Gloudemans uitsprakenUitspraken

ABRS 13 december 2017, zaaknummer 201703581/1/R2 (Bernheze, bestemmings- en exploitatieplan “Rodenburg”)

Bekijk uitspraak

Ook deze uitspraak was ten aanzien van de financiële uitvoerbaarheid van een vastgesteld bestemmingsplan.

De appellanten vonden dat niet was gebleken dat voldoende middelen beschikbaar zijn om hun gronden (desnoods) te onteigenen. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat hiervoor in de exploitatiebegroting middelen zijn gereserveerd. Omdat de appellanten dit niet (konden) bestrijden, faalde het betoog.

In deze uitspraak worden de termen exploitatieplan en exploitatiebegroting (gelukkig en misschien wel per ongeluk) goed uit elkaar gehouden en gescheiden van elkaar. Daarmee lijkt dit in eerste instantie een “kleine uitspraak”, maar voor het begrip van een exploitatieplan en de onderbouwing van de (financiële) uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan vind ik dit een “grote uitspraak”.

Het exploitatieplan is voor het kostenverhaal (en de te ontvangen exploitatiebijdragen) indien derden een omgevingsvergunning indienen voor de realisatie van een aangewezen bouwplan.
Een exploitatiebegroting of gemeentelijke grondexploitatie ligt ten grondslag aan de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Als in deze exploitatiebegroting middelen zijn opgenomen voor bijvoorbeeld de verwerving van eigendommen in het plangebied, dan is dat voldoende “gemotiveerd” door de gemeente.

Tenzij de appellant(en) dit met redenen omkleed en met succes kunnen bestrijden. Dan kan het exploitatieplan nog zo goed en waterdicht zijn en “overeind” blijven, maar zal het bestemmingsplan op het punt van de uitvoerbaarheid worden vernietigd. Als gevolg van de vernietiging van het bestemmingsplan wordt dan naar alle waarschijnlijkheid ook het exploitatieplan vernietigd, omdat er dan geen bijbehorende onherroepelijk planologisch besluit is.

Andersom werkt het voorgaande echter niet. Indien de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voldoende gemotiveerd en onderbouwd is (en ook andere bestreden onderdelen vinden geen grond), wordt het bestemmingsplan onherroepelijk. Dan kan het wel aan de orde zijn dat het exploitatieplan “zo lek is als een zeef” en het exploitatieplan vernietigd wordt.
In dat geval geldt voor het onherroepelijke bestemmingsplan een aanhoudingsplicht totdat het exploitatieplan opnieuw is vastgesteld / onherroepelijk is. Deze aanhoudingsplicht kan tevens doorbroken worden als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Het kostenverhaal is bijvoorbeeld verzekerd bij de uitgifte van bouwrijpe gronden door de gemeente (al dan niet met voorafgaande koopovereenkomst van de gronden) of bij een gesloten (anterieure / posterieure) kostenverhaalsovereenkomst.

Kortom: vaststelling van een bestemmings- en exploitatieplan is de eerste stap voor realisatie van bestemmingen. Maar onherroepelijk worden van dit vastgestelde bestemmings- en exploitatieplan is een vervolgstap waarover van tevoren in diverse scenario’s moet worden nagedacht om de gevolgen van ingestelde beroepen of uitspraken door de Raad van State te kunnen overzien. Door de gemeente, maar ook door de ontwikkelende partijen / grondeigenaren in het bestemmings- en exploitatieplangebied!

Uitspraak
Eigendomssituatie
6. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] wijzen erop dat een deel van de nieuwe woonwijk op hun gronden is voorzien. Zij betwisten dat het plan in zoverre uitvoerbaar is aangezien niet gebleken is dat voldoende middelen beschikbaar zijn om de gronden te onteigenen.

