Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201702667/1/R6 (Heeze-Leende, bestemmingsplan “Bulders”)

Bekijk uitspraak

Ook in deze uitspraak gaat het (hoofdzakelijk) om de financiële uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De appellanten stellen onder andere dat de anterieure overeenkomst niet ter inzage is gelegd en dat de contractpartij “slechts” een ontwikkelingsvennootschap is, waardoor de gemeente een financieel risico heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan. In deze uitspraak wordt geen nieuwe jurisprudentie “geschreven”.

In de overwegingen wordt ingegaan op de omstandigheid dat de anterieure overeenkomst voorziet in het anderszins verzekeren van het kostenverhaal (geen verplichting tot vaststelling van een exploitatieplan) en dat de anterieure overeenkomst geen stuk is dat ter inzage hoeft te worden gelegd bij het ontwerp¬bestemmingsplan. De zakelijke (op hoofdlijnen) beschrijving van een anterieure overeenkomst moet wel door de gemeente gepubliceerd worden. De gemeente moet er dan op vertrouwd worden dat de anterieure overeenkomst ook voorziet in het kostenverhaal en de (financiële) garantie voor uitvoering van het bestemmingsplan.

Daarnaast staat niet de financiële positie van een private partij (de ontwikkelingsvennootschap) ter beoordeling, maar de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De raad heeft in redelijkheid kunnen aannemen dat de aandeelhouders van de ontwikkelingsvennootschap (gemeente en BNG Gebiedsontwikkeling) garant staan voor de kosten en de realisatie van het bestemmingsplan.

Ten slotte wordt ingegaan op het beroep dat, mogelijk, is ingesteld tegen het besluit van de raad om geen exploitatieplan vast te stellen. Daarbij heeft de Afdeling de gebruikelijke overweging gehanteerd of sprake is van een ontvankelijk beroep. De appellanten zijn geen belanghebbenden bij het niet vaststellen van delen van een exploitatieplan: geen grondeigendom, geen grondexploitatieovereenkomst, geen anderszins gebleken belangen als wel een exploitatieplan was vastgesteld.

Uitspraak
Financiële uitvoerbaarheid
43. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], [appellant sub 5], [appellant sub 6], [appellant sub 7A] en anderen, [appellante sub 8], [appellante sub 9] en [appellant sub 10] voeren aan dat het plan financieel niet uitvoerbaar is.

[appellant sub 7A] en anderen, [appellante sub 8] en [appellant sub 10] stellen dat de anterieure overeenkomst niet bij het ontwerpplan ter inzage is gelegd. Verder stellen [appellant sub 7A] en anderen dat wegens het gebrek aan behoefte de woningen niet zullen worden verkocht en er daarmee ook geen financiering voor de randweg is.

Volgens [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellante sub 8] is de enkele omstandigheid dat het gemeentebestuur met De Bulders Woningbouw B.V. een anterieure overeenkomst heeft gesloten, onvoldoende om te kunnen aannemen dat het plan financieel uitvoerbaar is. Zij stellen dat deze B.V. slechts een zogenoemde ontwikkelingsvennootschap is zonder financiële reserves. Het kostenverhaal is derhalve niet anderszins verzekerd, waardoor de raad een exploitatieplan had moeten vaststellen.

[appellant sub 5] stelt dat de raad ten onrechte niet is ingegaan op zijn zienswijze op dit punt. In zijn zienswijze heeft [appellant sub 5] gesteld dat het risico dat de kosten in de toekomst zullen worden verhaald op de inwoners van Heeze-Leende te groot is en onacceptabel.

[appellant sub 6] vraagt zich af of de wijziging van artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder a, van de planregels gevolgen heeft voor de financiële uitvoerbaarheid van het plan, nu hierover niets in de plantoelichting staat en de wijziging kennelijk niet heeft geleid tot aanpassing van de anterieure overeenkomst. Ook [appellante sub 9] en [appellante sub 8] voeren aan dat door de wijziging van artikel 6, lid 6.1, aanhef en onder a, van de planregels het plan niet meer uitvoerbaar is, omdat bij de vaststelling van het ontwerpplan is uitgegaan van de bouw van 350 koopwoningen. Zij wijst er voorts op dat het gemeentebestuur aandeelhouder is van De Bulders Woningbouw B.V., zodat het gemeentebestuur een financieel risico heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

43.1. In artikel 6.12, tweede lid van de Wro staat:
“In afwijking van het eerste lid kan de gemeenteraad bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan, een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, of naar aanleiding van een omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° of 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening wordt afgeweken besluiten geen exploitatieplan vast te stellen, in bij algemene maatregel van bestuur aangegeven gevallen of indien:
a. het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is.”

