Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201607326/1/R6 (Weesp, bestemmings- en exploitatieplan “Bloemendalerpolder”)

Bekijk uitspraak

In het betoog tegen dit exploitatieplan komt naar voren dat in het exploitatieplan geen actuele ramingen voor de kosten woon- en bouwrijp maken zouden zijn opgenomen en dat niet duidelijk is welke uitgangspunten voor de ramingen zijn gehanteerd.
De reactie op dit betoog is in eerste aanleg dat de exploitatieopzet van het exploitatieplan een rekenkundig model is, waarin ramingen van kosten en opbrengsten zijn opgenomen die kunnen en zullen afwijken van de daadwerkelijke kosten en opbrengsten. Daarnaast voorziet de Grondexploitatiewet, en daarmee het exploitatieplan, erin dat een terugbetaling aan de orde kan zijn als er een te hoge exploitatiebijdrage betaald is. Dit beide laat onverlet dat aan het exploitatieplan zorgvuldige ramingen ten grondslag moeten liggen.
In tweede aanleg is de reactie van de raad dat hij, naar zijn mening, voldoende zorgvuldige en geactualiseerde ramingen in het exploitatieplan heeft opgenomen. Daarbij verwijst hij naar het Bouwkostenkompas, ervaringscijfers van civieltechnische bureaus en gehanteerde kostenstijgingen.
Door deze beide reacties ziet de Afdeling geen aanleiding voor het slagen van het betoog van appellant.

Conclusie voor mij is: geef openheid en transparantie van de onderbouwing van de ramingen voor het bouw- en woonrijp maken. Deze uitgangspunten, kaarten en ramingen zijn in veel gevallen al aanwezig voor het opstellen van een reguliere (gemeentelijke) grondexploitatie. Dan kan een derde ook in het exploitatieplan zien wat aan kosten geraamd is en wat hierbij als uitgangspunten zijn gehanteerd. Daarmee laat een gemeenteraad ten slotte ook zien dat het exploitatieplan zorgvuldig is voorbereid en tot stand is gekomen. Kleine moeite, geen risico op vernietiging van een exploitatieplan meer!

Daarnaast voert appellant aan dat het taxatierapport inbrengwaarden, en de daarin gehanteerde residuele waarde, onredelijk laag is. Ook betoogt appellant dat het taxatierapport op andere onderdelen onjuist is.
De Afdeling antwoordt op beide met verwijzing naar eerdere uitspraken (31 oktober 2012 en 27 maart 2013): “een beroepsgrond die de specifieke deskundigheid van de taxateur raakt, kan in beginsel alleen tot een geslaagd beroep leiden indien dat betoog onderbouwd is met een deskundig tegenadvies waaruit zou blijken dat de in het rapport vervatte taxaties onjuist zijn. Voor dat laatste is onvoldoende dat het tegenadvies uitsluitend andere taxaties tegenover de taxaties stelt die zijn vervat in het aan het exploitatieplan ten grondslag gelegde taxatierapport.”
Dat is in deze casus niet gebeurd. Er is geen deskundig tegenadvies ingebracht door appellant.

Om een betoog tegen een getaxeerde inbrengwaarde te laten slagen moet ten minste een deskundig tegenadvies door de appellant worden opgesteld. Dat is stap 1. Heeft een appellant dit niet, slaagt het betoog per definitie niet.
Daarnaast moet uit dit tegenadvies blijken dat het taxatierapport inbrengwaarden onjuiste taxaties / uitgangspunten bevat. Hierbij is het niet voldoende als er alleen andere taxaties tegenover worden gesteld: het moet echt gaan om feitelijke onjuistheden in het taxatierapport inbrengwaarden. Dat is stap 2. Lukt dat een appellant onvoldoende, dan slaagt het betoog ook niet …

Oftewel: als het taxatierapport inbrengwaarde geen feitelijke onjuistheden, maar enkel “subjectieve” onjuistheden, bevat, kan een appellant beter een beroep tegen de inbrengwaarde achterwege laten en zijn pijlen op andere onderdelen (van het exploitatieplan) richten …

Uitspraak
Het exploitatieplan
41. Ter zitting hebben VolkerWessels en anderen hun beroepsgronden omtrent het exploitatieplan toegespitst op de ramingen van de kosten voor het woon- en bouwrijp maken en de omstandigheid dat transacties met hogere waarden buiten de taxatie van de inbrengwaarden zijn gehouden.