6.1. Vaststaat dat de gemeente geen eigenaar is van een deel van de gronden in het plangebied, maar dat [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] daarvan eigenaar zijn. Het gaat hierbij om een perceel dat grenst aan het perceel waarop hun woning staat. De raad heeft gesteld zo nodig tot onteigening van deze gronden over te gaan, teneinde de in het plan voorziene woningen mogelijk te maken. In de plantoelichting is over de bekostiging van de verwerving van gronden vermeld dat dit in hoofdzaak zal worden gedekt door grondopbrengsten, subsidies en de te ontvangen exploitatiebijdragen op basis van het plan. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat in de exploitatiebegroting middelen zijn gereserveerd voor de verwerving van deze gronden. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B] hebben het voorgaande niet bestreden.

Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan de financieel uitvoerbaar is. Het betoog faalt.

(ABRS 13 december 2017, zaaknummer 201703581/1/R2 (Bernheze, bestemmings- en exploitatieplan “Rodenburg”))

  • Oirschot, pachtgrond nabij Koningshof – bij inschrijving

    Bij inschrijving wordt in pacht aangeboden het perceel cultuurgrond, gelegen nabij Koningshof te Oirschot.

    De inschrijving eindigt op 21 februari 2019 om 12.00 uur.

  • Individuele beoordeling door CBb in fosfaatrechtzaken

    Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft vandaag uitspraak gedaan in een aantal zaken over fosfaatrechten. Het gaat om beroepen van melkveehouders tegen de door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (minister) op grond van de Meststoffenwet vastgestelde fosfaatrechten. Per 1 januari 2018 geldt het fosfaatrechtenstelsel. De minister kent fosfaatrechten toe op basis van, onder andere, het melkvee dat op 2 juli 2015 op het bedrijf is gehouden. Het is verboden in een kalenderjaar meer fosfaat met melkvee te produceren dan het toegekende fosfaatrecht.

  • Herontwikkeling kazerneterreinen Ede in tijdschrift Monumentaal

    Voor de gemeente Ede zijn wij betrokken bij de herontwikkeling van de kazerneterreinen in Ede. In 2011 nam de gemeente de voormalige kazerneterreinen over van defensie. De kazerneterreinen worden ontwikkeld naar een nieuw stadsdeel grenzend aan de Veluwe. Het wordt een plek voor wonen, werken en recreëren. Naast de nieuwbouw zijn er ook rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of karakteristieke panden.

  • Faciliteren van gebiedsontwikkelingen: hoe moet dat?

    Waar moet je op letten als je een gebiedsontwikkeling wil faciliteren en wat hebben markt en overheid van elkaar nodig? Met die vragen in het achterhoofd organiseerden Gloudemans en Urban Reality gezamenlijk op 15 november 2018 een kennissessie in ‘De Verdraagzaamheid’ in Zaltbommel.

  • 21-11-2018 / ABRS – Windturbine en gebruikelijke marges bij taxaties

    Appellant heeft een aanvraag om tegemoetkoming in de planschade ingediend als gevolg van de komst van windturbines.

  • 21-11-2018 / ABRS – Nauwkeurige bepaling toename bouwmassa

    Appellant stelt schade te hebben geleden als gevolg van onder meer een toename van de bouwmassa. In het advies van de SAOZ staat niet het aantal vierkante meters opgenomen waarmee de bouwmogelijkheden zijn uitgebreid. In het advies is opgenomen dat de nadelen voor appellant bestaan uit enige extra aantasting van het uitzicht en enige extra schaduwhinder en zonlichtvermindering.

  • 21-11-2018 / ABRS – na-ijlen omzetderving

    In verband met de reconstructie van de rondweg heeft de exploitant van een tankstation een verzoek om nadeelcompensatie ingediend. De SAOZ hanteert een na-ijlperiode van drie maanden na beeïndiging van de werkzaamheden waarin nog rekening wordt gehouden met omzetdaling.

  • Het taxatieproces binnen Gloudemans succesvol geoptimaliseerd

    Afgelopen jaar heeft een team binnen Gloudemans, begeleid door iValue Improvement, gewerkt aan het verbeteren van het taxatieproces. Aanleiding hiervan was het proces zoveel mogelijk te laten aansluiten bij de regelgeving en praktijkhandleidingen van het NRVT, maar ook zeker om de groeiende vraag aan te kunnen met de huidige personele bezetting. Uiteindelijk moesten deze veranderingen bijdragen aan de doelstelling van Gloudemans om een hoge kwaliteit te leveren die voldoet aan de wensen van de klanten van Gloudemans.

