Byte
Gloudemans uitsprakenUitspraken

18-04-2018 (publicatie 13-06-2018) Rb Gelderland – NMR door rechtbank vastgesteld

Bekijk uitspraak

Het nieuwe bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid van nieuwbouw van 64 woningen. Adviesbureau Langhout & Wiarda stelt het normaal maatschappelijk risico vast op 4% hetgeen naar oordeel van eiser ten onrechte is. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en stelt het normaal maatschappelijk risico vast.

De rechtbank overweegt dat de planologische ontwikkeling op zichzelf kan worden beschouwd als een normaal maatschappelijke ontwikkeling. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken komt naar voren dat voorafgaand aan de planologische wijziging verschillende pogingen om sportvoorzieningen te realiseren zijn mislukt. De voetbalvelden waren niet meer in gebruik en het tennis- en squashpark ging failliet. Het sportpark is in verval geraakt en de opstallen zijn verwoest door brand. Het standpunt van verweerder dat het voor de hand lag dat het voormalig sportveldencomplex in het kader van een uitbreiding van de kern van het dorp Rozendaal zou worden herontwikkeld tot woningbouw, komt de rechtbank daarom acceptabel voor.
Verder volgt de rechtbank verweerder in zijn standpunt dat de planologische ontwikkeling kan worden aangemerkt als passend binnen de bestaande ruimtelijke structuur, omdat deze qua functie aansluit bij de bestaande bebouwing in de onmiddellijke omgeving. Immers, de locatie van de planologische ontwikkeling grenst aan de noordoostzijde aan een bestaande woonwijk.
Verweerder wordt daarentegen niet gevolgd in zijn standpunt dat de planologische ontwikkeling binnen het in een reeks van jaren gevoerde planologische beleid past. De enkele stelling dat de planologische ontwikkeling niet in strijd is met enig planologisch beleid impliceert niet dat deze daarbinnen past. De rechtbank is niet gebleken van enig planologisch beleid dat fungeert als voorbode voor de planologische ontwikkeling. Verweerder verwijst enkel naar de integrale visie. De integrale visie bevat, onder andere, volkshuisvestingsbeleid dat betrekking heeft op subregionale afstemming van woningbouw. De integrale visie is daarmee naar het oordeel van de rechtbank geen planologisch beleid. Nu niet is gebleken van ruimtelijk beleid op grond waarvan de planologische ontwikkeling te verwachten was is de rechtbank, met inachtneming van het hiervoor uiteengezette toetsingskader, van oordeel dat verweerder het planschaderapport op dit punt niet aan het bestreden besluit ten grondslag had mogen leggen. Het bestreden besluit is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd.

Tot slot is de afstand van de planologische ontwikkeling tot de woning van eisers niet zodanig kort en de aard en de omvang van het door de ontwikkeling veroorzaakte nadeel niet zodanig groot dat deze aspecten verweerder hadden moeten bewegen tot het vaststellen van een hoger dan wel lager normaal maatschappelijk risico. De rechtbank ziet aanleiding om dat in deze zaak te doen en acht een normaal maatschappelijk risico van 3% van de waarde van de onroerende zaak in het licht van de hiervoor besproken omstandigheden in dit geval passend. Voor een hoger percentage zijn in het licht van het voorgaande geen aanknopingspunten.

(18-04-2018 (publicatie 13-06-2018) Rb Gelderland – NMR door rechtbank vastgesteld)

  • 05-09-2018 / ABRS – schade afsluiting zuidelijke afrit Hoevelaken

    Rabo Vastgoedgroep heeft verzocht om vergoeding van schade (waardevermindering) die zij stelt te lijden door de afsluiting van de zuidelijke afrit Hoevelaken van rijksweg A1. N.a.v. een tussenuitspraak van de Afdeling waarin is geoordeeld dat de zaak ten onrechte als een verzoek om planschade is behandeld heeft er een nieuwe beoordeling plaatsgevonden volgens de systematiek van het nadeelcompensatierecht.

  • 22-08-2018 / ABRS – Taxatiemethode

    Appellant betoogt in de zienswijze dat de door de StAB gehanteerde residuele waardemethode niet de juiste methode is om te bepalen of hij planschade lijdt.

  • 22-08-2018 / ABRS – verjaring

    Appellant heeft een verzoek om nadeelcompensatie ingediend als gevolg van Tracébesluit “Omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den-Dungen”. Als gevolg van de brug met vangrail is het bedrijf van appellant bij de Graafsebaan 55 minder goed zichtbaar. Verder hebben feitelijke werkzaamheden gezorgd voor tijdelijke inkomstenderving. Dit verzoek is ingediend nadat onderhandelingen met de gemeente Den Bosch over het verplaatsen van het bedrijf naar een andere locatie vanwege de aanleg van een ecologische verbindingszone zijn stopgezet.