43.2. In hoofdstuk 6 van de plantoelichting staat dat het gemeentebestuur voor de ontwikkeling van de randweg en de woningbouw met De Bulders Woningbouw B.V. een anterieure overeenkomst heeft gesloten. Hiermee is, zo staat in de plantoelichting, het kostenverhaal anderszins verzekerd, zodat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld.

43.3. Voor zover het betoog van [appellant sub 7A] en anderen, [appellante sub 8] en [appellant sub 10] aldus moet worden begrepen dat de anterieure overeenkomst op grond van artikel 3:11 van de Awb met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage had moeten worden gelegd, overweegt de Afdeling als volgt. De anterieure overeenkomst is geen op het ontwerpplan betrekking hebbend stuk als bedoeld in dit artikel. Artikel 3:11 van de Awb verplicht er dan ook niet toe dat deze bij het ontwerpplan ter inzage wordt gelegd. Deze betogen falen.

43.4. [appellant sub 5] heeft in zijn beroepschrift volstaan met een letterlijke herhaling van zijn zienswijze op
dit punt. De raad heeft in de nota van zienswijzen gesteld dat de zienswijze van [appellant sub 5] grotendeels overeenkomt met een andere zienswijze. De raad heeft daarom deels volstaan met een verwijzing naar de beantwoording van deze zienswijze, onder nummer 8 van de nota van zienswijzen. Hier is de raad onder meer gemotiveerd ingegaan op de financiële uitvoerbaarheid van het plan. [appellant sub 5] heeft in zijn beroepschrift geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn. Dit betoog faalt.

43.5. Voor zover [appellant sub 6] en [appellante sub 9] erop wijzen dat bij de gewijzigde vaststelling van het plan in artikel 6, lid 6.1, van de planregels is opgenomen dat minimaal 20% van de nieuwe woningen moet bestaan uit sociale huurwoningen overweegt de Afdeling als volgt. De raad stelt dat deze wijziging geen invloed heeft op de uitvoerbaarheid van het plan, omdat al werd uitgegaan van dit percentage aan huurwoningen. Dit is nu ook in de planregels gewaarborgd. De Afdeling ziet geen aanleiding om aan de toelichting van de raad op dit punt te twijfelen. De betogen falen.

43.6. Voorts overweegt de Afdeling dat in deze procedure niet de financiële positie van een concrete projectontwikkelaar ter beoordeling staat, maar de economische uitvoerbaarheid van het plan als zodanig. In de enkele door [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellante sub 8] gestelde omstandigheid dat De Bulders B.V. een zogenoemde ontwikkelingsvennootschap betreft zonder financiële reserves, heeft de raad op voorhand in redelijkheid geen aanleiding hoeven zien om aan te nemen dat de in het plan voorziene ontwikkeling niet binnen de planperiode zal worden gerealiseerd. Overigens heeft De Bulders B.V. ter zitting toegelicht dat BNG Gebiedsontwikkeling, een dochteronderneming van BNG Bank, en de gemeente aandeelhouders zijn van De Bulders B.V. en dat de Bulders B.V. de kosten draagt voor de aanleg van de randweg en de exploitatie van de woningbouw. De betogen falen.

43.7. Voor zover [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] hebben bedoeld beroep in te stellen tegen het besluit van de raad om geen exploitatieplan vast te stellen, overweegt de Afdeling als volgt.

Het beroep van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] is op dit punt gericht tegen het niet vaststellen van financiële delen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, en artikel 6.18 van de Wro. Indien de raad in dit geval een exploitatieplan zou hebben vastgesteld, zouden [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] niet als belanghebbende kunnen worden aangemerkt bij de desbetreffende onderdelen van het exploitatieplan. Daartoe is van belang dat ter zitting door de raad is toegelicht dat [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] geen grondexploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 8.2, vijfde lid, van de Wro hebben gesloten met betrekking tot gronden in het plangebied, geen eigenaar zijn van gronden in dat gebied en ook anderszins niet is gebleken van belangen van hen die rechtstreeks betrokken zouden zijn bij de vaststelling van de genoemde onderdelen van een exploitatieplan.

Gelet hierop kunnen [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] evenmin worden aangemerkt als belanghebbenden bij het niet vaststellen van delen van een exploitatieplan als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, en artikel 6.18 van de Wro.

Hun beroep dient in zoverre niet-ontvankelijk te worden verklaard.

