatieplan laat echter blijken welke exploitatiebijdrage een derde verschuldigd is en aan welke locatie-eisen deze derde bij de uitvoering van het aangewezen bouwplan gehouden is, als deze derde op basis van het bestemmingsplan zelf een aangewezen bouwplan realiseert.

Dan zou het voor de praktijk goed zijn als dit in de uitspraak te lezen is of als verwezen wordt naar eerdere uitspraken, waarin dit onderscheid van een exploitatieplan en de financiële uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan (mijns inziens) zeer zuiver naar voren komt (bv. 2014071171/1/R6 (Castricum, bestemmingsplan “Startingerweg te Akersloot – Woonfase 1”, rechtsoverweging 7.6)).

De uitspraak van vandaag, en ook de vorige uitspraak (Amsterdam, Buiksloterham 4e herziening, 201701682/1/R6), zorgt wat mij betreft voor “ruis op de lijn” van de wettelijke aanleiding, definitie en gebruik van het exploitatieplan.

Uitspraak
37. [appellant sub 2A] is mede-eigenaar van [appellante sub 2B], gevestigd aan [locatie] te Rijswijk. Hij heeft er bezwaar tegen dat het plan de mogelijkheid biedt om de gelijkvloerse spoorwegovergang ter plaatse van het Haantje te sluiten en te vervangen door een fietstunnel. Dat zou tot gevolg hebben dat zijn bedrijf voor gemotoriseerd verkeer alleen nog via de Lange Kleiweg, vanuit het oosten, te bereiken zou zijn en niet meer direct vanuit het westen. Op dit moment kunnen auto’s direct via de Prinses Beatrixlaan en via de Lange Kleiweg zijn bedrijf bereiken.

Voorts betoogt [appellant sub 2A] dat uit het plan niet is op te maken dat bij de uitvoering voldoende
financiële waarborgen aanwezig zijn dat financiële consequenties, bijvoorbeeld voor zijn bedrijf, gedragen
kunnen worden.

37.1. De raad stelt dat de spoorwegverdubbeling en de sluiting van de bestaande overweg zijn voorzien in
het Tracébesluit ‘Programma Hoogfrequent Spoorvervoer viersporigheid Rijswijk – Delft Zuid’. De raad heeft
toegelicht dat het ministerie van Infrastructuur en Milieu de positie heeft bepaald van de nieuwe ongelijkvloerse kruising. Op grond van artikel 13, tiende lid, van de Tracéwet dient de raad het bestemmingsplan overeenkomstig het tracébesluit vast te stellen. Voor zover [appellant sub 2A] daardoor
schade lijdt die redelijkerwijs niet voor zijn rekening behoort te blijven kan hij een beroep op een
tegemoetkoming in de planschade doen.

De raad betoogt in dit verband dat een exploitatieplan is opgesteld dat jaarlijks wordt herzien, en waaruit blijkt dat het plan uitvoerbaar is. [appellant sub 2A] heeft niet aannemelijk gemaakt dat er onvoldoende middelen zijn om eventuele planschade te vergoeden.

37.2. Er is gelet op de niet weersproken toelichting van de raad geen aanleiding voor het oordeel dat de
raad het plan vanwege de belangen van [appellant sub 2A] niet had mogen vaststellen zoals hij heeft gedaan.

Ook geeft hetgeen is aangevoerd geen aanleiding om de financiële uitvoerbaarheid van het plan, ook met
betrekking tot de vergoeding van eventuele planschade, in twijfel te trekken.

Het betoog faalt.

(ABRS 8 november 2017, zaaknummer 201701403/1/R6 (Rijswijk, bestemmings- en exploitatieplan “Sion – ‘t Haantje, 2e herziening”))

  • 10-10-2018 / ABRS – Onregelmatigheden bij vaststelling bestemmingsplan

    Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van onregelmatigheden die bij de vaststelling van een bestemmingsplan hebben plaatsgevonden. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak overweegt de Afdeling dat de gestelde onregelmatigheden niet kunnen leiden tot het oordeel dat een besluit op een aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade niet rechtmatig is.