42. VolkerWessels en anderen betogen dat de ramingen van de kosten voor het woon- en bouwrijp maken,
die zij naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur hebben verkregen,
niet de actuele ramingen zijn die gebruikt zijn bij het opstellen van het taxatierapport. Voorts blijkt niet uit de
overgelegde ramingen welke uitgangspunten zijn gehanteerd. De overgelegde ramingen kunnen derhalve niet gelden als onderbouwing van het exploitatieplan, aldus VolkerWessels en anderen.

42.1. Artikel 6.13 van de Wro luidt als volgt:
“1. Een bevat:
c. een exploitatieopzet, bestaande uit:
2°. een raming van de andere kosten in verband met de exploitatie, waaronder een raming van de schade die op grond van artikel 6.1 voor vergoeding in aanmerking zou komen;
3°. een raming van de opbrengsten van de exploitatie, alsmede de peildatum van de onder 1° tot en met 3°
bedoelde ramingen;”

42.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 juni 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BQ6839) is de exploitatieopzet als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wro een rekenkundig model, op basis waarvan de geraamde en daadwerkelijk gerealiseerde kosten naar rato van de te verwachten opbrengsten worden omgeslagen door het overeenkomstig artikel 6.17 van de Wro opleggen van een exploitatiebijdrage door middel van een voorwaarde verbonden aan een omgevingsvergunning voor bouwen.
De kosten en opbrengsten die in de exploitatieopzet zijn opgenomen, kunnen, zeker waar het de vaststelling van een betreft, ramingen zijn en zij kunnen afwijken van de daadwerkelijk te realiseren kosten en opbrengsten. De ramingen kunnen daarom worden uitgewerkt, gedetailleerd, aangepast of gewijzigd bij een herziening van het exploitatieplan. Niettemin dienen de in een exploitatieplan opgenomen kosten en opbrengsten met de vereiste zorgvuldigheid te worden geraamd. Daartoe is van belang dat de exploitatiebijdrage die bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen verschuldigd is, in eerste instantie veelal op basis van ramingen van kosten en opbrengsten wordt vastgesteld, terwijl slechts onder de voorwaarden van artikel 6.20 van de Wro aanspraak bestaat op terugbetaling van hetgeen te veel is betaald.
Voorts dienen de ramingen van de kosten en opbrengsten te voldoen aan de eisen die de Wro en het Bro
daaraan stellen.

42.3. De raad heeft toegelicht dat de overgelegde kostenopgaven samen met kengetallen uit het Bouwkostenkompas en ervaringscijfers van civieltechnische bureaus als basisgegevens zijn gebruikt. Daartoe behoort bijvoorbeeld de eenheidsprijs van een voorziening per strekkende meter. Door wijzigingen van het bestemmingsplan en de beoogde uitwerking daarvan, naar aanleiding van inspraakreacties en de
uitwerkingen van ontwerpen, zijn de ramingen steeds geactualiseerd.

Voorts zijn de ramingen uitgezet in de tijd van de planperiode en is het resultaat daarvan terugberekend
naar de contante waarde. In dit verband is in het exploitatieplan vermeld welke waarden zijn gebruikt voor de rentevoet en de jaarlijkse kostenstijging.

Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling in hetgeen VolkerWessels en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat ten onrechte verouderde ramingen zijn overgelegd en dat onvoldoende inzichtelijk is welke uitgangspunten zijn gehanteerd. Evenmin bestaat aanleiding voor het oordeel dat de kosten zijn geraamd in strijd met de vereiste zorgvuldigheid als bedoeld in 42.2.

Het betoog faalt.

43. VolkerWessels en anderen achten de in het taxatierapport gehanteerde residuele waarde van 35 euro
per m² onredelijk laag, nu de markt weer aan het aantrekken is.

43.1. Gelet op de uitspraak van de Afdeling van 31 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY1740, kan een
beroepsgrond die de specifieke deskundigheid van de taxateur raakt in beginsel alleen tot een geslaagd
beroep leiden indien dat betoog onderbouwd is met een deskundig tegenadvies waaruit zou blijken dat de in het rapport vervatte taxaties onjuist zijn. Voor dat laatste is onvoldoende dat het tegenadvies uitsluitend
andere taxaties tegenover de taxaties stelt die zijn vervat in het aan het exploitatieplan ten grondslag gelegde taxatierapport.

Het betoog dat de residuele waarde van 35 euro per m² onredelijk laag is, raakt de specifieke
deskundigheid van de door de raad geraadpleegde taxateurs. Nu VolkerWessels en anderen geen deskundig tegenrapport hebben ingebracht, faalt het betoog.

