9 december 2011
Aanleiding voor het wetsvoorstel is de wens om enkele onvolkomenheden te corrigeren, die aan de hand van de eerste praktijkervaringen aan het licht zijn gekomen. De afgelopen periode is de nodige ervaring opgedaan met de toepassing van de Crisis- en herstelwet (Chw). Deze is o.a. gebundeld in de “Rapportage praktijkervaringen Chw (evaluatie 2010-2011)”.
In het wetsvoorstel wordt een aantal aspecten verduidelijkt. Het betreft o.a.:
1. Het alternatievenonderzoek in het kader van de milieueffectrapportage.
Deze aanpassing zorgt ervoor dat wanneer een initiatiefnemer vrijwillig alternatievenonderzoek doet, hoewel dit op grond van de Chw niet verplicht is, deze in de vorm van een schets van de alternatieven meegenomen worden in het milieueffectrapport (het hoeft geen volledige beschrijving te zijn). De schets moet op hoofdlijnen de mogelijke milieugevolgen van een alternatief blijkens het onderzoek zijn.
2. De relatie tussen het gebiedsontwikkelingsplan en het bestemmingsplan.
Het wetsvoorstel maakt het niet langer verplicht een gebiedsontwikkelingsplan en een bestemmingsplan gelijktijdig vast te stellen. De procedure voor vaststelling van een gebiedsontwikkelingsplan wordt daarmee vereenvoudigd, zonder dat de leidende rol van het bestemmingsplan geweld wordt aangedaan.
3. Het vastleggen van een basisnorm voor geluidhinder in woningen indien van de Wet geluidhinder wordt afgeweken.
4. De mogelijkheid om de bevoegdheid tot het vaststellen van een projectuitvoeringsbesluit (pub) te delegeren aan burgemeester en wethouders.
Gesteld wordt dat het projectuitvoeringsbesluit mede strekt tot vervanging van het oude projectbesluit, dat inmiddels is opgegaan in de omgevingsvergunning. Bij het projectbesluit bestond ook een dergelijke delegatiebevoegdheid. Vanuit de gemeentelijke praktijk is een behoefte gebleken om de bevoegdheid tot het vaststellen van projectuitvoeringsbesluiten te kunnen delegeren aan burgemeester en wethouders.
5. De mogelijkheid om reeds vastgestelde structuurvisies voor lokale projecten met nationale betekenis aan te vullen, zodat er geen nieuwe structuurvisie hoeft te worden vastgesteld.
Gebleken is dat vaak voordat een project wordt aangewezen als lokaal project met nationale betekenis, er al een structuurvisie is vastgesteld. Daarom regelt het wetsvoorstel dat in dergelijke gevallen er volstaan kan worden met het aanvullen van de bestaande structuurvisie met die elementen die op grond van de Chw verplicht zijn (art. 2.17 lid 2 Chw).
Het wetsvoorstel voorziet niet in het permanent maken van de Chw. Naar verwachting wordt op korte termijn een wetsvoorstel ingediend met betrekking tot de permanente verankering van de Chw. Het kabinet is voornemens tegelijk met het indienen van het wetsvoorstel een evaluatie van de Crisis- en herstelwet aan te bieden aan de Kamer.
Op 14 juni 2011 is het wetsvoorstel aangenomen door de Eerste Kamer. Op 28 november 2011 heeft de Eerste Kamercommissie de memorie van antwoord ontvangen. Op 13 december 2011 zal de Eerste Kamercommissie de wijze van afhandeling van het wetsvoorstel bespreken.