(ABRS 20 december 2017, zaaknummer 201702667/1/R6 (Heeze-Leende, bestemmingsplan “Bulders”))

  • 10-10-2018 / ABRS – Onregelmatigheden bij vaststelling bestemmingsplan

    Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van onregelmatigheden die bij de vaststelling van een bestemmingsplan hebben plaatsgevonden. Onder verwijzing naar eerdere rechtspraak overweegt de Afdeling dat de gestelde onregelmatigheden niet kunnen leiden tot het oordeel dat een besluit op een aanvraag om een tegemoetkoming in de planschade niet rechtmatig is.

  • 10-10-2018 / ABRS – Normaal maatschappelijk risico inbreidingslocatie

    Aanvragers kunnen zich niet verenigen met het normaal maatschappelijk risico zoals dat door het college is vastgesteld.

  • 03-10-2018 / ABRS – NMR en gelijkheidsbeginsel

    Naar het oordeel van de rechtbank kunnen wederpartij sub 1 en 2 zich met succes beroepen op het gelijkheidsbeginsel. De rechtbank heeft overwogen dat aan de aanvragen van wederpartij sub 1 en 2 hetzelfde schadeveroorzakende besluit ten grondslag ligt, dat ook aan de aanvragen in de andere zaken ten grondslag lag.

  • 03-10-2018 / ABRS – directe schade, schadebegroting en NMR

    De Lunet is eigenaar van het appartementsrecht op het uitsluitend gebruik van het winkelcentrum De Lunet te Breda. Zij heeft het college verzocht haar tegemoet te komen in de planschade die zij lijdt als gevolg van het bestemmingsplan “Steenakker, Stadionstraat e.o.”, waarin de detailhandels¬bestemming van het winkelcentrum is wegbestemd.

  • 26-09-2018 / ABRS – Waterberging, samenloop Waterwet, gedoogplicht, nmr, taxatie

    Gronden in eigendom bij appellanten zijn in 2005 reeds door het waterschap aangewezen als tijdelijke waterberging. In het bestemmingsplan ”Buitengebied 2009” hebben de gronden de dubbelbestemming “tijdelijke waterberging” verkregen. Appellanten stellen schade te ondervinden als gevolg van de dubbelbestemming.

  • 26-09-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding verhuurd pand

    Eigenaar van een bedrijfspand heeft het pand verhuurd voor kantoordoeleinden. Onder het oude planologische regime was het mogelijk het pand te gebruiken voor zowel kantoor- als horecadoeleinden. Onder het nieuwe bestemmingsplan is gebruik als kantoor alleen mogelijk als dat gebruik al bestond. Op grond van het in het plan opgenomen overgangsrecht geldt voor horeca hetzelfde.

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001396 (Zevenaar)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001396 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zevenaar krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van de Overnachtingshaven Spijk aan de noordoever van de Rijn in de Beijenwaard te Spijk, met bijkomende werken)

  • 19-09-2018 / ABRS – plaatselijke bekendheid taxateur en NMR

    In geschil is onder andere de plaatselijke bekendheid van de taxateur alsmede het NMR.

  • 19-09-2018 / ABRS – NMR directe planschade

    In geschil is of de door appellante geleden directe planschade geheel of gedeeltelijk onder het normaal maatschappelijk risico valt en voor haar rekening blijft.

  • 19-09-2018 / ABRS – voorzienbaarheid

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend omdat hij schade zou hebben geleden als gevolg van de door een Tracébesluit mogelijk gemaakte ondertunneling van de A2. In deze uitspraak herhaalt de Afdeling eerder gemaakte overweging omtrent de voorzienbaarheid.

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001493 (Zevenaar)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001493 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Zevenaar krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Arnhemseweg & Hengelder (gemeente Zevenaar))

  • Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001468 (Lingewaard)

    Besluit van 27 augustus 2018, nr. 2018001468 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Lingewaard krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan N839 Bemmel-Huissen (gemeente Lingewaard))

  • 12-09-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding, onderhandelingen

    Appellante heeft verzocht om een tegemoetkoming in de schade als gevolg van het vervallen van verschillende bouw- en gebruiksmogelijkheden.

  • 05-09-2018 / ABRS – schade afsluiting zuidelijke afrit Hoevelaken

    Rabo Vastgoedgroep heeft verzocht om vergoeding van schade (waardevermindering) die zij stelt te lijden door de afsluiting van de zuidelijke afrit Hoevelaken van rijksweg A1. N.a.v. een tussenuitspraak van de Afdeling waarin is geoordeeld dat de zaak ten onrechte als een verzoek om planschade is behandeld heeft er een nieuwe beoordeling plaatsgevonden volgens de systematiek van het nadeelcompensatierecht.

  • Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 (Gilze en Rijen)

    Besluit van 12 juli 2018, nr. 2018001342 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Gilze en Rijen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan OBS De Wildschut)

Spring naar toolbar