44. VolkerWessels en anderen betogen wat betreft de waardebepaling op grond van de vergelijkingsmethode dat het definitieve taxatierapport enkele onverklaarbare wijzigingen kent ten opzichte
van het ontwerprapport. Zo zijn de koopsommen van transacties gewijzigd. Voorts zijn ten onrechte
transacties gebruikt waarbij sprake is van speculatieve aankoop, die plaatsvonden toen nog geen zicht
bestond op de voorziene woningbouw. Verder achten zij opmerkelijk dat de transacties met de hoogste
grondprijs niet zijn meegenomen. Een onderbouwing dat deze gronden speculatief zijn doorverkocht
ontbreekt. Hetzelfde geldt voor de meest recente transactie met een grondprijs van 107 euro per m². Dit klemt naar hun opvatting temeer nu een transactie tussen twee overheden, waarbij de grond is verkocht voor 4 euro per m², wel is meegenomen. Voorts is volgens VolkerWessels en anderen de levering van gronden aan het Consortium uitgesteld om deze transactie buiten de taxatie te houden.

44.1. Mede gelet op de uitspraak van 27 maart 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7440, raakt hetgeen VolkerWessels en anderen over de toepassing van de vergelijkingsmethode hebben aangevoerd de specifieke deskundigheid van de taxateurs als bedoeld onder 43.1. Gelet hierop, en nu zij geen deskundig tegenrapport hebben ingebracht, faalt het betoog.

(ABRS 21 juni 2017, zaaknummer 201607326/1/R6 (Weesp, bestemmings- en exploitatieplan “Bloemendalerpolder”))

  • 06-09-2017 / ABRS – tussenuitspraak (Coevorden)

    Tussenuitspraak waarin de Afdeling overweegt dat het advies niet aan het schadebesluit ten grondslag had mogen worden gelegd. College moet nieuw besluit nemen.

  • 30-08-2017 / ABRS – Geen causaal verband met bestuursdwangbesluit

    Appellant huurde sinds 2004 een bedrijfsruimte in winkelcentrum ’t Loon waar zij de onderneming Hair & More exploiteerde. Bij besluit van 5 december 2011 heeft het college de eigenaren van het winkelcentrum een last onder bestuursdwang opgelegd strekkende tot sloop van het deel van het winkelcentrum, waar zich onder meer de bedrijfsruimte van appellant bevond. Dit gedeelte was op 29 november 2011 al door de eigenaren/verhuurder ontruimd wegens instortingsgevaar.

    Appellant stelt schade te hebben geleden omdat de onderneming op dit adres in het winkelcentrum in november 2011 is opgehouden te bestaan. Het geding spitst zich toe op de vraag of appellant schade heeft geleden als gevolg van het besluit van 5 december 2011 en zo ja, of deze schade voor vergoeding in aanmerking komt.

  • 30-08-2017 / ABRS – Causaal verband en voorzienbaarheid wegwerkzaamheden Soest

    Expert Soest exploiteert een winkel in wit- en bruingoed, telecom en computers aan de Van Weedestraat 6, op de kruising met de Korte Melmweg en de Prins Bernhardlaan in het centrum van Soest. Tot oktober 2012 was de winkel gevestigd aan de Burgemeester Grothestraat 9 te Soest. Expert Soest stelt omzetschade te hebben geleden als gevolg van herinrichtingswerkzaamheden in de Van Weedestraat. Aan haar verzoek heeft zij ten grondslag gelegd dat zij schade heeft geleden als gevolg van het door het college genomen verkeersbesluit van 13 maart 2013 waarbij tijdelijk eenrichtingsverkeer is ingesteld op de Van Weedestraat en de Steenhofstraat.

  • 23-08-2017 – uitvaartcentrum (Nederweert)

    Uitspraak in een zaak waar schade werd geclaimd als gevolg van de komst van een uitvaartcentrum. Er wordt ingegaan op het parkeren (voldoende ruimte op terrein en in het openbaar gebied) en op het feit dat de omgeving geconfronteerd wordt met rouwende mensen (negatieve gevoelswaarde bij een bestemming).

  • 23-08-2017 – geen rekening gehouden met groenblijvende beplanting (Peel en Maas)

    In deze uitspraak komt o.a. aan de orde dat wat betreft het aspect privacy geen rekening wordt gehouden met groenblijvende beplanting.