  • 14-11-2018 / ABRS – Primaire advies of second opinion en compensatie in natura

    Appellant is eigenaar van een perceel dat in het buitengebied van Valkenswaard is gelegen. De gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld waardoor de agrarische bestemming met bouwmogelijkheden voor een agrarisch bedrijf komt te vervallen en onder het nieuwe regime voornamelijk een bestemming voor natuur en waterberging heeft gekregen. In eerste instantie heeft het college om een advies gevraagd aan de SAOZ.

  • 14-11-2018 / ABRS – Hoogspanningsmast, magneetveldzone en gezondheidsrisico

    Appellant is eigenaar van een appartement en stelt schade te hebben ondervonden als gevolg van de planologische basis voor het realiseren van een combinatiehoogspanningslijn. De Afdeling heeft de StAB verzocht in deze zaak te adviseren. De StAB stelt dat het appartement onder de maximale mogelijkheden niet binnen de magneetveldzone van 0,4 microtesla komt te liggen. Daartoe stelt de StAB dat het voorzorgbeginsel als een juridische beperking van de maximale planologische mogelijkheden moet worden aangemerkt. De Afdeling gaat daar niet in mee.

  • Besluit van 5 oktober 2018, nr. 2018001774

    Besluit van 5 oktober 2018, nr. 2018001774 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Lelystad krachtens artikel 72a van de Onteigeningswet (onteigening voor de aanleg van een verbindingsweg vanaf het eerste deel Anthony Fokkerweg tot de nieuwe aansluiting op de rijksweg A6, alsmede voor de aanleg van deze halve aansluiting op de rijksweg A6, ter hoogte van de Lage Dwarsvaart, met bijkomende werken)

  • 07-11-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding, benuttingstermijn

    Appellant heeft een bestaande agrarische onderneming die bestaande kassen exploiteert. Direct naast de bestaande kassen bestond de mogelijkheid om het bestaande complex uit te breiden. Deze mogelijkheid is wegbestemd. Niet ter discussie staat dat uit het gepubliceerde structuurplan voorzienbaarheid kan worden aangenomen. Ter discussie staat de vraag of de periode van elf maanden tussen het structuurplan en het ontwerpbestemmingsplan voldoende is om de bouwmogelijkheden te benutten.

  • 07-11-2018 / ABRS – Kosten voor rechtsbijstand en andere deskundige bijstand

    Appellant heeft zich bij de planschadeprocedure vóór het primaire besluit laten bijstaan door een gemachtigde en wenst een vergoeding voor de gemaakte kosten. Het college heeft besloten dat de opgevoerde kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Volgens het college volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling dat deskundigenkosten in de aanvraagfase alleen voor vergoeding in aanmerking komen als het inroepen van een deskundige redelijk is. Dit is volgens het college hier niet het geval, omdat de deskundige die appellant heeft verzocht advies uit te brengen, niet onpartijdig is. Die deskundige treedt namelijk ook als gemachtigde van appellant op.

  • 31-10-2018 / ABRS – Ruimtelijk relevant gevolg

    Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat de leegstand van het pand van appellant a en b (ingericht als supermarkt) niet als een ruimtelijk gevolg van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan Veldwijk Noord – Winkelcentrum kan worden aangemerkt. Het bestemmingsplan maakt onder meer op een afstand van ongeveer 500 meter van het pand van appellant a en b detailhandel met een maximaal bruto vloeroppervlak van 3.000 m2 mogelijk.

  • 31-10-2018 / ABRS – Passieve risicoaanvaarding ondanks bezit bouwvergunning

    Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college passieve risicoaanvaarding aan haar mocht tegenwerpen omdat zij gedurende de benuttingsperiode geen aanvraag om omgevingsvergunning voor het benutten van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het pand bij de gemeente heeft ingediend. Daartoe voert zij aan dat zij ten tijde van de benuttingsperiode in het bezit was van een onherroepelijke bouwvergunning voor onder meer het verbouwen van de verdiepingen van het pand tot appartementen.

Spring naar toolbar