  • 10-10-2018 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico inbreidingslocatie

    Aanvragers kunnen zich niet verenigen met het normaal maatschappelijk risico zoals dat door het college is vastgesteld.

  • 03-10-2018 / ABRS – NMR en gelijkheidsbeginsel

    Naar het oordeel van de rechtbank kunnen wederpartij sub 1 en 2 zich met succes beroepen op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank heeft overwogen dat aan de aanvragen van wederpartij sub 1 en 2 hetzelfde schadeveroorzakende besluit ten grondslag ligt, dat ook aan de aanvragen in de andere zaken ten grondslag lag.

  • 03-10-2018 / ABRS – directe schade, schadebegroting en NMR

    De Lunet is eigenaar van het appartementsrecht op het uitsluitend gebruik van het winkelcentrum De Lunet te Breda. Zij heeft het college verzocht haar tegemoet te komen in de planschade die zij lijdt als gevolg van het bestemmingsplan “Steenakker, Stadionstraat e.o.”, waarin de detailhandels¬bestemming van het winkelcentrum is wegbestemd.

  • 26-09-2018 / ABRS – Waterberging, samenloop Waterwet, gedoogplicht, nmr, taxatie

    Gronden in eigendom bij appellanten zijn in 2005 reeds door het waterschap aangewezen als tijdelijke waterberging. In het bestemmingsplan ”Buitengebied 2009” hebben de gronden de dubbelbestemming “tijdelijke waterberging” verkregen. Appellanten stellen schade te ondervinden als gevolg van de dubbelbestemming.

  • 26-09-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding verhuurd pand

    Eigenaar van een bedrijfspand heeft het pand verhuurd voor kantoordoeleinden. Onder het oude planologische regime was het mogelijk het pand te gebruiken voor zowel kantoor- als horecadoeleinden. Onder het nieuwe bestemmingsplan is gebruik als kantoor alleen mogelijk als dat gebruik al bestond. Op grond van het in het plan opgenomen overgangsrecht geldt voor horeca hetzelfde.

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001396 (Zevenaar)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001396 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zevenaar krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van de Overnachtingshaven Spijk aan de noordoever van de Rijn in de Beijenwaard te Spijk, met bijkomende werken)

  • 19-09-2018 / ABRS – plaatselijke bekendheid taxateur en NMR

    In geschil is onder andere de plaatselijke bekendheid van de taxateur alsmede het NMR.

  • 19-09-2018 / ABRS – NMR directe planschade

    In geschil is of de door appellante geleden directe planschade geheel of gedeeltelijk onder het normaal maatschappelijk risico valt en voor haar rekening blijft.

  • 19-09-2018 / ABRS – voorzienbaarheid

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend omdat hij schade zou hebben geleden als gevolg van de door een Tracébesluit mogelijk gemaakte ondertunneling van de A2. In deze uitspraak herhaalt de Afdeling eerder gemaakte overweging omtrent de voorzienbaarheid.

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001493 (Zevenaar)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001493 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zevenaar krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Arnhemseweg & Hengelder (gemeente Zevenaar))

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001468 (Lingewaard)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001468 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Lingewaard krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan N839 Bemmel-Huissen (gemeente Lingewaard))

  • 12-09-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding, onderhandelingen

    Appellante heeft verzocht om een tegemoetkoming in de schade als gevolg van het vervallen van verschillende bouw- en gebruiksmogelijkheden.

  • 05-09-2018 / ABRS – schade afsluiting zuidelijke afrit Hoevelaken

    Rabo Vastgoedgroep heeft verzocht om vergoeding van schade (waardevermindering) die zij stelt te lijden door de afsluiting van de zuidelijke afrit Hoevelaken van rijksweg A1. N.a.v. een tussenuitspraak van de Afdeling waarin is geoordeeld dat de zaak ten onrechte als een verzoek om planschade is behandeld heeft er een nieuwe beoordeling plaatsgevonden volgens de systematiek van het nadeelcompensatierecht.

  • Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 (Gilze en Rijen)

    Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Gilze en Rijen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan OBS De Wildschut)

Spring naar toolbar