  • 23-08-2017 / ABRS – splitsing woningen en woz (Den Haag)

    In deze casus was de woz-waarde aangepast omdat naast de woning van appellant woningsplitsing plaats had gevonden. Planologisch was dit deels al mogelijk. Duidelijk was dat bij de woz hier geen rekening mee gehouden was.

  • 23-08-2017 / ABRS – maatschappelijk risico (Best)

    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is inbreiding van een woning in een bestaande woonkern in beginsel een normaal maatschappelijke ontwikkeling, die zich voordoet in veel centra van steden en dorpen in Nederland. Dat betekent op zichzelf echter nog niet dat de planologische ontwikkeling ook in de lijn der verwachtingen lag. In deze casus lag het niet geheel in de lijn der verwachting dat in de tweede lijn bebouwing zou komen. Ook was niet in geschil dat de ontwikkeling hoe dan ook niet binnen dat beleid past.

  • 23-08-2017 / ABRS – Processuele connexiteit en de bevoegdheid van de burgerlijke rechter

    Appellant exploiteerde van 1979 tot 2011 een tankstation en garage aan de Boskantseweg te Sint-Oedenrode. De doorgaande rijbaan op de Boskantseweg is in 1998 afgesloten met betonbanden en een haag en de weg is aangesloten op de Zuidelijke Randweg. Appellant stelt dat de afsluiting van de doorgaande weg schade heeft veroorzaakt. In de procedure over het door appellant ingediende verzoek om planschadevergoeding, waarin de Afdeling in hoger beroep heeft beslist bij uitspraak van 24 september 2014, is gebleken dat het verzoek van appellant om planschadevergoeding tevens moet worden opgevat als een verzoek om nadeelcompensatie.

  • 18-08-2017 / RB Oost-Brabant – Voorzienbaarheid op basis van concreet beleidsvoornemen andere overheid

    Op 6 januari 2014 heeft eiseres een verzoek om nadeelcompensatie ingediend op grond van artikel 22 van de Tracéwet en deze is voorts behandeld volgens de Beleidsregel nadeelcompensatie Infrastructuur en Milieu 2014 (de Beleidsregel).

    Het verzoek om nadeelcompensatie is afgewezen door Rijkswaterstaat omdat ten tijde van de koopovereenkomst in 2004 sprake is van actieve risicoaanvaarding van eiseres omdat op basis van de Structuurvisie en het GVVP voorzienbaar was dat structurele maatregelen werden nagestreefd als oplossing van de verkeersproblemen op de A59 en dat deze maatregelen veranderingen voor de aansluiting nr. 41 tot gevolg zouden (kunnen) hebben.

  • 16-08-2017 / ABRS – feitelijk of planologisch (Zwarteland)

    De deskundige in deze kwam tot het advies dat de woning van [appellant] onder het oude planologische regime net buiten de vastgestelde geluidscontour van 50 dB(A) gelegen was, maar dat de feitelijke en bij recht aanwezige geluidsbelasting 53,8 dB(A) bedroeg.

  • 10-08-2017 / RB Zeeland-West-Brabant – voorzierbaarheid TB A4 Dinteloord – Bergen op Zoom, gedeelte Steenbergen

    Eiseres exploiteert tuinbouwkassen te Steenbergen. Eiseres heeft in 1994 het perceel [locatie1,2] aangekocht. In 2004 heeft eiseres ook het naastgelegen perceel [locatie3] verworven. Zij stelt schade te hebben geleden ten gevolge van de aanleg van de A4 westelijk om Steenbergen. Ten behoeve van deze aanleg is op 18 februari 2011 het tracébesluit A4 Dinteloord – Bergen op Zoom, gedeelte Steenbergen vastgesteld. Dit besluit is op 3 maart 2011 in werking getreden.

  • 09-08-2017 / ABRS – contra-expertise (Utrechtse Heuvelrug)

    Zeer bruikbare uitspraak wat betreft de overwegingen van de Afdeling aangaande een contra-expertise.

  • 09-08-2017 / ABRS – Compensatie in natura (Someren)

    De gemeente had in haar besluit opgenomen dat een tegemoetkoming in de geleden planschade (directe planschade) werd toegekend in de vorm van compensatie in natura door herstel van de oude gunstigere bestemming.

  • Plaats maken voor het water: het Grensmaasproject

    Jean-Paul Vugts werkt als rentmeester aan een van de grootste ruimtelijke transities van Nederland: het Grensmaasproject.

  • 28-07-2017 / Rechtbank Midden-Nederland – maximale invulling (Abcoude)

    Leuke uitspraak over de maximale invulling van de oude planologische mogelijkheden.