  • Besluit van 5 juli 2018 (Brummen)

    Besluit van 5 juli 2018, nr. 2018001210 tot aanwijzing van een onroerende zaak ter onteigening in de gemeente Brummen krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Aansluiting De Teuge)

  • 08-08-2018 / ABRS – Uitwerking beleidsvoornemen

    Omwonenden hebben een verzoek om schadevergoeding ingediend als gevolg van het Tracébesluit omlegging Zuid-Willemsvaart Maas-Den Dungen. Meer concreet hebben verzoekers gesteld dat de waarde van hun woning is verminderd als gevolg van de herinrichting van de spoorverbinding wat heeft geleid tot aantasting van de privacy en het uitzicht en tot toename van de geluidoverlast.

  • 08-08-2018 / ABRS – NMR bij uitbreidingslocatie

    Verschillende omwonenden hebben een aanvraag om planschade ingediend als gevolg van de ontwikkeling van woningbouw in de directe nabijheid. De planschade voor deze omwonenden is door het college toegekend. De derdebelanghebbende stelt in hoger beroep (onder meer) de omvang van het normaal maatschappelijk risico ter discussie.

  • Besluit van 5 juli 2018 (Oosterhout)

    Besluit van 5 juli 2018, nr. 2018001212 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Oosterhout krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan De Contreie 2017)

  • 01-08-2018 / ABRS – Redelijkheid grenzende waarschijnlijkheid tussenliggende bebouwing

    Het oordeel van de rechtbank is gebaseerd op het verslag van de StAB. Naar oordeel van de StAB is er geen sprake van schade omdat het uitzicht van aanvrager reeds zou zijn beperkt door tussenliggende bebouwing. Dit betreft de mogelijkheid tot oprichting van een bedrijfswoning, nutsgebouw en sleufsilo’s.

  • 01-08-2018 / ABRS – Onderzoek en doorbreking voorzienbaarheid

    Verschillende aanvragers stellen schade te ondervinden door de komst van windturbines. Het hoger beroep van aanvragers is gericht tegen het oordeel dat sprake is van voorzienbaarheid.

  • 01-08-2018 / ABRS – Onafhankelijkheid taxateur

    Aanvrager stelt directe planschade te ondervinden als gevolg van verminderde bebouwingsmogelijkheden.

  • Besluit van 5 juli 2018 (Geldrop-Mierlo)

    Besluit van 5 juli 2018, nr. 2018001211 tot aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening in de gemeente Geldrop-Mierlo krachtens artikel 78 van de Onteigeningswet (onteigeningsplan Groot Luchen)

  • Compilatievideo projecten Gloudemans

    Bekijk hier de compilatievideo van een aantal van onze projecten.

  • 25-07-2018 / ABRS – processuele connexiteit

    De Afdeling stelt vast dat een verzoek om vergoeding van schade veroorzaakt door het geven van een onjuiste uitleg door de gemeente aan derden niet een verzoek om nadeelcompensatie is, maar een verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig overheidshandelen.

  • 25-07-2018 / ABRS – Waardering en woz-waarde

    Aanvrager stelt schade te hebben geleden als gevolg van een omgevingsvergunning. Als gevolg van die omgevingsvergunning is er sprake van een planologische wijziging van – samengevat weergegeven – één huishouden naar een onbeperkt aantal huishoudens. Naar het oordeel van de rechtbank hadden de deskundigen de gevolgen van deze planologische wijziging onvoldoende onderkend. Verder heeft de rechtbank overwogen dat bij de waardering van het nadeel een daling van de woz-waarde moet worden betrokken. Dat heeft het college ten onrechte nagelaten, aldus de rechtbank.

  • 25-07-2018 / ABRS – Beperking bedrijfsvoering

    Appellant heeft een varkenshouderij in de gemeente Weert. Tegenover zijn bedrijf is een burgerwoning mogelijk gemaakt. Onder de oude planologische situatie was daar een agrarisch bedrijf mogelijk inclusief bedrijfswoning. De rechtbank had (in navolging van het college en de deskundige) geoordeeld dat er geen sprake was van een belemmering van de ontwikkelingsmogelijkheden van het bedrijf van appellant. In de directe nabijheid zijn al woningen aanwezig die een verdere uitbreiding van het bedrijf reeds zouden beperken.

Spring naar toolbar